Acteur, regisseur en producer Robert Redford was gezichtsbepalend binnen de Amerikaanse filmwereld. Geknipt voor de hoofdrol, maar in zijn lange carrière vaak de helft van een toonaangevend duo. Hij overleed dinsdag op 89-jarige leeftijd.
schrijft voor de Volkskrant over film, non-fictie, thrillers, muziek en graphic novels.
Blonde lokken, een schrandere oogopslag: een Californische droomprins in eigen persoon. Robert Redford, dinsdag 16 september overleden op 89-jarige leeftijd, was geknipt voor de hoofdrol, maar toch opereerde hij in veel van zijn betere films als de helft van een duo. Voor hem een manier om de kneepjes van het vak te leren.
Zo kwam hij bij de hippe western Butch Cassidy and the Sundance Kid (George Roy Hill, 1969) onder de hoede van de veel ervarener Paul Newman, elf jaar ouder dan hijzelf en een volleerd method actor bovendien.
Niettemin was er vanaf de eerste draaidag bij Butch Cassidy and the Sundance Kid sprake van chemie tussen deze twee zo uiteenlopende acteurs. Newman (Butch Cassidy) speelde de bendeleider en snelle beslisser die iedere situatie weet in te schatten. Zijn sidekick Redford (Sundance Kid) was meer het archetype van de stille cowboy, maar samen leverden ze de perfecte buddyfilm af.
Met heel geestige dialogen, dat ook. Als het duo door de lange arm van de wet achterna wordt gezeten, besluiten ze van een rots te springen om via de rivier beneden te kunnen vluchten.
Butch: ‘Oké, ik spring als eerste.’
Sundance: ‘Nee.’
Butch: ‘Oké, dan spring jij als eerste.’
Sundance: ‘Ik zei: nee.’
Butch: ‘Wat is dat toch met jou?’
Sundance: ‘Ik kan niet zwemmen.’
Butch lacht hem uit: ‘Ben je gestoord? Door deze sprong val je toch al te pletter.’
En dan springen ze samen: ‘OHHHH SHIT!!!! ‘
Mooi duo, Newman en Redford.
In 1973 zouden ze hun samenwerking nog eens oppakken in de heerlijke zwendelkomedie The Sting, andermaal geregisseerd door George Roy Hill. Daarin had Redford al meer eigen tekst en scènes, hij was zich duidelijk aan het ontwikkelen. De rol van schelm Johnny Hooker leverde hem zijn eerste Oscarnominatie op.
En die duo’s bleven maar op zijn pad komen. Voor All the President’s Men (1976, Alan J. Pakula) werd hij gekoppeld aan de altijd licht neurotische Dustin Hoffman. Samen speelden ze de jonge honden Woodward (Redford) en Bernstein (Hoffman) die namens The Washington Post het Watergateschandaal aan het licht brachten. Nadien wilden hele generaties zelf ook journalist worden, en was Redfords naam als topacteur definitief gevestigd.
Niet slecht voor de flierefluiter die hij in zijn jonge jaren was. Robert Redford – in 1936 geboren te Santa Monica, Californië, als zoon van accountant Charles en zijn liefhebbende moeder Martha – bleek vrij onhandelbaar op de middelbare school, en werd als student weggestuurd van de universiteit van Colorado. Toen zijn moeder Martha in 1955 onverwachts overleed, ondernam hij met een schetsboek onder de arm een reis naar Europa, bij wijze van rouwverwerking en gestuurd door een ambitie om kunstschilder te worden.
Het werd nogal een liederlijk tussenjaar, daar in Parijs, Rome, Florence en Mallorca – zo staat het althans beschreven in het standaardwerk Robert Redford: The biography (2012), van auteur Michael Feeney Callan. Meisjes, drank, heel veel roken en een boel existentieel getob. ‘Het was goeddeels masochistisch. Ik wilde alleen zijn met mijn verdriet over mijn moeder, en de moeilijkheden die ik had met mijn eigen identiteit. Ik wilde kunstenaar worden, maar was ik wel goed genoeg? Ik viel 22 kilo af door alle stress.’
Tijd voor plan B, zo besloot hij, ‘bij wijze van escapisme.’ Eenmaal terug in de VS legde hij dat schetsboek in de lade en nam hij acteerlessen bij de privéopleiding American Academy of Dramatic Arts in New York, de oudste Amerikaanse school in zijn soort.
Na wat toneelrolletjes hier en daar op ‘off-off-Broadway’ en af en toe ook in tv-series, kreeg hij in 1963 de hoofdrol in de theaterversie van Barefoot in the Park, naar het lichtvoetige toneelstuk van Neil Simon. Het personage van de conservatieve Paul die zich eigenlijk geen raad weet met zijn springerige liefje Corie zou hij in 1967 nog eens spelen voor de filmversie van regisseur Gene Saks, met Jane Fonda als zijn nieuwbakken eega.
Ook een goed stel: Fonda en Redford – spreekwoordelijke kinderen van de optimistische sixties. De generatiegenoten (zij is van 1937) kwamen elkaar voor het eerst tegen bij haar speelfilmdebuut Tall Story (1960, Joshua Logan). Zij als de hoofdrol in deze romcom, hij als een naamloze basketballer die als figurant geen credit in de aftiteling kreeg.
In het Texaanse gevangenisdrama The Chase (1966; Arthur Penn) bleken hun rollen gelijkwaardig, bij Barefoot in the Park waren ze inmiddels een goed ingespeeld duo, en regisseur Sydney Pollack castte de twee voor zijn (toch wat merkwaardige) actiewestern annex romantische komedie The Electric Horseman (1979).
Daarin is Redford de afgezwaaide rodeoster Sonny Steele die ervandoor gaat met een racepaard van 12 miljoen dollar. Fonda zit hem als tv-reporter achterna, tot in de woestijn aan toe. Vervolgens, hoe kan het ook anders, vallen ze voor elkaar. Geen film voor de eeuwigheid, maar een blockbuster werd het wel.
Alles wat Redford in die tijd aanraakte – hij koos inmiddels alleen nog maar rollen waarin hij zichzelf deels herkende – veranderde in goud. Met dank aan zijn zorgvuldig opgebouwde imago van ‘de intelligente filmster’. Een acteur met hersens, die zag je niet zo heel vaak.
Fonda, in een interview uit 2005 over haar destijds net verschenen memoires: ‘Nou, als er nu iemand niet geïnteresseerd is in roem, dan is het Bob wel. Hij vindt het hele sterrendom gênant. Ik vind hem een geweldige man, aan de buitenkant maar ook vanbinnen. Sinds Barefoot en The Electric Horseman zijn we vrienden gebleven.’
In 2017 kwam het tot een reünie in Our Souls at Night (Ritesh Batra), een romantisch drama over eenzame buren op leeftijd.
Naast Jane Fonda speelde Redford ook onder meer samen met Barbra Streisand in The Way We Were (1973, Sydney Pollack), Mia Farrow in The Great Gatsby (1974, Jack Clayton), Meryl Streep in Out of Africa (1985, andermaal met Pollack als regisseur), Michelle Pfeiffer in Up Close & Personal (1996, Jon Avnet), en met Demi Moore in Indecent Proposal (1993, Adrian Lyne).
Die laatste titel werd trouwens bij wijze van uitzondering slecht ontvangen, omdat de rol van een verveelde miljonair die een getrouwde vrouw voor een nacht koopt niet paste binnen zijn publieke persona als romantische, oldskool Hollywoodacteur. Redford speelde nooit slechteriken, en dat wilde zijn trouwe schare fans – van beiderlei kunne – graag zo houden.
Veel, heel veel duo’s dus, in de 86 rollen die hij in de loop der jaren aaneenreeg. Maar als hij dan eens solo ging, dan ging-ie er ook vol voor. Zijn persoonlijke favoriet was Jeremiah Johnson (1972, Sydney Pollack), waarin hij als veteraan uit de Amerikaans-Mexicaanse oorlog rond 1850 kiest voor een leven als trapper, een jager hoog in de besneeuwde Rocky Mountains.
Minstens zo indrukwekkend was zijn allerlaatste solorol in All Is Lost (2013, J.C. Chandor), met Redford als verloren zeiler op volle zee, in een zinkend schip en omringd door haaien. Een eenmans-survival-rampenfilm waarbinnen hij elke scène moet dragen, gewoon omdat er geen tegenspelers zijn. Hij was hier toch al 77 jaar oud, maar had nog steeds die goeie kop, daar kwam geen botox aan te pas.
Een saluut aan zijn eigen jeugd was All Is Lost ook. Als 11-jarige werd hij vanuit Los Angeles meegenomen voor een tripje richting natuurpark Yosemite, en daar werd hij overweldigd door de vergezichten. Zozeer zelfs, dat hij er later twee jaar bij wijze van scholierenbaantje ging werken. Hij hield naar eigen zeggen van de uitgestrektheid van de Amerikaanse natuur, de kracht ervan, de rivieren, de valleien, de bergen, en bovenal van de verhalen die erbij horen. Go West, young man! – dat gevoel.
Precies de reden dat hij zijn zo invloedrijke filmfestival Sundance in 1978 opzette in het rurale Utah, en hij als regisseur speelfilms maakte als het landelijke A River Runs Through It (1993, met een nog piepjonge Brad Pitt).
Weliswaar won Redford voor zijn regiedebuut Ordinary People, een heftig familiedrama, direct vier Oscars, waaronder die voor ‘beste film’ en ‘beste regie’, zijn rijke filmersleven zal toch vooral herinnerd worden om zijn baaierd aan iconische rollen. Robert Redford was mister americana.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant