Hoe kijkt de generatie van 2000 terug op de jaren die hen gevormd hebben en wat verwachten ze van de toekomst? Mediaredacteur en oud-voetballer Tirsa Postma: ‘Het is toch onzin dat een politieke partij groot kan worden onder jongeren omdat ze leuke TikToks maken?’
Waar ben je opgegroeid?
‘Dronten, in Flevoland. Ik heb daar een relaxte jeugd gehad. Er ligt een bos vlak bij waar we woonden, dus ik was altijd in bomen aan het klimmen. Als ik ooit zelf kinderen heb, wil ik ook ergens wonen waar ze met een vieze broek kunnen thuiskomen na het buitenspelen.
‘Het klinkt misschien stom, maar ik ben trots op de polder. Veel mensen zullen Flevoland saai vinden, maar ik kan oprecht genieten van de platheid, de weidsheid en de windmolens.’
Wanneer ben je uit huis gegaan?
‘Op mijn 21ste. Tot die tijd had ik daar weinig behoefte aan. Zwolle, waar ik journalistiek studeerde, ligt namelijk dicht bij Dronten. En ik had het thuis gewoon gezellig, want ik heb een goede band met mijn ouders. Als er iets is, spreken we dat meteen uit. Mijn vriend vindt zelfs dat we dat wel héél snel doen. Maar waarom zou je ergens omheen blijven draaien?
‘Bovendien voetbalde ik in die tijd nog op hoog niveau, bij PEC Zwolle. Daardoor had ik geen typisch studentenleven, met veel uitgaan. Het had dus niet zo veel zin om in een studentenhuis te gaan wonen.
‘Maar uiteindelijk had ik niets meer in Dronten, behalve mijn ouders. Ik sliep er alleen maar. Dus toen ik in Zwolle kon samenwonen met vriendinnen van mijn voetbalteam, heb ik die kans toch maar gegrepen.
25 in ’25
In de serie 25 in ’25 vragen we jongeren geboren in 2000 hoe ze zijn geworden wie ze zijn en hoe ze hun toekomst zien. Meedoen? Mail een korte omschrijving (opleiding/woonplaats/bijzonderheden) naar: 25in25@volkskrant.nl
‘Inmiddels woon ik alweer twee jaar samen met mijn vriend. Dat is begonnen toen ik mijn leven weer eens veel te vol had gepland. Omdat we elkaar daardoor overdag bijna niet konden zien, sliep ik zowat elke nacht bij hem. Toen ben ik maar gewoon bij hem gaan wonen, en dat gaat nog steeds hartstikke goed.’
Hoe ben je bij PEC Zwolle terechtgekomen?
‘Ik voetbal al van jongs af aan, eerst altijd in jongensteams. Ik wist niet beter, en mijn teamgenoten vonden het ook geen punt. Ik hoorde er gewoon bij. Sterker nog, als er een meisje bij de tegenstander speelde, riep ik zelf het hardst dat we haar moesten aanpakken, omdat ze vast niet kon voetballen.
‘Toen ik 11 was, begon het bestuur van de voetbalclub opeens moeilijk te doen. Zij vonden het blijkbaar een probleem dat ik als meisje tussen de jongens speelde, en kwamen met allerlei loze argumenten: dat ik de plek van een getalenteerde jongen zou innemen, bijvoorbeeld. Maar ik was op dat moment gewoon goed genoeg voor het team, dus dat sloeg nergens op. Ik denk dat ze gewoon vonden dat meisjes niet met jongens horen te voetballen.
‘Mijn ouders hebben dit gedoe lang verborgen voor mij gehouden, tot de selectieteams van het nieuwe seizoen bekend werden gemaakt. Daarin zitten de beste spelers van een leeftijdscategorie, en ik stond er opeens niet meer tussen. Ik snapte er niets van, en voelde me machteloos en onbegrepen. Want waarom bepaalden deze volwassenen voor mij dat ik voetbal niet leuk mocht vinden?
‘Daarna heb ik een tijdje bij een andere club gevoetbald, tot ik werd gescout door PEC Zwolle. Daar kwam ik voor het eerst in mijn leven in een meidenteam terecht. Dat was zo veel gezelliger. Bij de jongens moest ik me na wedstrijden namelijk in m’n eentje omkleden. Daardoor voel je je toch een soort buitenstaander.
‘Het is wel grappig, trouwens: doordat ik dus altijd een privékleedkamer heb gehad, verspreid ik mijn kleding nog steeds door de hele kleedkamer. Daardoor raak ik altijd dingen kwijt. Dat gaat er niet meer uit, ben ik bang.
‘Uiteindelijk heb ik zeven jaar bij PEC gespeeld. Best lang dus, hoewel ik uiteindelijk maar vier of vijf wedstrijden in het eerste gespeeld heb. Toch bouw je wel je hele leven om het voetbal heen. Toen ik twee jaar geleden besloot te stoppen bij PEC en te kiezen voor mijn maatschappelijke carrière, was dat dus best een dingetje.’
Heb je het gevoel dat je veel hebt opgeofferd voor je voetbalcarrière?
‘Dat valt mee, want dat wilde ik niet. Mijn sociale leven vond ik ook belangrijk en ik ging bijvoorbeeld elk jaar naar Lowlands. Dat was soms best heftig: dan ging ik tijdens het festival op zaterdagochtend op en neer naar huis om snel even een oefenwedstrijd te spelen. Maar ja, om goed te kunnen voetballen, moet je wel gelukkig zijn. Daarom is het belangrijk dat je leuke dingen blijft doen. Dat geldt eigenlijk voor alles in het leven.
Tirsa Postma werd 25 op 9 februari 2025.
Woonplaats Zwolle
Hoe volwassen vind je jezelf op een schaal van 1 tot 10? ‘7. Ik voel me jong, maar niet als ik mezelf vergelijk met 18-jarigen. Voor hen is alles nog zo spannend en belangrijk, terwijl ik me niet meer zo snel druk maak.’
Voel je jezelf onderdeel van een generatie? ‘Ja. We hebben allemaal de opkomst van sociale media meegemaakt.’
Waar ben je over 7 jaar? ‘Dat is zo lastig te voorspellen. Misschien zijn we dan alweer drie kabinetten verder.’
‘Het was wel pittig om een studie te combineren met een voetbalcarrière, hoewel dat heel normaal is in het vrouwenvoetbal. Je dag zit propvol: ’s ochtends train je, daarna race je naar school en ’s avonds moet je verder studeren. Dat is best te doen, als je genoeg discipline hebt en goed kunt plannen.
‘Daarom kon ik me soms verbazen over mijn medestudenten bij journalistiek: waarom zou je pas op het laatste moment ergens aan beginnen als je al het hele jaar weet dat die deadline eraan zit te komen? Het helpt misschien dat mijn middelbare school een topsportschool was. Daar leer je niet alleen al vroeg hoe je moet plannen, maar ook wat je lichaam aankan.
‘Dat neemt niet weg dat die periode, met voetbal en studie, achteraf gezien toch vrij zwaar was. Dat had ik in die tijd niet helemaal door, want ik was vooral bezig met doorgaan. Maar ik heb tegenwoordig veel meer energie. Dat zegt wel iets, natuurlijk.’
Waar werk je nu?
‘Bij Grinta, een mediabedrijf. Daar maak ik bijvoorbeeld de slowmotionherhalingen die je tijdens eredivisiewedstrijden ziet. Je moet enorm snel en gefocust werken, dat vind ik leuk.’
Hoe bevalt het, als vrouw in de sportjournalistiek?
‘Tja, het is natuurlijk wel een mannenwereld. Maar ik heb daar niet zo veel last van, ik ben wel wat gewend. Je kunt niet iedereen over één kam scheren, maar mannen zijn vaak wat harder dan vrouwen. Die hardheid heb ik zelf ook een beetje. Dus als ik op mijn werk een fout maak, mag daar van mij best iets van worden gezegd. Ik neem dat niet meteen persoonlijk. En het scheelt dat ik meestal gewoon goed werk aflever, haha.
‘Waarschijnlijk hebben mannen in dat wereldje wel sneller een mening over mij, omdat ik een vrouw ben. Misschien denken ze bijvoorbeeld dat ik geen verstand heb van voetbal, of zo. Maar is dat erg? Niet echt. Het boeit me gewoon niet zo.’
Gebruik je sociale media?
‘Ik heb het wel, maar ik plaats bijna nooit iets. Wel vind ik het stiekem heerlijk om te kijken naar influencers. Die proberen allemaal uniek en opvallend te zijn, maar lijken daardoor enorm op elkaar. Ik vraag me altijd af of ze dat zelf doorhebben.
‘Dat zie je trouwens ook op Lowlands. Zo veel mensen denken daar dat ze de alternatiefste en hipste van het festival zijn, terwijl ze precies dezelfde kleren dragen. Misschien verbindt dat onze generatie: we willen allemaal op dezelfde manier onszelf zijn.
‘Ik vind het trouwens wel vervelend dat sociale media nu zo’n belangrijke rol in de politiek spelen. Het is toch onzin dat een politieke partij groot kan worden onder jongeren omdat ze toevallig leuke TikToks maken? Het zou toch om de inhoud moeten gaan?’
Ben je veel bezig met politiek?
‘Niet heel veel, maar ik praat er wel vaak over met een vriendin. Die verwijt mij vaak dat ik tegen polarisatie ben, maar er zelf wel aan bijdraag. Ik vind het soms namelijk enorm frustrerend als mensen een andere mening hebben.
‘Laatst kwam Geert Wilders hier in Zwolle protesteren tegen een asielzoekerscentrum. Eigenlijk zou ik dan naar de mening van die protesteerders moeten luisteren, maar dat vind ik soms best lastig. Ik betrap mezelf erop dat ik vooral denk: doe gewoon even normaal.’
Ben je blij met je leven?
‘Ja, hoewel de afgelopen zomer een beetje tegenviel. Ik ben namelijk al drie maanden aan het revalideren van een gescheurde meniscus. Daardoor kan ik niet voetballen en moest ik in een rolstoel naar Lowlands.
‘De eerste zes weken mocht ik helemaal niet bewegen, dat was wel moeilijk. Ik heb altijd een druk leven gehad, en nu kwam dat ineens tot stilstand. Gelukkig kwamen er veel vrienden over de vloer.
‘Daarnaast heb ik allemaal nieuwe hobby’s ontwikkeld: ik ben bijvoorbeeld gaan kleuren in kleurboeken. En ik heb een mondharmonica gekocht, maar daar werden mijn kat en mijn vriend helemaal gek van, dus dat heeft niet lang geduurd. Maar ja, je gaat van alles doen om je niet te vervelen: ik heb zelfs een boek gelezen.’
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant