Peter Middendorp is schrijver en columnist van de Volkskrant. Van zijn hand verschenen onder meer de romans Vertrouwd voordelig en Jij bent van mij.
Van de Irak-oorlogen herinner ik me vooral de fraaie beelden. Iedere ochtend, in elk ontbijtjournaal, kon je ze weer van vliegdekschepen zien opstijgen, de meest schitterende gevechtsvliegtuigen, tegen de achtergrond van een egaal blauwe hemel. De oorlog was een reclamefilm voor westerse techniek. En voor westerse waarden. Want onze bommen zaaiden op de korte termijn alleen maar dood en verderf om op de langere termijn welvaart, vrijheid en democratie te kunnen oogsten – dat begrepen de Irakezen zelf vast ook wel.
De oorlogen van nu zijn geen tv-oorlogen. Er zijn geen aantrekkelijke video’s van moderne raketten te maken als ze worden afgevuurd op ziekenhuizen, scholen, tenten en woontorens; op de gevangenen van Gaza. Of van een modern aanvalsgeweer in handen van een elitesoldaat, als daarmee gericht op de borsten en hoofden van uitgehongerde kinderen wordt geschoten, die naar voedselhulp zijn gelokt; een hinderlaag, een drijfjacht.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Eigenlijk is Israël niet eens in oorlog, want er schiet al geruime tijd niemand meer terug. Waar is de tegenstander, het leger van de vijand – nog steeds in dat ingenieuze, ondergrondse tunnelcomplex?
Misschien toont de Russische tv wel dagelijks stoere beelden van vliegtuigen die bommen naar de burgers van Oekraïne brengen. Maar hier zien we ze niet, onze tv laat alleen de schade zien. Ook uit Oekraïne komen weinig video’s die trots de kracht van het leger tonen. Misschien willen ze de vijand niet wijzer maken, waarschijnlijk hebben ze ook wel iets anders aan het hoofd: de oorlog niet verliezen. Niet vernietigd worden.
Toen vorige week 19 Russische drones zomaar het Poolse luchtruim waren binnengevlogen, zagen we sinds lange tijd weer eens westerse gevechtsvliegtuigen van de allernieuwste soort in actie op tv. De F-35’s waren nog Nederlands ook. Kijk, daar gingen ze, onze vliegende wapensystemen, onze vliegers, onderweg om die Russische drones eventjes met westers vertoon uit het egaal-blauwe Navo-luchtruim te schieten.
De beelden luchtten op, aanvankelijk – de actie gaf weer een klein beetje vertrouwen in westerse kracht. Soms krijg je het gevoel dat we de oorlog al van Rusland aan het verliezen zijn, de hybride oorlog, het voorstadium, terwijl nog moet doordringen dat er überhaupt oorlog tegen ons wordt gevoerd. Maar nu deed de Navo eindelijk eens wat terug.
Helaas werd al snel bekend dat onze F-35’s maar drie of vier drones hadden neergehaald. En dat er raketten van een miljoen dollar waren gebruikt tegen drones die voor een groot deel van hout en piepschuim waren gemaakt.
Er is de afgelopen jaren heel wat afgepraat over hulp aan Oekraïne – welke wapens ze wel en niet mogen, en hoeveel. Er wordt zelfs gepraat over Nederlandse deelname aan een internationale troepenmacht, die een toekomstig bestand moet gaan bewaken, al stelt de BBB als voorwaarde dat onze soldaten meteen naar huis mogen als er wordt geschoten.
Maar bij alle gepraat over onze hulp aan Oekraïne krijg je steeds sterker het idee dat ze vooral ons aan het helpen zijn – dat we het zonder hen helemaal niet tegen de Russen gaan redden. Toen de Navo met F-35’s op Russische huisvlijt begon te schieten, bood Oekraïne ook meteen aan om onze verdedigingsalliantie te leren hoe je je tegen Rusland moet verdedigen. Want zo gaat het niet natuurlijk, een beetje muggen bestrijden met bazooka’s – onze prachtige F-35’s moeten de Oekraïners pijn aan de ogen hebben gedaan.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant