Home

Slachtoffers van oplichting belandden via jurist Chizki Loonstein van de regen in de drup

Oplichting Peter van Breda raakte vlak voor zijn pensioen zijn spaargeld kwijt door oplichting. Hij en andere slachtoffers spanden een zaak aan tegen neobank bunq, via jurist Chizki Loonstein. Die ging failliet.

Peter van Breda werd opgelicht en verloor zijn spaargeld, vlak voordat hij met pensioen zou gaan.

Net toen Peter van Breda met een emmer water en sop en een spons op de stoep van zijn bedrijfspand in Zeewolde stond, ging de telefoon. Het was kwart voor vijf en hij had de hele dag gewerkt aan een offerte voor een grote klant. Maar de zon was doorgebroken en het boenen van de raamdorpels die de glazenwasser was vergeten, leek hem een mooi klusje om de dag af te sluiten.

Het was 17 april 2024 en na meer dan 50 jaar werken lonkte zijn pensioen. Nog 13 dagen en hij zou 67 worden.

Op zijn scherm verscheen een 020-nummer. Van Breda nam op en zei: „Wacht, ik heb natte handen. Ik bel u zo terug.” Maar daar nam de beller, die zich voorstelde als Thijs van de afdeling transacties en beveiliging van ABN Amro, geen genoegen mee. „Het is zeer dringend”, zei Thijs. „Uw rekening wordt aangevallen. U moet nu actie ondernemen.”

Van Breda schrok. Er stond veel geld op zijn rekening, maar hij wist niet of hij Thijs kon vertrouwen. Die had een voorstel: „Controleert u anders het nummer in uw scherm, ik wacht even op u.”

Van Breda veegde zijn handen af, stapte het kantoortje bij zijn groothandel in bouten, moeren, gereedschap en machineonderdelen binnen en checkte het nummer op de website van ABN Amro. De beller had gelijk: dat was inderdaad voor noodgevallen. Hij kreeg Thijs weer aan de lijn, die allerlei details over hem oplepelde – zoals zijn huisadres. Zijn argwaan was verdwenen. Thijs verbond hem door met Felix, van de afdeling ICT-fraude. Samen zouden ze voorkomen dat digitale fraudeurs er met zijn spaargeld vandoor zouden gaan.

Het eerste wat Felix deed, was helpen met het installeren van het programma AnyDesk, waardoor hij op afstand kon meekijken op de laptop van Van Breda. Hebt u rekeningen bij andere banken, wilde Felix vervolgens weten, want „ook die liepen gevaar”. Ja, zei Van Breda, bij de digitale bank bunq en bij de Poolse Pekao. Hij zou na zijn pensioen een vakantiehuis bouwen in Polen, waar zijn vriendin vandaan komt. „En hebt u toevallig een kluis?”, vroeg Felix. „Dan stuur ik een beveiliger langs zodat ook uw cash geld veilig is.”

In de bijna drie uur die hij daarna aan de lijn hing, accordeerde Van Breda een serie transacties, in de veronderstelling dat hij daarmee zijn spaargeld veiligstelde. Eerst boekte hij, op advies van Felix, meer dan 50.000 euro van zijn zakelijke rekening bij ABN Amro naar zijn ‘veilige’ privérekening bij bunq. En vervolgens blokkeerde hij een trits ‘gevaarlijke overboekingen’ – samen ruim 80.000 euro – vanaf zijn bunq-rekening. Felix loodste hem erdoorheen. Hij moest steeds zijn pincode invoeren en op het groene blokje drukken, om de gevaarlijke transacties ‘af te keuren’.

Daarna was zijn Poolse rekening aan de beurt, maar daar kwamen ze niet door de beveiliging heen. Van Breda keek op de klok. Het was tien over half acht, hij was moe en gestresst. Hij pakte de vaste telefoon om zijn zoon op de hoogte te brengen, het duurde zo wel erg lang allemaal.

Zijn zoon flipte. „Pa, je wordt opgelicht”, zei die. „Verbreek meteen de verbinding. Ik bel de politie en kom nu naar je toe.”

Van Breda bewaart zijn dossier met bewijsmateriaal in zijn kantoor in Zeewolde. Foto Jagoda Lasota

Claim tegen bunq

Die avond stond een agent verdekt opgesteld in het kantoortje van Peter van Breda, voor als de fraudeurs nog voor de kluis zouden komen. Maar ze kwamen niet. De weken daarna sliep hij uit angst afwisselend bij zijn zoon en zijn Poolse vriendin in Hoofddorp.

Van Breda stelde alles in het werk om zijn geld terug te krijgen, blijkt uit het uitgebreide dossier dat hij deelde met NRC. Dat bevat onder meer rekeningafschriften, screenshots van overboekingen, chatgesprekken, e-mails, politieaangiften, correspondentie met advocaten en banken en handgeschreven aantekeningen over deze „zeer traumatische” periode.

Het fraudedraaiboek van Felix en Thijs was echter onverbiddelijk. Door zijn pincode in te voeren en op het groene blokje te drukken, had Van Breda geen betalingen tegengehouden maar juist al het geld van zijn bunq-rekening overgemaakt naar ‘geldezels’ – zoals daklozen of scholieren die hun rekening tegen een kleine vergoeding ter beschikking stellen aan oplichters. Daarvandaan was zijn spaargeld razendsnel doorgeboekt en niet meer te achterhalen.

De banken waren onvermurwbaar. ABN Amro verwees hem naar bunq, waar hij het antwoord kreeg dat het zijn eigen schuld was.

Van Breda was van plan geweest eind april al zijn klanten te bellen om te vertellen dat hij vanaf zijn 67ste verjaardag de zaak zou afbouwen. Het werd een heel ander belrondje: noodgedwongen legde hij uit wat hem was overkomen en vroeg hun of zij openstaande rekeningen versneld konden betalen. En hij zei: ik blijf werken tot ik genoeg heb gespaard om dat huis in Polen alsnog te kunnen bouwen.

Ruim een maand later kreeg hij een tip van een kennis: op de site van consumentenprogramma Kassa van BNNVARA stond een bericht over een collectieve claim tegen bunq. Jurist Chizki Loonstein vertelde daar dat hij contact had met een groep van „veertig tot vijftig gedupeerden”, die allemaal op vrijwel dezelfde manier waren opgelicht. Als bunq niet snel zou reageren op de sommatie hen „volledig schadeloos te stellen”. zou hij „op zeer korte termijn” de bank voor de rechter dagen.

Een dag later belde Van Breda met Aliter Melius (Latijn voor ‘anders en beter’), het juridisch adviesbureau van Loonstein, dat volgens de website „grote organisaties keihard aan wil pakken”. Loonstein vertelde hem dat hij samenwerkte met twee advocaten van het kantoor van Richard Korver, de bekendste slachtofferadvocaat van Nederland. De jurist had goed nieuws: als Van Breda snel een contract tekende en 6.100 euro overmaakte, kon hij nog net meedoen met de procedure.

‘Leedmagneet’

Chizki Loonstein (41), de oudste van de zes zonen van de bekende Amsterdamse advocaat Herman Loonstein, duikt al vanaf zijn tienerjaren op in media in binnen- en buitenland, vaak als ooggetuige van rampen en opzienbarende gebeurtenissen. Zo stond hij in maart 2002 als 18-jarige – hij werkte als ambulancemedewerker in Israël – oog in oog met een zelfmoordterrorist, vertelde hij een verslaggever van The Baltimore Sun.In NRC deed hij uit de doeken hoe hij in de ambulance een drieling geboren zag worden.

Hij zat in een rampzalig verlopen vlucht van een El-Al vliegtuig naar de Verenigde Staten en raakte in 2013 een nacht ingesneeuwd op een Franse snelweg – waar hij de hele dag Radio 1 en RTL Nieuws over te woord stond. Het leverde hem de kwalificatie in De Telegraaf op van „leedmagneet” en „één van de grootste pechvogels van ons land”.

In 2016 richtte Loonstein Aliter Melius op. Met dit claimkantoortje stapte hij een jaar later naar de rechter namens een groep klanten die op de website van meubelzaak Leen Bakker een hoogslaper hadden besteld voor de verkeerd ingevoerde, te lage prijs van 24 euro. Later vertegenwoordigde hij consumenten aan wie incassobureaus ten onrechte hoge kosten hadden gerekend.

Het dossier dat Van Breda samenstelde bevat rekeningafschriften, screenshots van overboekingen, chatgesprekken, e-mails, politieaangiften en correspondentie. Foto Jagoda Lasota

In juni 2024 zette hij, met advocaten Joan du Bois en Jacques van Rossen, zijn pogingen door om bunq aan te pakken. Mede namens Peter van Breda stelde hij bunq „uitdrukkelijk en integraal” aansprakelijk voor alle „geleden en nog te lijden schade”. Hij vertegenwoordigde een grote groep die „in omvang nog steeds toeneemt,” waarschuwde hij de bank.

Tweeënhalve week later maakte bunq echter een coulanceregeling voor opgelichte particuliere klanten bekend. Als zij hun procedure tegen de bank zouden staken, konden zij een groot deel van hun geld terugkrijgen.

Ook Peter van Breda kreeg een belletje van bunq, maar hij verwees de bank naar Loonstein – zoals de jurist hem had ingefluisterd. Gedupeerden hadden volgens Loonstein een grotere kans op een hoog compensatiebedrag als zij de communicatie zouden „overlaten aan advocaten” en het aanbod van bunq niet zouden accepteren.

Hard vonnis

Op 18 november zat Peter van Breda in de Amsterdamse rechtbank. Voor hem Loonstein en de twee advocaten, naast hem enkele andere gedupeerden. In de gang, vlak voor de zitting, had hij iedereen een hand gegeven – ze zagen elkaar voor het eerst.

De zitting ging over de vraag of Loonstein namens dertien gedupeerde klanten de top van bunq aan een getuigenverhoor mocht onderwerpen, om vast te stellen wat er mis was gegaan. Daarna zouden schadeclaims volgen. Van Breda had na afloop een slecht gevoel. Vooral de advocaten van bunq kwamen aan het woord, Loonstein en zijn twee advocaten zeiden bijna niets.

Het vonnis dat hij begin januari kreeg toegestuurd, was hard – over Loonstein en de advocaten. Volgens de rechter voldeed het getuigenverhoor dat zij voor ogen hadden „niet aan de eisen”, was het „een zoektocht naar mogelijke verwijten”, een „fishing expedition” en „misbruik van recht”. De rechter wees het verzoek af.

Daarna werd het stil, totdat Peter van Breda afgelopen april hoorde dat bunq zo’n 10 miljoen euro aan klanten had uitgekeerd in het kader van de coulanceregeling. Hij had al maanden niets van Loonstein gehoord en belde hem. Er zal toch ook wel iets onze kant opkomen, vroeg hij. De jurist vertelde hem dat hij nog steeds kansen zag, maar ook dat de zaak vertraging had opgelopen omdat hij tijdens het fietsen was aangereden en beide enkels had gebroken.

In de loop van juni was de website van Aliter Melius opeens niet meer bereikbaar. Het webhostingbedrijf waar zijn website op draaide, was failliet gegaan, maar alles komt goed – zei Loonstein eerst nog tegen gedupeerden. Maar het zat anders: op 18 juni werd Aliter Melius failliet verklaard.

Nog een brief van advocaten

Peter van Breda durfde deze zomer niet tegen zijn vriendin te beginnen over het faillissement, hij wilde hun vakantie niet verpesten. Maar eenmaal in de caravan op het Poolse landje waar hij het vakantiehuis wilde bouwen, kwam het hoge woord eruit. Hij was bang dat hij voor de tweede keer veel geld had verloren, deze keer aan Loonstein en twee advocaten, vertelde hij haar. En waarom hadden ze hem niet aangeraden akkoord te gaan met de coulanceregeling en af te zien van een rechtszaak?

Zijn vriendin was strijdbaar. Je moet het niet pikken, Peter, zei zij. Het heeft al veel te veel geld gekost. Als we terug zijn, stappen we naar de krant. We moeten waarschuwen voor dit soort charlatans die geld verdienen aan dure nepoplossingen voor gedupeerden.

Twintig minuten nadat zij terug waren in Nederland, belde Loonstein opeens. Zijn toon was vriendelijk. Hij repte met geen woord over zijn emigratie naar Dubai, wat hij de curator wel had verteld. In plaats daarvan vroeg hij Van Breda of die zijn vordering in het faillissement van Aliter Melius wilde intrekken. Loonstein wilde van het faillissement af, bovendien had hij „zijn diensten geleverd” en moesten de advocaten „ongestoord hun werk kunnen doen.”

Een week later kreeg Van Breda een brief van Richard Korver Advocaten, naar aanleiding van het faillissement van Aliter Melius. Zijn dossier was incompleet, stond daarin. Advocaat Van Rossen schreef hem: „Om uw belangen goed te kunnen blijven behartigen, verzoeken wij u vriendelijk de documenten die u destijds heeft aangeleverd nogmaals rechtstreeks aan ons toe te sturen”. Van Rossen schreef ook dat „de voorbereiding van de bodemzaak inmiddels in een vergevorderd stadium” was.

Er was nog één puntje: voor deze bodemprocedure moest Peter van Breda opnieuw de portemonnee trekken. „Wij begrijpen dat u reeds betalingen heeft gedaan voor eerdere werkzaamheden”, aldus Van Rossen. Die werkzaamheden „beschouwen wij als afgerond”. Voor de verdere behandeling „zullen wij samen met u redelijke en duidelijke afspraken maken.”

Reacties

Peter van Breda zegt: „Ik snap nog steeds niet dat ik me zo heb laten oplichten. Ik vind dat ik slecht ben geholpen door Loonstein en de advocaten. Ik werk nog een jaar en ga dan echt met pensioen.”

Fleur Diderich, curator van Aliter Melius, onderzoekt de rechtmatigheid van het faillissement. Zij heeft begrepen dat Loonstein „aan een oplossing werkt” en roept schuldeisers op zich bij haar te melden.

Chizki Loonstein zegt dat „het faillissement van Aliter Melius niet relevant is voor gedupeerden”. Veel bedrijven beëindigen hun werkzaamheden, aldus Loonstein. Hij zegt zich „nog steeds” in te zetten voor gedupeerde bunq-klanten en zich „aan alle afspraken” te houden. Verder laat hij weten dat hij niet naar Dubai is geëmigreerd, al staat dat in het faillissementsverslag. „Ik ben gewoon hier – bezig voor de gedupeerden.”

Advocaat Jacques van Rossen wil niet reageren, om het verhaal niet onnodig te juridiseren. Wel laat hij weten „recente, goede aanknopingspunten” te zien voor de zaak tegen bunq en heeft hij voor de dagvaarding „nog niets in rekening gebracht”.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Voorkennis

Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen

Source: NRC

Previous

Next