Home

Als we heel veel goede adviezen krijgen, komen we juist niet in actie

Te veel keuze We willen wel iets doen, maar daar blijft het dan ook vaak bij. Een belangrijke reden is ‘choice overload’.

Eerst even dit. Als er boven dit stuk had gestaan dat het ook gaat over klimaat en duurzaamheid, dan had je dit misschien niet gelezen. Veel mensen zijn het klimaatnieuws moe. ‘Message fatigue’ noemen onderzoekers dat. Mijn eigen ervaring: als ik over duurzaamheid schrijf, maken de leescijfers een duikvlucht.

Nog belangrijker misschien – en daar gaat dit stuk over – we weten best veel over duurzame mogelijkheden, maar vinden het vaak moeilijk om actie te ondernemen. Hoe komt dat? En wat kun je daaraan doen?

Dat vroegen twee bekende Duitse psychologen – Gabriele Oettingen en Peter Gollwitzer – zich ook af. Ze schreven er een uitgebreid artikel over in Motivation Science.

Te veel keus werkt ondermijnend

Eerst maar eens het probleem. Volgens Oettingen en Gollwitzer voelen veel mensen zich verlamd als het gaat om hun eigen klimaatgedrag. We willen wel iets doen, maar we komen niet in actie.

Ben Tiggelaar schrijft wekelijks over persoonlijk leiderschap, werk en management.

Een belangrijke reden is ‘choice overload’. Je kunt héél véél verschillende dingen doen om het klimaat een handje te helpen. Juist die overvloed werkt ondermijnend.

Eerder onderzoek, van Talbot Andrews en collega’s, laat zien dat personen die 20 duurzame gedragsopties krijgen, minder actie ondernemen dan zij die 1, 5 of 10 mogelijkheden krijgen.

Als we te maken krijgen met te veel keuzemogelijkheden, leidt dat volgens Oettingen en Gollwitzer tot: vermoeidheid („pff, wat moet ik kiezen?”); onzekerheid („wat werkt het beste?”); minder zelfvertrouwen („kan ik dit wel?”); negatieve emoties („dit kan ik nooit allemaal doen!”) en uiteindelijk tot minder actie.

De rol van ‘het systeem’

Tja, denk ik dan, beperk de keuze voor gewone mensen zoals ik. Help me focussen. Maar hoe dan?

Volgens Oettingen en Gollwitzer kan de focus van buitenaf of van binnenuit komen. Bij het eerste denken zij aan heldere voorlichting en gedragsregels. De overheid zou een beperkt aantal gedragingen moeten stimuleren, die bewezen verschil maken.

Ook werkgevers kunnen hierin een rol spelen. Organisaties kunnen heldere duurzaamheidsregels invoeren. Voorbeeld: bij reizen onder de 500 kilometer vliegen we niet. Dat kan voor sommigen voelen als een beperking, maar duidelijke afspraken op het werk worden meestal juist gewaardeerd.

Zo’n aanpak van buitenaf, vanuit het ‘systeem’, wordt een s-frame genoemd.

Belangrijk daarbij is wel, zeggen Oettingen en Gollwitzer, dat wij vertrouwen hebben in degene die voorlicht of regels opstelt. En dat is, voorzichtig gezegd, niet vanzelfsprekend.

Wat kun je zelf?

Alleen een s-frame is niet genoeg. We moeten ook individueel aan de slag: een i-frame. Laat dat nou net de specialiteit zijn van Oettingen en Gollwitzer.

Hoe kunnen we zélf focussen binnen de overvloed aan duurzame opties? Onze natuurlijke neiging, wanneer we nadenken over de toekomst, is om te piekeren over allerlei obstakels of lekker te dagdromen over later. Beide aanpakken leiden niet tot knopen doorhakken en actie. Wat wel helpt is: éérst nadenken over de toekomst die je wilt en dán over de obstakels in het heden. Dat heet mental contrasting (afgekort: MC). Oettingen onderzoekt dit al 25 jaar.

Hoe pas je dat toe op duurzaam gedrag? Je overweegt opties die je aanspreken. Bijvoorbeeld: overstappen naar een groenere werkgever of de tweede auto de deur uit.

Achtereenvolgens stel je je zulke toekomstige situaties voor en bedenk je obstakels. Die obstakels kunnen ‘intern’ zijn (je eigen gewoontes of gevoelens) of ‘extern’ (belemmeringen buiten jezelf). Van sommige obstakels denk je: lossen we op. Bij andere weet je: dat lukt niet.

Zo ontdek je welke paden naar de toekomst voor jou realistisch zijn.

WOOP

MC helpt je om te kiezen. Maar om ook echt in actie te komen, adviseren Oettingen en Gollwitzer ‘implementatie-intenties’ (afgekort: II). Dat is een nauwkeurig geformuleerd ‘als, dan’-plan dat specifiek gedrag koppelt aan concrete situaties, zoals de confrontatie met een obstakel. Gollwitzer onderzoekt dit al 35 jaar.

Voorbeeld van een duurzame II: als er in de kantine vlees wordt aangeboden, dan kies ik voor een vegetarisch alternatief. Of: als ik me online oriënteer op vakanties, dan klik ik verleidelijke vliegaanbiedingen weg en zoek bestemmingen zonder vlucht.

De combinatie van MC en II heet MCII, of populairder: WOOP. Dat staat voor: Wish (wat wil je?); Outcome (wat levert dit op?); Obstacle (wat staat in de weg?); Plan (maak een als, dan-plan voor deze obstakels). Tientallen studies laten zien dat WOOP eenvoudig en effectief is.

Praktisch

Dus? We moeten s-frame en i-frame combineren en WOOP gebruiken. Hoe ziet dat er in het echt uit? Drie suggesties.

„Wer die Wahl hat, hat die Qual”, leerden Oettingen en Gollwitzer waarschijnlijk beiden al op hun Duitse basisschool. Te veel keus leidt tot stress. Dit oude gezegde geldt ook voor actuele wereldproblemen. Maar een beetje nuchtere gedragswetenschap kan ons misschien helpen.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Economie

Een overzicht van de verhalen die de economieredactie vandaag heeft gemaakt

Uitgelichte artikelen

Source: NRC

Previous

Next