Samenhorigheid begint bij niet bij grootse daden, maar bij iets simpels, zoals een groet. Toch lijkt zelfs dát steeds een zeldzaamheid te worden in onze samenleving.
Ik was een jaar of 4 toen ik met mijn moeder door de straten van Arnhem liep. Het regende zo hard dat we door en door nat waren. We hadden haast, dus er was geen andere keuze dan te lopen. Op dat moment stopte er een auto naast ons. Een vrouw, met haar zoontje naast zich, draaide het raampje open en vroeg waar we heen moesten. Zonder aarzelen bood ze ons een lift aan. Gewoon, omdat ze zag dat we het zwaar hadden in de regen.
Dat moment is me altijd bijgebleven. Niet alleen omdat het ons hielp die dag, maar vooral omdat het liet zien hoe klein samenhorigheid kan zijn. Een gebaar, een stukje omzien naar elkaar, een signaal dat je niet alleen bent. Het gaf ons vertrouwen: er zijn mensen die je zien, die bereid zijn een hand uit te steken.
Over de auteur(s)
Shizin Ali is vierdejaars student social work aan de Hogeschool Arnhem-Nijmegen (HAN).
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Vandaag, bijna 24 jaar later, voelt die vanzelfsprekende verbondenheid minder sterk. In de straten van Arnhem lopen mensen vaak langs elkaar heen zonder elkaar aan te kijken. Ogen op hun telefoon, oordopjes in, haast in de benen. Een groet klinkt zelden. Zelfs bellen roept spanning op: bel-angst is inmiddels een herkenbaar fenomeen onder jongeren én volwassenen.
Contact maken is ingewikkeld geworden. Vertrouwen ontbreekt, vaak gevoed door nieuws dat angst en wantrouwen versterkt. We horen dagelijks verhalen over criminaliteit, polarisatie of misstanden, waardoor we elkaar minder snel de kans geven om nabij te komen. Maar als we alleen door een bril van angst naar elkaar kijken, verliezen we de essentie van samenleven.
En dat is geen klein probleem: het Centraal Bureau voor de Statistiek rapporteerde vorig jaar opnieuw dat eenzaamheid onder zowel jongeren als ouderen toeneemt. Juist in een tijd waarin we elkaar harder nodig hebben, raken we steeds verder van elkaar verwijderd.
Toch hoeft samenhorigheid niet ingewikkeld te zijn. Het begint klein: een vriendelijke groet, een glimlach, oogcontact maken. Zulke simpele gebaren maken verschil. Ze zeggen: ik zie jou, jij doet ertoe. Precies dát hebben we nodig om vertrouwen in elkaar terug te vinden.
Samenhorigheid groeit niet door wetten of beleid, maar door kleine handelingen in het dagelijks leven: in de supermarkt, op straat, in de bus, op school. Ja, er is wantrouwen in onze samenleving. Maar dat lossen we niet op door ons verder terug te trekken in ons scherm of onze bubbel. Het begint bij een stukje van onszelf geven aan de ander.
Ik ben opgegroeid in Arnhem. Hier heb ik ervaren hoe het voelt om je thuis te voelen, dankzij de warmte van mensen die mij zagen en welkom heetten. Dat gevoel gun ik iedereen. Want samenhorigheid maakt een samenleving niet alleen prettiger, maar ook sterker. Een samenleving waarin mensen elkaar vertrouwen, kan meer aan. Pas dan groeit de veerkracht.
We hoeven elkaar niet allemaal te kennen om verbonden te zijn. We hoeven geen grote daden te verrichten om verschil te maken. Samenhorigheid begint klein, maar werkt groot. Het begint bij een groet op straat, bij een beetje meer leven in het hier en nu, bij de bereidheid om elkaar weer te vertrouwen.
De vraag is dus: durven we elkaar weer aan te kijken en simpelweg te groeten? Want alleen samen kunnen we werken aan een samenleving die sterker is dan angst en waarin iedereen zich gezien en thuis voelt.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant