Jeugdtelevisie In ‘Bollox’ bezingen kinderen hun woede en verdriet in punksongs, bijgestaan door professionele muzikanten. Merel ‘Elmer’ Pauw is uitdager en strijdmakker. NRC was bij opnames. Pauw: ‘In het begin vragen de kinderen vaak: moet ik echt schreeuwen in het nummer?’
‘Bollox’ is het presentatiedebuut van Merel ‘Elmer’ Pauw.
‘Aaaah! Heb respect! Aaaah! Hou je grote bek! Aaah! Doe je mondje dicht. Aaah! Commentaar is niet verplicht!” De leadzangeres spuugt haar woorden in de microfoon. Om haar heen headbangen muzikanten op overstuurde gitaarriffs. Uit het oog van de keyboardspeler lijkt bloed te druipen.
„Oké, dat was vet!” klinkt het opeens vrolijk, vanachter de camera. We staan op de set van het nieuwe VPRO-jeugdprogramma Bollox – de programmatitel is een knipoog naar het iconische punkdebuut van The Sex Pistols. Elke aflevering leert een kind tussen tien en twaalf jaar oud hoe je je woede en pijn in een punksong kunt gieten, en hoe het voelt om dat live te zingen met een echte band. Vandaag is de beurt aan de bijna twaalfjarige Daisy Conrad, die vlak voordat ze het refrein brulde nog bij haar vader op schoot zat.
Haar nummer pleit voor respect voor haar broertje Raphaël, vertelt ze, terwijl ze tussen de opnames door van een frietje geniet. Moeder Lione Rodrigues is ook aangeschoven. Raphaël heeft cerebrale parese, een aangeboren vorm van hersenschade, legt ze uit. „Hij is acht, maar hij heeft het begripsvermogen van een kind van drie. Zijn gedrag doet soms denken aan autisme.”
„Hij snapt niet dat de wereld ook draait om andere mensen behalve hemzelf,” vult Daisy aan. „Hij is vaak in mijn kamer, ik heb niet echt een eigen plek.” Het gezin is op zijn beperking ingespeeld, maar de buitenwereld heeft er vaak geen boodschap aan, merkt Daisy. „Vorig jaar zomer waren we bij een glijbaan waar hij op het laatst niet af durfde. Toen zei een meneer achter ons: ‘Stel je niet aan, ga gewoon!’ Ik voelde me raar, maar ook verdrietig. Want mijn broer kan er niks aan doen. Interesse tonen hoeft niet per se, maar je kunt wel begripvol zijn naar mensen die anders zijn, en ze respecteren.”
Om haar strijdkreet ‘Heb respect!’ op te nemen staat een zeskoppige crew om acht uur ’s morgens paraat aan de voet van de paarse zesbaansglijbaan van Kidzcity, een groot indoorpretpark in een voormalige fabriekshal aan de rand van Utrecht. Matin Sultani (28), of wel de Amsterdamse elektropunkartiest BUG, met wie Daisy eerder deze maand haar nummer heeft geschreven, rolt met zijn band een versterker naar binnen. Sultani lacht zijn gouden tanden bloot. Hij was er meteen „down voor” toen hij werd gevraagd voor Bollox. „Boze kinderen die een punknummer maken, geweldig. De kern van het nummer is dat mensen respect moeten hebben voor Daisy’s broertje, of anders: fuck you. Kinderen wordt vaak geleerd dat ze met hun staart tussen de benen moeten afdruipen en moeten luisteren. Ik vind het sterk dat Daisy in plaats van knikken en doorlopen nu al tegen pestkoppen zegt: ik accepteer het niet. Tegelijkertijd vind ik het ook zielig, dat ze al zo jong wordt geforceerd om bij grotemensenproblemen stil te staan.”
Voor een kleine handspiegel boetseert Merel Pauw (30), haar korte coupe tot stekels. Bollox is haar presentatiedebuut. In speelse interviews fungeert ze als kritisch medestander van de kinderen, en ze neemt in verschillende uitdossingen de rol aan van mensen waar zij boos op zijn, zoals ouders, irritante buren en pestkoppen. Terwijl de crew opbouwt verkent ze de nu nog verlaten hal waar in het schemerdonker attracties opdoemen. Boven een rij snoepautomaten lokken knipperende lichtjes. Uit een reusachtig kasteel krult een glijbaan als een gifgroene tong. Ze rilt. „Doodeng dit. Alles moet altijd leuk en kleurrijk zijn voor kinderen. Precies het kinderentertainment dat wij niet willen maken.”
Pauw onderdrukt een gaap. Tussen de opnames door bespeelt ze ook de festivals met muziektheatercollectief DIEHELEDIN en als muzikant en podiumdier Elmer, die met droge maatschappijkritiek, absurde humor en soms openhartige teksten haar publiek op spanning houdt. Half serieus: „Mijn grootste angst is dat ik een kinderheld word, want ik heb niks met kinderen. Beste ouders, als je dit leest: mijn shows zijn niet geschikt voor kinderen. En als je me herkent op straat: Elmer wil niet met je kind op de foto.”
Ze trekt het ceintuur van haar beige trenchcoat strak en oefent wat robotachtige dancemoves en stijve sprongetjes. Met regisseur Martijn de Vos (33) overlegt ze over de juiste hoekige bril. Met een blik in de spiegel: „Ik lijk wel een potloodventer.” De Vos: „Ik dig ’m wel, het is een duister figuur.”
Pauw: „Mijn personage is een beetje bot en onaangepast, ik ga niet pleasend lachen naar die kinderen, ik wil prikken en uitdagen. Een jongetje, Oscar, is boos dat zijn grootouders veel vliegen, maar vorig jaar vloog hij zelf naar Mallorca. Dan zeg ik: ‘Oscar, dit is ongelooflijk hypocriet. Hier kan ik toch niet mee werken?’ Maar ik zorg wel dat ik tussen de opnames door maten met ze ben en dat wij een team zijn. Vandaag gaat het over een kwetsbaar onderwerp, daar let ik op.”
Het is negen uur, de opnames gaan beginnen. In het eerste shot lopen Pauw en Daisy stoer en wijdbeens op de camera af, in het volgende shot ontmoeten ze de band en geven ze elkaar een boks. Broer Thierry, een verlegen jongen met slotjesbeugel, kijkt bewonderend toe. „Ik ben zo trots dat Daisy dit kan doen.”
Terwijl de band opbouwt klimt Pauw snel op een paard in de draaimolen. De cameraman rent met haar mee. De Vos, enthousiast: „Grom eens?” Pauw maait met haar armen en duwt haar gezicht dicht tegen de lens. „Ja, vet!”
Daisy slaat het met interesse gade. „Ze geven aandacht aan elk detail. Alles wat er om je heen is en alles wat iemand doet en zegt, wordt besproken. Ik denk omdat het dan goed verloopt, en iedereen weet wat zijn taak is. Voordat we iets opnemen legt Merel uit wat we gaan doen. In plaats van te zeggen, je deed dit niet goed, zegt ze: probeer de volgende keer eens dat. Het is bijvoorbeeld heel verleidelijk om in de camera te kijken, of naar de geluidsman die voor je staat met zo’n pluizig bolletje aan een stok. Maar Merel zei: we worden gefilmd, maar we praten nog steeds met elkaar. Dus kijk maar naar mij.”
Broertje Raphaël huppelt binnen, met zijn ouders en twee tantes. De Vos: „We moeten straks maar kijken of we met hem kunnen filmen.” Moeder: „Ik weet niet of dat gaat lukken, hij wilde net al niet uit de auto.” Daisy, droog: „Ik denk dat mijn broer vooral wil spelen.” De hal vult zich langzaam met gezinnen. Uit de attracties stijgt gebrul en gegil op. Na een uur moet Raphaël bijkomen in een rustig hoekje. De kans dat de hoofdpersoon van het liedje in beeld komt, lijkt verkeken.
De zesdelige serie toont een staalkaart van de grote en kleine pijn in kinderlevens anno 2025. Flinn en Mads zijn kwaad omdat hun voetbalkooi wordt gehalveerd, Nova is boos omdat haar ouders te veel op hun telefoon zitten. De kijker maakt ook kennis met Panter, een jongen van tien die soms door mannen de wc wordt uitgestuurd als hij een jurk draagt, vertelt Pauw. „Ik vroeg hem een paar keer of hij dan niet wilde terugschreeuwen, maar hij zei: ‘Nee, dat durf ik niet, dat is te gevaarlijk.’ Ik zag het verdriet in zijn ogen. Daarom is het fijn dat hij bij het optreden stond te shinen. Als de band zingt: ‘He is not a girl’, zingt hij: ‘I’m a man!’”
De kinderen in de serie zijn erg bezig met de toekomst van de wereld, ontdekte Pauw. „Ik vind dat heftig. Eén jongetje, Berk, is knetterhoogbegaafd en begrijpt meer van hoe de overheid werkt dan ik, hij lult mij er totaal uit. Hij is boos dat hij nog niet bij de jongerenvereniging van GroenLinks mag, want dat kan pas over twee jaar, als hij veertien is. Hij heeft een enorme strijdlust. Maar bij Oscar van elf, die bezorgd is over hoe slecht het gaat met de natuur, zag ik een zeker fatalisme, van, ja, wat kunnen we er nog aan doen? Het kwaad is al geschied. Dat vond ik eng, hebben kinderen dit nu al? Daarom vind ik het goed dat dit programma er is, want woede geeft energie, met woede krijg je shit gedaan.”
„Aan het eind van iedere aflevering schreeuw ik samen met het kind in een prullenbak. Dat hebben we bedacht omdat we in Nederland boosheid het liefst wegmoffelen en met het vuilnis buiten zetten, for the sake of burgerlijkheid. Terwijl boosheid een belangrijke functie heeft. Voelen waar je grenzen zitten. Voelen wat voor jou belangrijk is. Voor iemand op willen komen. En voelen dat je iets graag wil, ook al mag het niet.” Zoals de tienjarige Melanie, die boos is omdat ze van haar ouders geen hond mag. Daar rolde deze tekst uit: „Ik doe een halsband om mijn vaders nek / Plak een staartje op zijn bil / Zo loop ik met mijn vader over straat / Omdat ik niet krijg wat ik wil.” Dat vond haar moeder iets te ver gaan, grinnikt Pauw. „Toen hebben we het woord ‘vader’ veranderd in ‘ouders’ – net iets vriendelijker.”
Om kinderwoede op beeld te vangen is een uitdaging, merkt Pauw. „Kinderen zijn tegenwoordig heel beschaafd en genuanceerd. Ik wil ze laten zien dat boos zijn ook oké is. We zoeken in dit programma niet naar een oplossing, we gaan het niet uitpraten met iemand. Het gaat vooral om het uiten. Benoemen waarom je boos bent. Herkennen waar je het voelt in je lijf en voelen hoe fijn het is om dat eruit te gooien. De meeste kinderen moet ik uit hun schulp trekken. In het begin vragen ze vaak: moet ik straks echt schreeuwen in het nummer? Maar als ze eenmaal los durven te gaan zie je ze genieten.”
Ook Daisy oogt met de microfoon in haar hand opeens verlegen. Producer Julie Scheurink oppert snel een idee: wat als iedereen eerst van de glijbaan gaat? Gitarist Gyan Elango Yadava, die met zijn fake fur gilet en vuurrood geschminkte kale hoofd oogt als een kruising tussen een duivel en een knuffelbeer, gespt gauw zijn gitaar af. Iedereen raast zo hard naar beneden dat ze bijna tegen de camera aanbotsen. De gitarist slaakt een gelukzalige zucht. „Wat een geweldige dag is dit.”
Het is tijd om het liedje op te nemen. De Vos wil dat iedereen dicht bij elkaar blijft, zodat het shot druk en dynamisch wordt. Pauw speelt zijn regieaanwijzing vrolijk door aan Daisy: „Doe maar alsof we magneten zijn.” Moeder en tantes worden achter de camera opgesteld om haar aan te moedigen. Zelfs broertje Raphaël deint mee op de schouders van zijn vader. De Vos, enthousiast: „Daisy, stel je maar voor dat de hele wereld achter die lens zit en dat jij ze toezingt. Iedereen klaar? Oké, go wild guys!” Er volgt nog een handvol takes, De Vos wil het „maximaler.” Pauw: „Dit is ons moment om over de grond te rollen.”
Tegen het middaguur zitten de opnames erop voor Daisy. Ze vond het spannend om op te treden, maar het pakte goed uit. Opgewekt: „Ik wist niet dat mensen echt hun emoties in muziek stoppen. Ik kon er mijn boosheid goed in kwijt!”
Bollox, vanaf zondag 21 september om 18.20 uur, op NPO Zapp.
Source: NRC