Champions League PSV speelde te traag om het de Belgische landskampioen Union Saint-Gilloise moeilijk te maken. Na de 3-1 nederlaag wordt het programma alleen nog maar zwaarder.
PSV-middenvelder Joey Veerman na de 3-1 thuisnederlaag tegen Union Saint-Gilloise dinsdagavond.
In een poule vol met de taaiste Europese tegenstanders bleek voor PSV een van de kleinere namen dinsdagavond al te veel. Union Saint-Gilloise, afgelopen seizoen kampioen van België, was in het eerste groepsduel in de Champions League niet zozeer beter of vaardiger, maar vooral efficiënter en minder slordig. Op een stormachtige nazomeravond werd het 1-3 in Eindhoven.
Het was een wedstrijd waaraan PSV-trainer Peter Bosz vooraf niet te veel gewicht wilde toekennen, zei hij een dag eerder. Natuurlijk wilde hij zo’n eerste duel het liefst winnen, „voor het gevoel is dat belangrijk”. Maar lukte dat niet, dan was alles nog mogelijk, zo stelde Bosz. Helemaal in een toernooi waarin clubs, sinds de uitbreiding van vorig jaar, nadien nóg zeven keer in actie komen.
Bosz verwees naar de Europese campagne van vorig seizoen, toen PSV in de Champions League begon met een ontluisterende 3-1 nederlaag tegen Juventus. Later hadden ze dat netjes rechtgezet, aldus Bosz, met twee gelijke spelen, en vooral de overwinningen op Girona FC, Sjachtar Donetsk en Rode Ster Belgrado. Een valse start hoeft dus „ook weer niet alleszeggend” te zijn, meende Bosz.
PSV-coach Peter Bosz zag dat zijn ploeg geen antwoord had op het snelle, dynamische spel van Union Saint-Gilloise. Foto Maurice van Steen / ANP
Het verschil is alleen: vorig jaar kon PSV na Juventus nog uitkijken naar ontmoetingen met mindere tegenstanders, waarvan een groot deel allemaal in de onderste regionen van de groep zou eindigen. Nu lijkt PSV het eerder met de wedstrijd zwaarder te krijgen. Volgens databureau Opta had PSV van alle 36 deelnemers in de Champions League een van de moeilijkste lotingen.
Dus misschien dat in de tweede wedstrijd nog iets mogelijk is, tegen Bayer Leverkusen, een ploeg die het seizoen stroef is begonnen. En anders misschien nog op bezoek bij het Griekse Olympiakos FC. Maar voor de rest wachten louter nog topploegen: Bayern München, Liverpool FC, SSC Napoli, Atlético Madrid en Newcastle United FC. Union was in dat rijtje de tegenstander waarvan PSV niet mócht verliezen.
In veel aspecten leek de wedstrijd op die van drie dagen eerder, toen PSV in de competitie won bij NEC. Een „atypische” ploeg, volgens Bosz, die Nederland verrast met aantrekkelijk en bijna stormachtig voetbal. Met een in Nederland ongewone formatie: drie centrale verdedigers achterop, en twee wingbacks die de zijlijn van voor tot achter bestrijken.
Hij had zijn ploeg er daarom op aangepast: zelf was PSV óók met drie verdedigers gaan spelen. Een redelijk geslaagd experiment: de wedstrijd werd met 5-3 gewonnen, maar PSV oogde bij vlagen ook kwetsbaar achterin. Onwennig ook: moesten de centrale verdedigers nou uitstappen als op de flank een tegenstander doorkwam? En wie nam hun man in centrum dan over?
Met Union treft PSV dinsdag ook een ploeg met drie verdedigers en beweeglijke spelers op de flanken. Maar in Eindhoven besluit Bosz nu zijn ploeg niet te spiegelen. Hij houdt vast aan vier man achterin, met één variatie: vaste keuze Yarek Gasiorowski verhuist van het centrum naar de flank, bij gebrek aan een linksachter. Amando Obispo, doorgaans een invaller, vult diens plek centraal achterin.
Union Saint-Gilloise-speler Anouar Ait El Hadj maakt de 0-2 tegen PSV, waar middenvelder Jerdy Schouten te laat komt. Foto Piroschka Van De Wouw / Reuters
Toch oogt PSV daardoor niet minder kwetsbaar dan tegen NEC. Omdat de druk vanuit Union onvermoeibaar hoog is, en de spelers van de thuisploeg zodra ze de bal krijgen vrijwel meteen in duel moeten met een tegenstander. Maar net zo goed door PSV zelf, dat op momenten simpelweg te traag speelt om het een tegenstander echt lastig te maken.
Veelzeggend is hoe doelman Matej Kovar, deze zomer mede aangetrokken omdat hij goed kan meevoetballen, regelmatig aarzelend met de bal aan de voet staat. Zoekend naar een vrije man om aan te spelen, om uiteindelijk maar de bal naar voren te roeien, zodra de spitsen van Union hem tot op een paar meter zijn genaderd. Vrijwel telkens met balverlies tot gevolg.
Als het tempo dan een keer wél wordt opgevoerd, is PSV vaak te slordig. Zoals wanneer Ismael Saibari na twintig minuten richting het doel snelt en teamgenoot Jerdy Schouten, helemaal vrij naast hem, over het hoofd ziet en zich vervolgens vastloopt. En een paar minuten eerder, wanneer Joey Veerman veel te veel tijd neemt bij een aanname en zich laat verrassen door een tegenstander die uit zijn rug komt.
Ook het eerste doelpunt valt uit zo’n onnodige fout. Een ingooi van Union, die wordt weggekopt door Gasiorowski. De bal belandt bij Ricardo Pepi, de spits van PSV die meeverdedigt en niet ziet – en te horen krijgt – dat in zijn rug een tegenstander komt aansnellen. In plaats van de bal raakt hij de man, een onhandige, maar overduidelijke strafschop. Aanvaller Promise David schiet raak.
Het tweede doelpunt wordt eveneens ingeleid door Pepi, al is dat vooral omdat hij ingespeeld wordt op een onhandig moment: tussen drie verdedigers, met een pass die nauwelijks te controleren valt. Als Anouar Ait El Hadj vervolgens richting het doel dribbelt, kan dat vrijwel ongestoord. Pas op het laatste moment stapt er een speler van PSV in, verdediger Obispo, die zich pijnlijk simpel laat uitkappen.
PSV-spits Ricardo Pepi speelde een ongelukkige wedstrijd. Foto Maurice van Steen / ANP
Het is een tegenslag waarvan PSV niet meer weet te herstellen. De thuisploeg krijgt weliswaar kansen, maar het zelfvertrouwen lijkt weg, met veel foute passes en mislukte dribbels tot gevolg. Union toont zich, tien minuten voor tijd, minder onzorgvuldig: verdediger Kevin Mac Allister scoort uit een slecht verwerkte corner. Dat Ruben van Bommel vlak voor tijd de 1-3 maakt, is nauwelijks nog een troost.
Source: NRC