In Tokyo is dinsdag de eerste 'korte' dag op het wereldkampioenschap atletiek afgewerkt: de eerste drie dagen kenden twee sessies, dinsdag stond er alleen een avondsessie op het programma en na het vuurwerk van maandag was het iets minder episch, hoewel er nog altijd ruimschoots te genieten viel voor de atletiekfan.
110m horden mannen, finaleOlympisch en drievoudig wereldkampioen Grant Holloway kent al een moeilijk jaar, dat werd er niet beter op: hij ging er in de halve finales kansloos uit, Job Geerds kon wegens een blessure überhaupt niet starten. In de finale maakte Cordell Tinch zijn favorietenrol waar: de Amerikaan snelde overtuigend naar het goud in 12,99 seconden, voor de Jamaicanan Orlando Bennett (13,08) en Tyler Mason (13,12) - de op één na snelste man van het jaar, thuisheld Rachid Muratake, moest het in 13,18 doen met plek vijf.
Kogelslingeren mannen, finaleIn de eerste poging kwam Ethan Katzberg al tot 82,66 meter, maar de Canadese favoriet en olympisch kampioen zag hoe de Duitser Merlin Hummel er met 82,77 meter ineens overheen ging - een persoonlijk record met precies anderhalve meter. Dat liet Katzberg niet gebeuren en in poging twee kwam hij tot maar liefst 84,70 meter, waarmee hij in één klap klom naar de vijfde plek op de eeuwige wereldranglijst - 21 centimeter verder en het was de beste worp ter wereld sinds 1986, nu was het de beste in twintig jaar. Hummel bleef wel op verrassend zilver staan, de Hongaar Bence Halasz moest het met 82,69 meter doen met brons. Denzel Comenentia wist maar één geldige poging te noteren, met zijn 74,86 meter bleef hij steken op de twaalfde en laatste plaats.
1500m vrouwen, finaleDat Faith Kipyegon zou gaan winnen stond eigenlijk op voorhand al wel vast en zo geschiedde: de Keniaanse, drievoudig olympisch kampioene op de 1500 meter, voegde er met grote overtuigend een vierde wereldtitel aan toe in 3:52,15 minuten. Landgenote Dorcus Ewoi sprintte verrassend naar het zilver in 3:54,92 minuten, een gigantisch persoonlijk record, voor de Australische Jessica Hull (3:55,16), die een Keniaanse sweep nét wist te voorkomen - Nelly Chepchirchir zat er 0,09 seconden achter.
Hoogspringen mannen, finaleHet was lange tijd een bijzonder moeizame wedstrijd, zoals het hele jaar in het hoogspringen wat moeizaam is. Slechts vier mannen wisten de 2,31 meter te slechten en voor de Tsjech Jan Stefela en de Oekraïner Oleh Doroshchuk eindigde het daar - Stefela pakte op basis van minder foutsprongen het brons. De strijd om goud ging tussen olympisch kampioen Hamish Kerr uit Nieuw-Zeeland en de Zuid-Koreaan Woo Sang-hyeok, die beiden in hun derde poging 2,34 meter haalden. Op 2,36 meter ging Kerr er ineens in één poging overheen, Woo kreeg het niet meer voor elkaar en dus pakte Kerr de wereldtitel.
400m vrouwen, halve finalesLieke Klaver liep ook dit keer weer ongeveer op haar niveau, maar had boven zichzelf uit moeten stijgen om de finale te bereiken. In 50,25 seconden, iets sneller dan in de series, finishte ze als vierde en dat was ook niet voldoende om als tijdsnelste door te mogen. De grootste indruk werd zonder twijfel gemaakt door Sydney McLaughlin-Levrone: de Amerikaanse liep ogenschijnlijk simpel naar een beste wereldjaarprestatie van 48,29 seconden - slechts zes vrouwen, waaronder medefinalisten Salwa Eid Naser en Marileidy Paulino, waren ooit sneller - en lijkt haar ogen gericht te hebben op het stokoude Oost-Duitse wereldrecord van Marita Koch (47,60).
400m mannen, halve finalesGeen Nederlanders, maar wel één man die enorme indruk maakte: Busang Kebinatshipi uit Botswana, niet de allergrootste favoriet, liep een wereldrace en finishte met een beste wereldjaarprestatie van 43,61 seconden, slechts negen mannen waren ooit sneller. De winnaars van olympisch zilver en brons op de Spelen van Parijs, de Brit Matthew Hudson-Smith en Muzala Samukonga uit Zambia, grepen naast een finaleplaats, net als wereldindoorkampioen Christopher Bailey en grootheid Kirani James.
800m mannen, heatsEuropees indoorkampioen Samuel Chapple liep geen slechte heat, maar het ging gewoon niet hard genoeg: hij werd vierde, nog maar nét achter de Canadese favoriet Marco Arop, maar zijn 1:45,45 minuten was een paar tienden te langzaam om als één van de tijdsnelsten door te mogen. Ryan Clarke zat daar niet bij in de buurt: hij werd in de slotfase weggedrukt en moest het doen met de negende en laatste plek in 1:49,08 minuten.
Source: Fok frontpage