Mensen die met een bore-out kampen zijn te lang te weinig geprikkeld in hun werk. Met hulp van een loopbaancoach of bedrijfsarts kunnen ze weer op een energieker pad geholpen worden.
Je voelt je lusteloos, bent prikkelbaar en de dagen lijken eindeloos te duren. Misschien heb je wel een bore-out, cognitieve onderbelasting op je werk. Volgens de Arbo Unie neemt uitval door bore-outklachten sinds 2021 een hoge vlucht, met name in de laatste maanden van een kalenderjaar. Hoe kom je erachter of je een bore-out hebt? En hoe kom je ervan af?
Bedrijfsartsen en loopbaanadviseurs zien grofweg twee groepen die kwetsbaar zijn voor een bore-out: mensen aan het begin, en mensen aan het einde van hun loopbaan. Vooral de laatste groep kent Corné Roelen, bedrijfsarts bij Arbo Unie, uit zijn spreekkamer. „Zij hebben nog een aantal jaar te gaan tot hun pensioenleeftijd, die ze steeds hoger hebben zien worden. En ze zitten niet op een leeftijd waarop ze makkelijk even wat anders gaan doen.”
Volgens Roelen bestond het fenomeen bore-out altijd al, maar hebben we er nu vanwege de veranderende manier waarop we naar werk kijken een labeltje op geplakt: „Een paar generaties terug had je het goed gedaan als je bij een werkgever zat waar je veertig jaar kon werken, tot je pensioen.” De huidige generatie wil veel ballen tegelijk in de lucht houden en heeft vaak hoge verwachtingen van werk, ziet Roelen. „Jongeren vragen zich tegenwoordig constant af: heb ik het nog naar m’n zin? Doe ik de dingen die ik leuk vind of waar ik energie van krijg?”
„De jongere generatie is gewend veel tegelijk te doen en veel informatie tot zich te nemen”, stelt loopbaanadviseur Denise Vlug van Staatvandienst. „Als je dan in een grote organisatie komt met een sterke hiërarchie en processen wat langzamer gaan omdat er veel overlegd moet worden, merk je dat jongere werknemers zich al snel afvragen: wat is hiervan de toegevoegde waarde?”
De veranderende waarde van werk heeft bedrijfsarts Roelen (59) zelf tot verandering gebracht. „Als ik nu nog steeds als bedrijfsarts van maandagochtend tot vrijdagmiddag spreekuren zou moeten doen, zou me dat niet lukken”, zegt Roelen, die ook werkt als bijzonder hoogleraar bedrijfsgeneeskunde aan de Universiteit Groningen. Binnen de Arbo Unie is hij altijd op zoek naar ‘nieuwe uitdagingen’. „Ik heb mijn werk afwisselender gemaakt door les te geven in sociale geneeskunde, die belangrijker is geworden in deze tijd. Zo houd ik het leuk voor mezelf”, aldus Roelen.
Bore-outklachten lijken erg op die van een burn-out. Vaststellen dat er sprake is van een bore-out is daarom vaak best lastig. „Mensen hebben last van vermoeidheid en voelen zich opgebrand. Dan denken ze al heel snel aan een burn-out”, zegt loopbaancoach Vlug. „Je moet het ‘afpellen’ en uitzoeken wat er precies aan de hand is. Als je alles al heel lang op de automatische piloot doet, vliegt de energie eruit.”
Om dat te voorkomen is preventie erg belangrijk. Het regelmatig in gesprek gaan over je eigen ontwikkeling, bijvoorbeeld met een leidinggevende, kan voorkomen dat je verveeld raakt in je werk, stelt Vlug. „Om de zoveel tijd de balans opmaken of je werk nog voldoende uitdagend is, voorkomt dat je niet meer uitgedaagd wordt en opbrandt.”
Hoewel de klachten op elkaar lijken zijn burn- en bore-outs erg verschillend. Ook de weg naar herstel verloopt heel anders, zegt bedrijfsarts Roelen. „Bij een burn-out speelt vaak mee hoe je omgaat met stress en kan een behandeling nodig zijn. Bij een bore-out is het een kwestie van nadenken over de vraag: waar krijg ik energie van?” Je moet mensen helpen met ‘omdenken’, zegt Vlug. „Van ‘dit deed ik altijd, dus ik kan alleen maar dit’ naar ‘dit doe ik in m’n vrije tijd en ik weet er veel over dus hier kan ik misschien ook wat mee’.” Daarbij is het zaak om, bijvoorbeeld in gesprekken met een loopbaancoach, duidelijkheid te creëren over wat wel en niet kan en een stip op de horizon te zetten.
Vaak zijn er mogelijkheden om iets anders te doen bij dezelfde werkgever, weet Vlug. „Je kunt bijvoorbeeld afspraken maken om bepaalde taken van collega’s over te nemen, of aanpassingen doen in je functie.” Maar voor veel mensen blijkt het toch lastig die mogelijkheden te zien. „Zij denken bijvoorbeeld: straks denkt mijn werkgever dat ik het niet naar m’n zin heb en dat ik weg wil.” Het is in zo’n geval een kwestie van „kleine stapjes zetten en mensen laten geloven in wat er wel kan”, aldus Vlug.
En soms is het toch beter ergens anders te gaan kijken. Hoe moeilijk, zeker oudere werknemers met een bore-out, verandering meestal ook vinden. „Je laat los wat je al jaren doet en moet misschien afscheid nemen van je functie en van collega’s”, zegt Vlug: „Mensen zijn bang om zo’n stap te maken, want je weet wat je hebt.” In sommige gevallen zitten aan veranderingen consequenties vast die minder leuk zijn: je moet misschien terug in salaris of verder reizen.
Toch kan er vaak iets moois ontstaan uit verandering die heel eng lijkt, weet Vlug. De loopbaanadviseur begeleidt reorganisaties, waarbij mensen noodgedwongen iets heel anders gaan doen. „Dan hoor ik mensen vaak zeggen: goh, dit had eigenlijk twintig jaar eerder moeten gebeuren. Ik had al heel lang in m’n hoofd dat ik iets anders zou willen, en nu kan dat eindelijk.”
Als je met een bore-out te maken hebt, moet je wat anders doen. Doorgaan op gelijke voet is geen optie. Vaak ligt die mogelijkheid tot verandering dichterbij dan je denkt. Met een beetje geluk kun je zelfs bij je huidige werkgever andere dingen doen die meer energie geven. Als dat niet zo is, moet je accepteren dat je echt iets moet veranderen en dat dit soms minder prettige gevolgen kan hebben.
Deze rubriek belicht wekelijks hoe lastige problemen op de werkvloer aangepakt kunnen worden. Heeft u een dilemma, stuur een e-mail naar werk@nrc.nl
Een overzicht van de verhalen die de economieredactie vandaag heeft gemaakt