is eindredacteur en televisierecensent van de Volkskrant.
‘Ik ben blij dat ik hier nog mag zijn. Hoewel ik het gevoel heb dat ik achteruit loop, ik ben in gevecht met mezelf, met het zand. Ik ben vannacht vijf keer wakker geworden, heb kuilen gegraven om mijn beurse ledematen in te laten rusten. Mijn vertrouwen in kamp Noord is gebroken. Weer verloren, gisteren.
‘Er is honger. Onbeschrijfelijk. Er was geen avondeten, mijn energielevel daalt met de minuut. Ik watertand, fantoom-proef oranjetompoezen, mexicano’s, bananensnoepjes met suiker erop. Ik haper, maar er is een proef. Verliezen is onmogelijk, niet opnieuw die Eilandraad.
‘Het blijft een spel. We moeten door, kansen pakken en voor de winst gaan. Ik doe dit voor m’n kinderen. De gevoelstemperatuur is 50 graden, ik sta op een hellend vlak, letterlijk, ik hang aan een touw. Om me heen mijn zeven teamgenoten. Het lijkt wel economy class, een druiventros, zo vol.
‘Ik ben een BN’er. Dit is net zo simpel als dat het moeilijk is. Psychische oorlogsvorming, een marathon, ik spaar mijn kracht. Ik zeg altijd tegen mezelf: je moet maar één seconde langer blijven staan dan die ander.’
Plons!
‘Ik heb alles gegeven wat ik had, spijt heb ik niet. Het begrip blaren op je handen heeft een nieuwe dimensie gekregen. Nu moet ik op de blaren zitten. Ik ga door. Voor mijn kinderen. Mijn hut is nog niet af, er is geen dak. Dit is de dark side van de expeditie. Ik zou bijna zeggen: een rollercoaster.
‘Hier kan ik laten zien dat ik meer in me heb dan Nederland verwacht. Er drijft een kakkerlak in de siroop die mijn vlotte teamgenoot heeft getrokken uit suikerriet. Ik drink het gewoon op, heb wel ergere dingen in mijn mond gehad, ik ben godverdomme een BN’er.
‘Weer een brief. Een strijd der stammen. De keus valt op mij. We gaan gooien, iets met balans houden, op een plankje. Karamel-vanillevla, heksenkaas, een pakje Taksi, smaak tropisch fruit. Pijn is een emotie. Gooien, smijten!
‘Je kunt de sterkste zijn, maar het gaat er ook vooral om dat het geluk aan je reet hangt. Er staat nogal wat op het spel. Ik blijf maar rennen, gooien, je denkt toch: ik ben toch niet de loser die verliest vandaag?
‘Wel dus. Ik voel de bui al hangen, wie kun je hier vertrouwen? Teamgenoten konkelen in de bosjes, ze rollen met mijn ogen als ik over pennywafels begin. Ik heb het onwijs naar mijn zin hier, jongens, zeg ik.
‘Eilandraad, alweer. De jongen van de productie, Maleisisch en pezig, duwt een fakkel in mijn hand. Het is dag vijf van de expeditie. Wat staan er mooie mensen om me heen, vrienden voor het leven. God, laat er toch geen afvallerseiland bestaan.
‘Speculoos met stukjes, een perenijsje, tuc-crackers in vierkazensmaak. Ik nader het schavot, en weet: ik ben een BN’er, dit alles is mijn verdiende loon.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant