Europees klimaatbeleid De plannen voor ambitieuze EU-klimaatdoelen sneuvelen nu steeds meer landen dwarsliggen. Een ambitieuzer doel voor 2035 raakt steeds verder uit zicht.
Een maand na de overstromingen in Valencia vorig jaar was de schade nog enorm. Foto Eva Manez/Reuters
Het zijn in Brussel vaak de diplomatieke, bureaucratische en protocollaire details die het politieke verhaal vertellen. Een inlegvel. Een tafelschikking. Of, in het ondergesneeuwde Europese klimaatnieuws van deze week: dubbel uitstel van een stemronde.
Eigenlijk zouden de 27 EU-landen donderdag in Brussel bijeenkomen om hun zegen te geven aan een Europees klimaatdoel voor 2040 – 90 procent reductie ten opzichte van de CO2-uitstoot in 1990. Maar vier van de vijf grootste landen vinden het te vroeg voor zo’n beslissing. De onenigheids is zelfs zo groot dat ook een doel voor 2035 van de baan is.
Niet voorgoed. Over de twee klimaatdoelen zal in de komende weken alsnog gesproken en gestemd worden. De verwachting is dat dan alsnog overeenstemming zal worden bereikt. Hoe dan ook hebben alle landen in de Europese Unie afgesproken dat de uitstoot uiterlijk in 2050 naar nul gaat. Dat is in de wet vastgelegd.
Maar het optimistische klimaatbeleid van enkele jaren geleden staat onder druk. Landen beginnen te twijfelen of ze niet té enthousiast waren in het omarmen van jaartallen en wetten. De tweede Europese Commissie onder Ursula von der Leyen is lang niet zo groen als de eerste. De gevolgen hiervan worden in Brussel steeds meer voelbaar.
Begin juli presenteerde Eurocommissaris Wopke Hoekstra, door Von der Leyen belast met het uitwerken van de klimaatdoelen , de details van het 2040-doel. Hoekstra hield vast aan de 90 procent, maar vond een uitweg om het koor van sceptici tegemoet te komen.
Een klein deel van de reductie – 3 procent – mochten landen tegen betaling elders in de wereld realiseren. Het is de beleidsvariant van de vliegreiziger die een vlucht compenseert door bomen te laten planten.
Dit voorstel zouden klimaat- en milieuministers donderdag in Brussel beklinken. Dan zou Von der Leyen zich een week later namens de EU als klimaatpionier kunnen presenteren in New York, tijdens de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Maar dat idee is op de lange baan geschoven, na verzet van Duitsland, Frankrijk, Italië, Polen en kleinere landen. De concessie van de Commissie gaan hen niet ver genoeg.
Vooral het verzet van Emmanuel Macron trekt de aandacht. De Franse president heeft tegenover collega’s de zorg geuit dat bedrijven de gevolgen van de vereiste reductie in 2040 niet kunnen dragen – een flinke groep landen is het met hem eens.
Deze landen vinden dat regeringsleiders en staatshoofden eerst nog over het klimaatdoel moeten praten, voor de klimaatministers een beslissing nemen. Zij krijgen echter pas in oktober de kans over het thema te debatteren, ver na de VN-vergadering.
Er speelt meer. De Europese Commissie had het 2040-doel namelijk willen aanwenden om ook een doel voor 2035 voor te bereiden. Dat jaar staat centraal tijdens de grote mondiale klimaattop die half november in Brazilië plaatsvindt. Daar wil Hoekstra ook ambitie tonen.
De vraag is of dat nog gaat lukken. Als er geen gezamenlijk EU-doel voor 2040 is afgesproken, raakt de Commissie een belangrijk drukmiddel kwijt om een hoger doel te formuleren voor 2035. Het eerstvolgende richtjaar is in dat geval pas de netto nul in 2050, wat minder druk zet op een tussentijds meetmoment. En dat is precies wat de sceptici graag zien.
Als compromis heeft Denemarken, dat het EU-overleg op donderdag voorzit en hoopt dat Europa niet met lege handen staat, voorgesteld Von der Leyen met een „intentieverklaring” naar New York te sturen. In die verklaring zit ofwel meer marge dan de Commissie voor ogen had, ofwel geen percentage. Minder ambitie, hoe dan ook.
Landen die wel wilden aansturen op een stevig doel voor beide jaren, waaronder Nederland, vrezen dat de reputatie van de EU op klimaatgebied averij oploopt. Extra bron van frustratie is het feit dat China wél met een uitgewerkt klimaatplan zou willen komen terwijl de VS het onder Trump laten afweten. „We bevinden ons op een cruciaal moment, zeker nu andere grote spelers minder op hebben met het klimaat”, aldus een ervaren diplomaat uit een EU-land.
Minstens zo belangrijk: het verzet heeft niet alleen gevolgen voor de reputatie van de EU. Het zegt in de eerste plaats iets over de bereidheid van EU-landen om in eigen huis vaart te maken met klimaatbeleid. Ook die brokkelt af.
Source: NRC