Home

Universiteiten zitten wel ‘heel eentonig’ in de links-kosmopolitische hoek, oordeelt deze hoogleraar

De manier waarop Nederlandse universiteiten zich presenteren, klinkt als het regeerakkoord van een centrumlinks kabinet. De universiteit moet dringend buiten de bubbel treden, stelt hoogleraar Thomas Schillemans, hoezeer hij die links-kosmopolitische idealen ook deelt.

is wetenschapsredacteur voor de Volkskrant. Hij schrijft over sterrenkunde, natuurkunde en ruimtevaart.

‘Universiteiten zijn ongewild en onbedoeld aan één zijde van de belangrijkste politieke breuklijn terechtgekomen’, schrijft Thomas Schillemans van de Universiteit Utrecht.

De hoogleraar bestuurskunde analyseerde pagina’s met titels als ‘over ons’, ‘missie en strategie’ of ‘waar we voor staan’ op de officiële sites van de Nederlandse universiteiten, veelal gortdroge beleidsteksten afkomstig van de afdeling corporate communicatie die laten zien waaraan universiteiten volgens henzelf belang hechten.

Het zijn teksten die normaliter door bijna niemand worden gelezen, maar die, zo betoogt Schillemans in een artikel dat binnenkort verschijnt in het tijdschrift Beleid en Maatschappij, wel degelijk iets onthullen over de academische identiteit.

Naast de obligate opmerkingen over het belang van interdisciplinair werken viel hem namelijk op dat alle universiteiten het hadden over duurzaamheid, diversiteit en inclusie. Terwijl ze bijvoorbeeld niet repten over onderzoek naar criminaliteit, of naar de kosten van het klimaatbeleid, onderwerpen die aan de academische instellingen wel degelijk worden onderzocht.

‘Een fictief (en nogal ondenkbaar) Volt-D66-GroenLinks-PvdA kabinet zou precies zo’n motto kunnen hebben: ‘duurzaamheid en diversiteit in de open samenleving’’, schrijft Schillemans dan ook.

Is dat erg?

‘Het zijn belangrijke thema’s, er gebeurt goed onderzoek naar, maar het zijn wél thema’s die vooral geassocieerd worden met de partijen waarop academici stemmen. Mijn voormalige promotor Mark Bovens had afgelopen november zijn afscheidsrede als hoogleraar. Daarin vertelde hij hoe opleiding tegenwoordig een van de belangrijkste scheidslijnen is in de maatschappij. Hij vergeleek dat met de verzuiling. Inmiddels hebben we een academische en een niet-academische zuil.’

De manier waarop universiteiten hun doelstellingen omschrijven, zijn daarvan een symptoom: ze etaleren precies het soort links-kosmopolitische idealen waar hij zich zelf overigens ook bij thuis voelt. Schillemans heeft naar eigen zeggen een verleden bij de PvdA en GroenLinks en ziet in zijn omgeving veel academici met een vergelijkbaar profiel.

‘Al zie ik hier in de collegebanken gelukkig wel mensen met veel verschillende politieke overtuigingen, ideeën en achtergronden. Het is dus niet zo dat zulke geluiden helemaal niet klinken op de universiteit. Maar als je dan ziet wat onze universiteiten naar buiten communiceren: ja, dan is dat wel heel eentonig.’

De VVD schrijft in haar verkiezingsprogramma voor 2025: ‘Als we onze eigen energievoorziening veilig en betaalbaar willen houden, dan is verduurzaming de weg.’ Zijn dit niet gewoon speerpunten waarvan een groot deel van de politieke partijen het belang onderstreept?

‘De VVD is natuurlijk óók een partij waar veel academici op stemmen. Het ouderwetse links-rechtsschema vangt dit verschil niet meer helemaal. Want bij de partijen waarop veel mensen met een andere opleiding stemmen, zijn die thema’s misschien wat minder van belang.’

Toch zie ik op de corporate pagina’s ook thema’s als gezondheid, honger en armoede opduiken. Ik kan me voorstellen dat, bijvoorbeeld, de PVV daar ook best iets mee kan? Waar wringt het dan voor u?

‘Het begint bij: welke woorden gebruik je? Je kunt spreken over duurzaamheid, maar in dat woord zit al een deel van de analyse verborgen: dat we duurzamer moeten worden als maatschappij. En natuurlijk, vanuit mijn eigen politieke overtuigingen geloof ik daar ook in. Maar je kunt het ook feitelijk houden en spreken over klimaatverandering. Dan vermijd je dat je de woorden en frames van politici herhaalt.

‘Bovendien moet je, als je als universiteit laat zien dat je maatschappelijk relevante problemen onderzoekt, proberen het héle politieke spectrum te raken. Neem criminaliteit: dat is een echt probleem en daar wordt op universiteiten goed onderzoek naar gedaan. Dat kan bijdragen aan het verminderen van criminaliteit. Noem dat dan óók op zo’n corporate pagina!

‘In de krant lees ik dagelijks dingen waarvan ik ongelukkig word. Veel daarvan heeft te maken met spanningen tussen groepen mensen, met de gevoelde afstand tussen zulke groepen. De universiteit kan volgens mij een voortrekkersrol spelen en mensen bij elkaar brengen. In de VS zie je wat er gebeurt wanneer de wederzijdse afkeer tussen groepen oploopt. Daar speelt opleidingsniveau echt een rol in. Natuurlijk is de sfeer in Nederland niet vergelijkbaar met de VS, maar we zouden als universiteiten eraan kunnen bijdragen dat we de juiste kant op bewegen.

‘Bijvoorbeeld door ervoor te zorgen dat academici en niet-academici elkaar vaker tegenkomen. Zelf doe ik wat dingen bij een voetbalclub. Voetbal is op dit moment misschien wel de belangrijkste verbindende activiteit in de samenleving, daar komen alle opleidingsniveaus en leefwerelden elkaar tegen.’

U zoekt het dan onder meer in de partners waarmee universiteiten samenwerken, schrijft u?

‘Ja. Het grote risico is dat je onderzoekspartners gaat zoeken in je eigen netwerk. Dat het mensen, instanties of bedrijven zijn die je eigen wereldbeeld delen.

‘Laat ik een voorbeeld noemen van hoe bias (vooringenomenheid, red.) een rol kan spelen bij de interpretatie van onderzoeksresultaten. Op sociale media zag ik een discussie tussen wetenschappers over een onderzoek dat constateerde dat er al op heel jonge leeftijd een verschil bestaat tussen de soorten speelgoed waarmee jongens en meisjes spelen. Daaruit kun je concluderen: goh, de genderindoctrinatie begint al heel vroeg. Opvoeders en de bredere maatschappij dwingen kinderen indirect al heel jong te conformeren aan het gedrag dat hoort bij hun gender.

‘Uit precies hetzelfde onderzoek concludeerden anderen echter dat die verschillen blijkbaar aangeboren zijn. Het ligt er dus maar net aan welk perspectief je hebt. Maar zulke conclusies beïnvloeden wel wat iemand er vervolgens over zegt in de media, of welke vervolgvraag die besluit te onderzoeken. Als je samenwerkt met mensen met verschillende opvattingen, kun je zulke valkuilen ontwijken.’

Een andere aanbeveling die u doet is dat wetenschappers geen meningen moeten verkondigen die verder gaan dan de wetenschappelijke feiten. Maar moeten wetenschappers niet juist deelnemen aan het maatschappelijk debat, en dan niet alleen als iemand die droge feiten oplepelt?

‘Je kunt op leuke, passievolle manieren over feiten spreken – dat hoeft zeker niet droog te zijn. Ik lees zelf veel de Volkskrant en op jullie opiniepagina’s zie ik geregeld een hoogleraar in onderwerp A opduiken die vervolgens een mening geeft over een heel ander onderwerp. Dan denk ik: als je met die dure academische titel naar buiten treedt, hou het dan bij iets dat feitelijk en onderbouwd is.

‘Zelfs als het wél over je eigen expertise gaat, is een mening een risico. Als ik even bij mezelf blijf: ik denk dat het voor mijn geloofwaardigheid buitengewoon slecht is als ik opiniestukken zou gaan schrijven over de verzelfstandiging van overheidsdiensten, een van mijn onderzoeksonderwerpen.’

Toch zoeken bijvoorbeeld klimaatwetenschappers geregeld het publieke debat op. Is dat dan helemaal fout, volgens u?

‘Nee, als klimaatwetenschapper is er veel reden om gepassioneerd en op basis van jouw kennis naar buiten te treden. Van het klimaatprobleem hebben we zodanig veel kennis over de stevigheid van het probleem, over de aard en de urgentie, dat het logisch is dat je als expert daar iets over zegt.’

Maar dat is toch niet anders dan wanneer u opiniestukken over uw onderzoeksterrein zou publiceren?

‘Het verschil zit in de zekerheid over, en de grootschalige gevolgen van, klimaatverandering. Als ik keer op keer op keer in mijn onderzoek constateer dat iets heel erg fout gaat, dan is het mijn taak, vind ik, om dat ook te vertellen. Toch zit er zelfs dan een risico in. Er bestaat voldoende wetenschappelijk bewijs dat iemand met een stevige mening eerder informatie zal negeren die het tegenovergestelde aantoont. Dus als klimaatwetenschappers té stevig verstrikt raken in hun eigen gelijk, is dat maatschappelijk riskant.’

U stelt ook: de universiteit moet toegankelijker zijn voor niet-academici. Hoe wilt u dat bereiken?

‘Het begint al met het eigen personeel, van portiers en catering tot beveiliging en schoonmaak. Dat zijn cruciale taken die worden uitgevoerd door niet-academici. Al die mensen horen volwaardig medewerker te zijn. Ondertussen hebben universiteiten die taken ten dele uitbesteed, terwijl het personeel dat wel nog in dienst is slechte arbeidsvoorwaarden heeft en lagere lonen ontvangt. Dat vind ik raar. Stap één is dus simpelweg beter werkgeverschap.

‘De tweede stap is dat samenwerken. Met mbo’s bijvoorbeeld, waarbij je echt in partnerschap onderzoek zou kunnen doen – al was het al maar omdat aan een mbo véél meer kennis is over de werkpraktijk – of met individuen met een andere kijk.’

In het stuk noemt u voorbeelden als wetenschapsjournalist Arnout Jaspers, die een bestseller schreef met stevige kritiek op de wetenschap achter de stikstofcrisis, of opiniepeiler Maurice de Hond, die ten tijde van de pandemie onder meer riep dat de wetenschap aerosolen, kleine zwevende vochtdruppeltjes, serieuzer moest nemen als verspreidingsmethode van corona. Hoe zou zo’n samenwerking eruit kunnen zien?

‘Je moet een soort wetenschapswedstrijdje organiseren, waarbij alle deelnemers wel de wetenschappelijke spelregels moeten volgen. Je hebt dus iets van een onafhankelijke scheidsrechter nodig. Vervolgens ga je kijken naar dezelfde problemen en probeer je uiteindelijk te zoeken naar overeenkomsten in de analyses.’

Zijn die ‘tegendraadse’ denkers er dan niet binnen de academische wereld?

‘Soms wel, maar niet op elk onderwerp. Laat ik de Nederlandse socioloog Ruud Koopmans noemen als voorbeeld, die het boek De asielloterij schreef. Een excellente wetenschapper die anders tegen migratie aankijkt dan veel andere sociologen. Zo iemand wil je niet wegjagen. Het debat wil je binnen de academische wereld houden. Dat helpt, dan houd je elkaar scherp en kom je echt verder.’

Nog even terug naar de Verenigde Staten onder Trump. Daar is de academische wereld effectief tot vijand verklaard. Een cynicus zou misschien denken: universiteiten en wetenschappers kunnen samenwerken buiten de bubbel tot ze een ons wegen, zoiets voorkom je toch nooit?

‘Als de politiek je écht tot vijand wil bestempelen, dan ben je inderdaad kansloos. Maar in Nederland is het nu niet aan de orde. Ik vind het vooral belangrijk dat we vanuit de academische wereld de verbinding blijven zoeken met alle burgers – ongeacht opleidingsniveau.’

Luister hieronder naar onze wetenschapspodcast Ondertussen in de kosmos. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Alles over wetenschap vindt u hier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next