Geopolitiek Van vurige hoop op regimewisseling tot groeiend wantrouwen tegenover Israël en Amerika: de Twaalfdaagse Oorlog verdeelde én verbond Iraniërs in Nederland. Tussen teleurstelling, liefde voor hun land en afschuw van het regime in Teheran, bepaalt de Iraanse diaspora in Nederland positie.
Voor Iraniërs in Nederland, degenen die vluchten voor het repressieve regime van Teheran, waren de Verenigde Staten én Israël afgelopen decennia vanzelfsprekende bondgenoten. Al was het maar vanuit de gedachte: de vijand van je vijand is je vriend. Maar na de aanval die Israël deze zomer op Iran uitvoerde, voelen die vrienden ook voor veel Iraniërs in Nederland als vijanden.
Sommige familieleden van David (23), een Nederlands-Iraanse masterstudent International studies of public administration and governance, hoopten bevrijd te worden door de VS en Israël. Gezien David ooit naar Iran wil reizen, wil hij niet met achternaam in de krant. Zijn familie, vertelt hij, was de onderdrukking van het Iraanse regime meer dan zat: willekeurige arrestaties, strenge religieuze wetten en zelfs het immer aanwezige risico te worden geëxecuteerd. Er móést iets veranderen, desnoods met hulp van buitenaf, zegt hij. „Alleen hadden mijn ooms of nichtjes nooit verwacht dat ze zelf doelwit zouden worden.”
De Twaalfdaagse Oorlog – die begon op 13 juni 2025 en waarbij onder meer Israël met de VS het Iraanse kernprogramma probeerde uit te schakelen met luchtaanvallen – heeft diepe sporen nagelaten. Niet alleen in Iran, maar ook in de Iraanse gemeenschap in Nederland. NRC sprak met een twintigtal Nederlandse Iraniërs. Ruim drie maanden na het conflict, blijken de meningen verdeeld. Hoewel een meerderheid nog steeds af wil van het huidige bewind, is de vraag nu: tegen welke prijs?
En kunnen Amerika en Israël, gezien de burgerdoden en verwoeste woonwijken in Iran, nog wel als bondgenoten worden beschouwd?
Volgens de Iraans-Nederlandse historicus Peyman Jafari laten die vragen zich niet eenvoudig beantwoorden. Hij ziet drie stromingen binnen de Nederlands-Iraanse gemeenschap. De eerste stroming bestaat uit degenen „die volhardend achter de ayatollah staan”. Het behelst een kleine minderheid binnen de Iraanse diaspora die het regime steunt.
Aan het andere uiterste staat een twee groep, die hoe dan ook verandering wil zien – zelfs met de hulp van Israël en de VS. Volgens Maryam Barjesteh (22), een Amerikaans-Iraanse student die in Nederland woont, bestaat deze minderheid uit degenen die het „hardst schreeuwen” op sociale media. „Ze zijn al tientallen jaren niet in Iran geweest en spreken zich het luidst uit over wat er moet gebeuren. Om je voor te schamen,” vindt Barjesteh.
De groep die zo vurig pleit voor regimeverandering bevat veel aanhangers van de voormalig kroonprins Reza Pahlavi, zoon van de in 1979 verjaagde laatste sjah van Iran. Zo ook de familie van de Iraans-Nederlandse Aryan Ghanizadeh (30), een schrijver en dichter uit Amsterdam. Zijn familie was volgens hem weliswaar geschrokken van de aanvallen, maar hoopte ook dat de VS en Israël het offensief zouden voortzetten. Zeker gezien de zwakke positie waarin het regime zou verkeren. „Waarom zou je een gewonde leeuw niet afmaken?”, vroegen ze zich af volgens Ghanizadeh.
Tussen deze twee uitersten bevindt zich volgens Jafari een derde groep, die zich afkeert van het regime in Teheran, maar die ook niet aan de kant van Israël wil staan en zich uitspreekt tegen de bombardementen. Israël en Amerika worden door deze groep als onbetrouwbaar gezien. Barjesteh, die zichzelf tot deze middengroep rekent, hekelt hun „dubbele standaarden”.
En evenals de meeste andere geïnterviewden wijst Barjesteh ook op de genocide in Gaza. „Ik denk dat de Twaalfdaagse Oorlog verder heeft bevestigd dat Israël straffeloos handelt en dat de Verenigde Staten Israël voortdurend verdedigen en beschermen.”
De Twaalfdaagse Oorlog heeft de verhoudingen binnen de Iraanse gemeenschap in Nederland opgeschud. Degenen die het regime steunden of Israël en Amerika als mogelijke verlossers zagen, schoven na de bombardementen meer naar het midden. Vooral ,zegt Jafari, toen zichtbaar werd dat hele buurten en gewone burgers doelwit waren geworden. „Men dacht: onze gebouwen worden geraakt.”
De oorlog lijkt ook onderlinge toenadering te hebben gebracht. „Ik merkte dat mijn vader tijdens en na de oorlog intensiever contact had met Iraanse vrienden in Nederland,” zegt masterstudent David. „Opeens hadden ze common ground: het ging minder over wat voor Iraniër je bent, maar eerder dat je Iraniër bent.”
Iraanse leiders hebben geprobeerd te profiteren van de oorlog. „Het regime heeft de situatie helemaal uitgemolken,” stelde de schrijver-dichter Ghanizadeh vast op basis van Iraanse en westerse nieuwskanalen. Al gauw na de aanvallen werd bijvoorbeeld de officiële communicatie aangepast. „De eerste berichtgeving sprak niet meer van de islamitische republiek, maar simpelweg van ‘Iran’,” zegt Ofran Badakhshani (42), eigenaar van een wijnbar in Den Haag. Zelfs de Revolutionaire Garde werd ineens aangeduid als de ‘Revolutionaire Garde van Iran’, zonder het gebruikelijke etiket ‘islamitische’. Daarmee deed het regime bewust een beroep op een breder publiek.
Volgens Badakhshani probeerde het bewind zo nationalistische sentimenten aan te wakkeren, ook onder Iraniërs die kritisch staan tegenover hun moederland. „Je kunt tegen de islamitische republiek zijn, maar moeilijk tegen Iran zélf. Dat verschil werd strategisch ingezet.”
Of dit leidde tot een patriottistische reflex, daarover verschillen de meningen. David denkt van wel: „Ik zag tijdens de oorlog op Instagram opeens al mijn familieleden posts maken met nationalistische teksten en poëzie over hoeveel ze van Iran houden. […] En dat zijn dezelfde mensen die zo graag Iran willen verlaten en zo’n hekel hebben aan het regime.”
Toch is het volgens theatermaker Sahand Sahebdivani (45) de vraag of dit het hele verhaal is. „Nederlanders hebben snel hun mening klaar. Bij Iraniërs moet je altijd een beetje pulken, een beetje zoeken. Het duurt lang voordat ze vertellen wat ze echt denken.”
Na de Twaalfdaagse Oorlog kwam het regime afgelopen zomer ook onder druk te staan door een tekort aan water en elektriciteit. Er werd veel gedemonstreerd in Iran. Ghanizadeh vermoedt daarom dat het Iraans nationalisme maar van korte duur was. „Nu neemt ontevredenheid over het regime en de tekorten toe. Jong en oud, boer en stedeling: iedereen wil verandering.” Ghanizadeh denkt dat op een zekere dag er daadwerkelijk geen water meer uit de kranen komt. „Dat zou kunnen werken als katalysator voor echte nationale protesten.”
Iran-expert Jafari acht de kans op een omwenteling minder groot. Hij denkt dat de huidige situatie voor de bevolking „verlammend” werkt. Door de elektriciteits- en watercrises kan de Iraanse staat weliswaar niet meer voor de burgers zorgen. „Maar de angst voor een oorlog, de vrees voor een Iran dat uit elkaar valt met bijkomstige etnische conflicten, hangt als een zwaard van Damocles boven het land.”
Source: NRC