Datacentra
Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevatmeningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groepredacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer eenhandvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.
In een land waar iedereen alles wil en middelen beperkt zijn, is het goed om te constateren dat de juiste weg bij de afweging van belangen gevonden kán worden. Na eerdere commotie in 2021, toen bleek dat het aan de negentien raadsleden van Zeewolde (23.000 inwoners) was om te besluiten over de komst van een datacentrum dat niet alleen de omgeving drastisch zou veranderen maar dat ook een enorm beslag zou leggen op het – toch al krappe – Nederlandse elektriciteitsnetwerk, trok de landelijke overheid de regie naar zich toe.
Terecht: de vestiging van zogenoemde hyperscalers is een nationaal besluit, waarbij afgewogen moet worden wie op welk aandeel van de ruimte, stroom en het water aanspraak kan maken. Hebben datacentra, industrie of consumenten voorrang? Onder het kabinet-Rutte IV werden twee gebieden aangewezen waar zogenoemde hyperscalers welkom zijn: de Eemshaven in Groningen en Agriport in Noord-Holland.
Ook de eigenaren van datacentra lijken te hebben geleerd. Microsoft wil in de Wieringermeer uitbreiden van tien naar zestien datacenters. Waar daar eerder omwonenden verrast werden, inspraak niet meer mogelijk was en de plannen omgeven waren met geheimzinnigheid, zegt het Amerikaanse bedrijf nu „in een vroeg stadium transparant” te willen zijn. De vergunningaanvraag kwam, zoals het hoort, in een openbare raadsvergadering aan de orde.
Microsoft wil verder lokale bedrijven inhuren voor catering en onderhoud aan gebouwen, gebruikt regenwater in plaats van schoon drinkwater om de systemen te koelen, en de stroomcapaciteit zou zijn geregeld. De zeven miljoen euro die het bedrijf stak in lokale onderwijsprojecten om de relatie met omwonenden te verbeteren, zijn een mooi gebaar – zo lang dat geen rol speelt bij de afweging, er geen voorwaarden aan zijn verbonden voor de scholen, en iedereen goed in het achterhoofd houdt dat een te grote afhankelijkheid van Big Tech een gevaar is.
Het is nog te vroeg om te concluderen dat in de Wieringermeer nu een zorgvuldige afweging wordt gemaakt. De procedures lopen nog en het kan nog jaren duren voordat de datacentra er staan. Maar het is bemoedigend, juist omdat de vraag naar nóg grotere ‘gigafactories’ al op tafel ligt. Kunstmatige intelligentie (AI) is een nog grotere energieslurper dan al die e-mails, tweets en foto’s in de Cloud. Netbeheer Nederland verwacht dat het elektriciteitsverbruik van kunstmatige intelligentie in 2050 vergelijkbaar zijn met 40 tot 70 procent van de huidige totale elektriciteitsvraag.
Daarom is het goed dat de Tweede Kamer onlangs vroeg om een visie van het kabinet op de verwachte groei van datacentra, wat die betekent voor de vraag naar stroom en voor de noodzakelijkheid om juist te verduurzamen en minder energie te gebruiken. Een nieuw samengestelde Kamer zou ook de vraag moeten stellen wat het betekent voor de fysieke ruimte.
De hakken in het zand zetten tegen de komst van datacentra, kan niet. Terecht streeft Nederland digitale autonomie na. Terecht wil de Europese Unie juist eigen datacentra bouwen om los te komen van de Amerikaanse tech-hegemonie. En het is onrealistisch om van bedrijven en consumenten te vragen om AI niet meer in te zetten.
Al is het voor een ieder goed te beseffen dat elke eenvoudige vraag die je aan een AI-bot stelt – zelfs dat bedankje aan het einde – stroom kost.
Doorzie de wereld van technologie elke week met NRC-redacteuren
Source: NRC