Home

Hoe een leuke opera kan verzuipen in een verschrikkelijk decor

Opera Dat de Waalse opera in Luik een steeds leukere programmering krijgt, is goed nieuws voor het zuidelijke deel van Nederland, van waaruit Luik beter bereikbaar is dan De Nationale Opera in Amsterdam. Maar de seizoensopening ‘Faust’ kun je beter overslaan.

Scène uit ‘Faust’ van Charles Gounod door de Waalse Opera. Foto J. Berger ORW Luik

We schreven tot nu toe weinig over de Koninklijke Waalse Opera (Opéra Royal de Wallonie) in Luik. Maar dat operahuis begint een leuke programmering te krijgen. Mozarts Così fan tutte in oktober, Nino Rota’s Il cappello di paglia di Firenze in november, Tsjaikovski’s Pique Dame in februari/maart, Donizetti’s Lucrezia Borgia in april en Verdi’s Otello in juni. Dat is goed nieuws voor iedereen die woont in Eindhoven en zuidelijker – vanaf daar rijd je sneller naar Luik dan naar De Nationale Opera in Amsterdam.

Faust van Charles Gounod door de Waalse Opera. Gezien: 12/9, Opera Luik.

Herhaling: 16, 18 en 20 september. Info: operaliege.be

Hadden we nou maar op een van die titels gewacht, in plaats van naar de seizoensopening te gaan: Charles Gounods heerlijke Faust speelt daar deze week. In een tamelijk verschrikkelijke regie.

Eerst de basics voor wie nog nooit in de opera van Luik is geweest. Verwacht een sfeervolle zaal met een kurkdroge akoestiek. Zo snel hoor je het eerste akkoord van de ouverture zelden doodslaan. Dat is even wennen als je De Nationale Opera gewend bent, die een goedwerkende elektronische galm heeft. Maar eenmaal gewend heeft die droogte in Luik ook een charme: het prima huisorkest krijgt er een nostalgische klank van; alsof je naar zwart-witmuziek op een oude plaatopname luistert.

Charles Gounods Faust, gebaseerd op Goethes verhaal, ging in 1859 in première.

De oude dokter Faust gaat een pact aan met duivel Méphistophélès. In ruil voor verjonging belooft hij zijn ziel na het aardse leven.

Faust wordt verliefd op Marguerite (ook begeerd door de jonge Siebel), maar hun liefde eindigt slecht. Faust doodt Marguerites broer in een duel, zijzelf belandt in de gevangenis en sterft, ondanks Fausts reddingspoging. Méphistophélès plan faalt echter: Marguerite eindigt in de hemel, Faust wordt vergeven.

Schoolmusicaldecor

Zang wordt minder opgetild door warme klankdampen uit de orkestbak. Beide mannelijke hoofdpersonen werken extra hard om hun stem achter in de zaal te krijgen: Erwin Schrott als een lekker snedige Méphistophélès (op de première eerst nog wat aarzelend, maar steeds overtuigender), John Osborn als een wat naïef spelende maar heldhaftig zingende Faust. Nino Machaidze als Marguerite begint met een wapperende stem, maar vindt gelukkig vastigheid. Een ontdekking is Elmina Hasan, die Siebel mooi helder en krachtig recht voor z’n raap neerzet.

Maar je kunt zingen wat je wil, als de regisseur je in een afleidend decor neerzet, verdwijnt je verhaal. Afleidend is in dit geval een understatement. Deze Faust van Thaddeus Strassberger ziet eruit alsof een wilde brainstormsessie voor een schoolmusicaldecor daadwerkelijk een toereikend budget heeft gekregen.

Drie uur lang worden er achter elkaar decorstukken op- en afgereden. Zo’n beetje elk detail in de tekst wordt letterlijk neergezet, met daar bovenop nog een dikke saus symboliek. Strassberger moet gedacht hebben: ‘Ik heb een neo-klassieke tempel, verrijdbare engelenbeelden én doodshoofden, een Adam en Eva die op het komische af te pas en te onpas door het decor lopen, demonen in paars bloed gedrenkt, gesluierde wezens met spiegels die Marguerite volgen, een gigantische tombe van glas en goud met een lijk dat tot leven komt voor twee minuten, overal Latijnse spreuken, onwerkelijk schitterende gouden kostuums gedragen door skeletten voor tijdens dat éne zinnetje over ‘koninginnen uit de oudheid’ en ik heb elke overgebleven vrije vierkante meter opgevuld met dansers. Maar... er mist nog iets.’

Vleugels

Gelukkig voor Strassberger zijn er nog de wonderen der techniek. Want zingt iemand daar nou over sterren? Een prachtige kans om een beamer te pakken en al dat decor ook nog te beschijnen met sterren, symbolen en – god mag weten waarom – 20ste-eeuwse zwart-witbeelden van soldaten.

Scène uit ‘Faust’ van Charles Gounod door de Waalse Opera. Foto J. Berger ORW Luik

Het levert stuk voor stuk mooie tableaufoto’s op, maar in beweging is de overdaad gekmakend. Behalve voor de musici en zangers is de tweede bal ook voor de bouwers: alles is tot in detail prachtig gemaakt. Maar zie in zoveel decorwisselingen nog maar eens geloofwaardig te acteren. Niet te doen.

Wacht, krijgt Méphistophélès aan het einde nou ineens zijn witte vleugels terug? Dat is nogal een vergevingsstatement. Maar het gebeurt terwijl het doek valt en ook nog eens als detail ergens achter op het podium. Je wil daar best over nadenken, maar murw geslagen door drie uur details ben je domweg te moe.

Source: NRC

Previous

Next