Home

Rampjaar in spijkerbroek, met De Ruyter in Cuijk

Boek uit de kast Uit straatboekenkastjes in heel Nederland haalt Arjen Fortuin steeds een boek, bespreekt het, en geeft het door. Vandaag levert een slanke kast bij Cuijk een zeeheld op.

De Maas heeft vele bochten en in een van die bochten ligt Cuijk – Cuijk heet dan ook Cuijk omdat ‘Keukja’ Keltisch is voor ‘bocht’, wat door de Romeinen werd verbasterd tot ‘Ceuclum’, toen zij er rond 50 een nederzetting stichtten en een brug over de Maas bouwden. Die brug is weg, maar veerbedrijf Ton Paulus brengt je voor 65 cent naar de overkant (met kinderwagen het dubbele).

Over boten gesproken, uit het slanke houten kastje aan de zuidkant van de plaats plukken we de roman Michiel de Ruyter, elf jaar geleden gepubliceerd door Alex van Galen, „vrij naar de gelijknamige film”. De ‘verboeking’ is een wonderlijk genre, ook al omdat je weet dat je eigenlijk een film leest. Als er dan, ogenschijnlijk vanuit het niets, een halfnaakte vrouw een zaal binnenstapt („De prins wendde zijn ogen onmiddellijk van de half ontblote borsten af, maar het beeld van de tepel die ferm door het hemd stak, zou hij niet snel meer uit zijn hoofd krijgen”), denk je onwillekeurig: dit moet een Nederlandse film zijn.

Intussen leest het lekker weg, de opeenvolging van zeeslagen en politieke verwikkelingen waarin de enigmatische zeeheld verzeild raakt terwijl hij zijn vrouw Anna keer op keer belooft nu toch echt de pijp aan Maarten te geven. De twee gaan op een vriendelijk-gelijkwaardige manier met elkaar om: alsof een modern echtpaar uit een tijdmachine is gefloept: Rampjaar in spijkerbroek. Overigens legt Van Galen in een nawoord uit waar hij de waarheid zoal heeft vervormd: gebeurtenissen uit 23 jaar De Ruyterleven zijn samengebald in enkele jaren; het samengestelde gezin van de admiraal is vereenvoudigd tot een overzichtelijk kerngezinnetje. Al benadrukt de auteur, ook co-scenarist van de film, dat veel zaken historisch accuraat zijn, zoals de scène waarin De Ruyter nadat hij de Engelsen weer eens klop heeft gegeven, in de tuin zijn kippen staat te voeren. Al moet je altijd maar afwachten hoe de filmmakers omgaan met die details, zo blijkt wanneer Van Galen melding maakt van „de gaatjes die Johan de Witt maakte in de linkerbovenhoek van zijn brieven (in de film abusievelijk in het midden van de brieven geplaatst)”.

Johan de Witt is de andere held in deze avonturenroman, met wie het geheel volgens de historische waarheid, bijzonder slecht afloopt. Dat wordt in alle gruwelijkheid uitgeserveerd wanneer een man opduikt op de plaats waar een dag eerder de broers De Witt aan stukken zijn gescheurd door een via Oranjegezinde propaganda opgejutte menigte (er waren nog geen sociale media, maar er was wel al desinformatie). De man heeft een pakketje in de aanbieding: „De pik van Cornelis de Witt, vijf stuivers.” Als dat aanbod alleen maar walging oogst, volgt een niet ongeestig: „Drie stuivers.”

Zo schiet je de pagina’s wel door, waarbij het interessantste personage de Prins van Oranje is, die lang als een twijfelzuchtige slappeling werd beschouwd. Hij wordt bovendien neergezet als een worstelende homoseksueel die, zoals dat ging in de zeventiende eeuw, niet uit de kast dorst te komen (of uit de koets, want daar worden kleine strelingen uitgewisseld). In de al genoemde tepelscène probeert de Engelse koning Charles de jonge Willem te verleiden de Republiek te verraden in ruil voor een aan de Engelse troon ondergeschikt ‘koningschap’. Willem weigert en zal later glorieus wraak nemen door na zijn huwelijk met Mary Stuart zelf koning van Engeland te worden. Dat is iets voor een volgende film.

Wilt u het besproken exemplaar van Michiel de Ruyter hebben? Mail naar boekuitdekast@nrc.nl; het boek wordt onder inzenders verloot, de winnaar krijgt bericht.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Cultuurgids

Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden

Source: NRC

Previous

Next