WK Atletiek De jonge specialist op de 1.500 meter bereikte als favoriet de finale in Tokio. Hij dacht te gaan winnen, maar eindigde als vijfde. „Mijn kick liet met in de steek.”
Niels Laros na de finale op de 1.500 meter in Tokio.
Minutenlang zit Niels Laros stil op een metalen trapje naast de atletiekbaan in het immense stadion in Tokio. Hij neemt zo nu en dan een slokje, doet langzaam zijn spikes uit. Een Japanse vrijwilliger komt voorzichtig bij hem kijken. Is Laros wel in orde?
Fysiek wel. Maar mentaal is Laros knock-out. Vijfde is hij zojuist geworden in de WK-finale van de 1.500 meter. Op honderd meter van de finish lijkt hij alles nog onder controle te hebben, maar op dat laatste, lange, rechte stuk steken vier man hem voorbij; De Portugees Isaac Nader wordt wereldkampioen.
De ontzetting is groot; niet alleen bij Laros zelf, maar ook bij het publiek, dat hoorbaar schrikt van de climax op de baan, en de journalisten op de tribune. Bij de bookmakers was Laros de grote favoriet.
Hoe kan het dat de verwachtingen voor een atleet die pas twintig is zo hooggespannen waren? En wat ging er mis in de finale?
Toen Laros twee jaar geleden zijn WK-debuut in Boedapest maakte, was hij nog een tiener, ook in zijn doen en laten. Verrassend haalde hij de finale, dat vond hij zelf ook. „WK-finale, kom op hé, daar mag ik toch wel blij mee zijn?”, reageerde hij fel toen hem naar zijn blije reactie na afloop werd gevraagd. Hij werd tiende, nadat hij in de finale zijn eindsprint te vroeg inzette.
Een jaar later verbaasde Laros iedereen door te zeggen dat hij op de Olympische Spelen in Parijs wilde meedoen om de medailles. Dat leek onwaarschijnlijk, zeker na de EK in Rome, waar Laros niet door de series kwam door een tactische fout. Maar op de Spelen was hij in topvorm en werd hij zesde. Daarna werd hij uitgeroepen tot Europees atletiektalent van het jaar.
Dit jaar stelde Laros opnieuw hogere doelen voor zichzelf. Tegen NRC zei hij met alleen een finaleplek niet tevreden te zijn. „Om te zeggen dat ik dit jaar alleen maar ervaring op wil doen, vind ik ambitieloos. Ik maak nu deel uit van de wereldtop.” Hij kondigde aan voor de medailles te willen gaan. „Ik denk dat dat ook wel realistisch is.”
De Nederlandse atleet kwam naar de WK na een seizoen vol overwinningen in de Diamond League. Hij won in Eugene de voor Amerikanen prestigieuze mijl (1.609 meter), was in Brussel de snelste over 1.500 meter en deed dat een paar dagen later in Zürich nog eens over. Het leverde Laros de Diamond League-trofee op als de beste mannelijke atleet op de 1.500 meter dit seizoen.
Toen de WK eenmaal begonnen, won de jonge Nederlander overtuigend zowel zijn serie als zijn halve finale. In de finale zou hij aan de start verschijnen als de atleet met de snelste seizoenstijd (3.29,20, ook het Nederlands record).
Anderen waren weliswaar sneller geweest dit jaar, maar ontbraken door uiteenlopende redenen of werden eerder uitgeschakeld. De twee olympisch kampioenen uit 2021 en 2024, Jakob Ingebritsen en Cole Hocker, overleefden respectievelijk de series en halve finale niet. De Fransman Azeddine Habz, de man met de snelste seizoenstijd van allemaal, vatte het na zijn uitschakeling samen in de Franse pers: „Dit is een wrede sport.”
De concurrentie voor Laros lijkt in de finale vooral te moeten komen van de wereldkampioenen van 2019, 2022 en 2023: de Keniaan Timothy Cheruiyot en de Britten Jake Wightman en Josh Kerr.
Laros snelt na het startschot direct naar voren. De eerste anderhalve ronde loopt hij aan kop, bepaalt hij het niet al te hoge tempo. Dan neemt Cheruiyot de leiding over, en nestelt Laros zich in zijn kielzog.
Als de atleten in een pelotonnetje het laatste rechte eind opdraaien, lijkt Laros in de ideale positie te zitten om met zijn versnelling, die al het hele jaar superieur is, op te stomen naar een historische wereldtitel. Maar dan wordt hij ingehaald door zijn concurrenten, en de Nederlander kan niet mee. Met een grimas van de inspanning drukt hij zich als vijfde over de finish.
Terwijl Nader, Wightman (die tweede wordt) en de Keniaan Reynold Cheruiyot (geen familie) de vlaggen van hun vaderland in de hand gedrukt krijgen, loopt Laros eenzaam naar de andere kant van het stadion. Daar zitten zijn ouders. Als ze hem knuffelen, blijft Laros bewegingsloos tegen de tribune staan.
„Teleurgesteld”, begint hij na afloop bij de media zijn verhaal. „Ik stond hier aan de startlijn met het idee dat ik echt goud kon halen, elke stap naar deze finale was perfect. En ik vond dat ik de race heel erg goed uitvoerde, het raceverloop was ook nagenoeg perfect. Ik zat in een positie om te winnen, zoals ik het hele seizoen al doe.”
„Pas de laatste tachtig meter had ik het idee dat ik het niet meer onder controle had. Mijn kick liet me in de steek. Ik weet het ook niet, ik had gewoon de benen niet. Dat ik dan dat laatste beetje mis, dat is echt ontzettend klote.”
Laros kan dit nog toernooi nog eens in actie komen als hij wil: hij kwalificeerde zich ook voor de 5.000 meter. Maar de afgelopen weken liet hij het in het midden of hij daar aan zou beginnen, en zo vlak na de wedstrijd weet hij het ook nog niet. „Geen idee. Ik ga hier van bijkomen, dan met het team zitten en dan maak ik een beslissing.
Biedt de 5.000 meter hem niet een mooie kans op revanche? „Wie weet”, zegt Laros zo zacht dat het nauwelijks te verstaan is, zijn hoofd gebogen en zijn lange, ranke gestalte in elkaar gezakt. Dan stapt hij weg.
Source: NRC