De Female Board Index 2025 laat zien dat het aantal vrouwen in bestuursposities bij beursgenoteerde bedrijven dit jaar opnieuw is gestegen. Dat is een mooie ontwikkeling en ik hoop van harte dat deze trend zich voortzet. De stijging is grotendeels het gevolg van nieuw beleid dat zich specifiek richt op de aanstelling van vrouwen. Ik zie dit ook terug in mijn directe omgeving, de Universiteit Leiden, waar in vergelijking met enkele jaren geleden meer aandacht is voor mogelijke gender-bias bij het beoordelen van cv’s en inmiddels aanzienlijk meer vrouwen worden aangesteld in topposities.
Wat die cijfers echter niet laten zien, is hoe het vervolgens met die vrouwen gaat en of zij hun positie daadwerkelijk weten te behouden. Uit de Monitor Brede Welvaart en de Sustainable Development Goals 2025 bleek eerder dit jaar dat vrouwen gemiddeld een lagere levenskwaliteit ervaren dan mannen. De grootste verschillen liggen op het gebied van betaald werk en ervaren gezondheid. Ook zijn vrouwen iets minder vaak tevreden met hun werk en hebben zij minder vertrouwen in zowel andere mensen als instituties.
Bij dertigers, precies de levensfase waarin veel mensen kinderen verwachten of hebben, zie je een disbalans ontstaan als het gaat om de verdeling tussen werk en privé. De meest recente Emancipatiemonitor laat zien dat vrouwen met kinderen minder vaak werken dan vrouwen zonder kinderen, bij mannen is dat andersom.
Het is heel lastig om Nederlandse cijfers te vinden die zijn uitgesplitst naar ouderschap. Ook is er in Nederland weinig bekend over ‘stoppen met werken’. Het gemiddeld aantal mannen en vrouwen laat niet zien hoeveel mensen stoppen, switchen of afglijden en waarom.
Europees onderzoek geeft daar wel een beeld van. Recent onderzoek, dat zich richtte op vrouwen in STEMM (science, technology, engineering, mathematics, and medicine), laat zien dat een derde van de vrouwen in topposities na het krijgen van kinderen vertrekt.
Moeders – niet vaders – stappen vaker over naar een andere sector, blijven hangen in functies met weinig verantwoordelijkheid of verlaten de arbeidsmarkt helemaal. Wanneer je hen vraagt waarom, antwoorden de meesten: het gezin gaat voor. Deze geïnternaliseerde overtuiging dat vrouwen moeten kiezen tussen een gezin of een carrière, terwijl mannen beide kunnen hebben, vormt dus nog altijd een belemmering.
Op de Universiteit Leiden zie ik hetzelfde gebeuren. Verbetering is hard nodig. Jonge moeders in leidinggevende of academische topposities krijgen geen extra ondersteuning, terwijl ze dat wel kunnen gebruiken. Voor onderzoekers die worden betaald uit beurzen wordt het verlof vaak afgetrokken van hun onderzoekstijd, zonder volledige compensatie. Dat betekent dat zij in minder tijd hetzelfde resultaat moeten bereiken.
Begrijp me goed: de cijfers van de Female Board Index 2025 tonen een positieve ontwikkeling. Maar als de ene vrouw in een toppositie al snel vervangen wordt door de volgende, blijven de gemiddelden wel overeind staan, maar de vrouwen zelf niet.
Source: NRC