R.F. Kuang Twee Cambridge-promovendi trekken naar de Onderwereld om hun verongelukte promotor terug te halen. Sterauteur Rebecca F. Kuang neemt in haar satirische fantasy Katabasis de universiteit op de korrel.
R.F. Kuang: Katabasis. (Katabasis) Vert. Hi-en Montijn. The House of Books, 544 blz. € 23,99
De jonge onderzoeker Alice Law heeft een probleem: haar promotor is dood. Dat is voor een Cambridge-promovendus niet alleen een persoonlijk drama, maar vooral ook een bureaucratisch obstakel. Jacob Grimes was een beruchte maar gezaghebbende wetenschapper. Hij liet als begeleider te wensen over, maar zonder zijn aanbeveling kan Alice niet promoveren. Dan maakt ze nooit kans op een baan, en zonder baan heeft ze geen toekomst. Er is dus maar één oplossing: Alice moet Grimes gaan halen in de Onderwereld.
Dat klinkt als een onmogelijke onderneming, maar in de nieuwe fantasyroman Katabasis van R.F. Kuang is dat niet helemaal ondoenlijk: Alice is een magiër, werkzaam aan de vakgroep Analytische Magie van Cambridge. Ook kan ze verslagen van anderen die de reis overleefd hebben, zoals Orpheus en Dante, gebruiken om haar weg door de hoven van de Hel te vinden. Bovendien heeft ze haar even briljante als irritante collega Peter Murdoch bij zich. Op zak hebben ze eten, onuitputtelijke waterflessen en een heleboel krijt, dat in Kuangs wereld dienstdoet als magisch medium.
Rebecca Kuang, die een wereldwijde hit had met de satirische roman Yellowface (2023) en zelf promovenda is aan Yale, is het schrijven van Katabasis duidelijk als ware een onderzoeksproject aangevlogen – zoals dat een academicus betaamt. Katabasis wemelt van verwijzingen, niet alleen uit de Westerse klassieke oudheid, maar ook uit Chinese en Indiase mythologie en zelfs uit T.S. Eliots gedicht ‘The Waste Land’. In Kuangs wereld zijn dergelijke teksten geen mythen of literatuur, maar wetenschappelijke traktaten. Die zijn soms natuurlijk met elkaar in tegenspraak, maar een goede academicus weet dan ook dat de wetenschap niet objectief is (Dante vloog de Onderwereld bijvoorbeeld vanuit een wel héél christelijk perspectief aan, vindt Alice). Toch zijn de bronnen het over een paar dingen eens: de Onderwereld is opgedeeld in acht hoven, die je allemaal door moet reizen voordat je je in de Lethe, de rivier van vergetelheid, kunt onderdompelen en herboren kunt worden. Peter en Alice moeten die hoven dus door en Grimes vinden voordat hij reïncarneert.
Katabasis valt binnen het populaire literaire en culturele subgenre dark academia, boeken waarin het universitaire leven vaak nogal wordt geromantiseerd: een campus met kronkelweggetjes, donkere coltruien, rommelige aantekeningen en koffiekringen op boeken. Maar waar het genre dit leven doorgaans verheerlijkt, legt Kuang bloot wat er achter al deze schoonheid en esthetiek verborgen gaat; een corrupt systeem dat draait op vriendjespolitiek en het uitbuiten van jonge onderzoekers.
De Onderwereld in reizen, en er ook nog eens uit terugkeren, komt wel met een prijs: de helft van je overgebleven levensjaren. Alice en Peter betalen die maar al te graag, want zonder PhD hebben ze tóch geen leven meer om naar terug te keren. Dit is de eerste van verschillende metaforen waarmee Kuang de Onderwereld gelijkstelt aan die van promovendi; voor promoveren moet je bereid zijn je leven te geven, in dit geval letterlijk.
Kuang zet die parallellen tussen de universiteit en het hiernamaals op humoristische wijze in. Het eerste hof, Trots, lijkt bijvoorbeeld net op een universiteitsbibliotheek. Die wordt bevolkt door ‘schimmen’, overledenen die zich aan trots schuldig hebben gemaakt door bijvoorbeeld tweeëntachtig voordrachten over Goethe te geven, of zichzelf communist te noemen zonder Das Kapital gelezen te hebben. Helaas verschraalt de metafoor na dit geestige begin, de latere hoven (waaronder Wreedheid en Toorn) zijn weer gewoon helse vlakten vol skeletten en monsters, minder universitaire satire. Dat is jammer, want de academische kritiek maakt Katabasis nou juist tot een eigentijdse toevoeging aan het fantasygenre.
Dit is niet de eerste keer dat Kuang de academische wereld aan de kaak stelt. Na Babel (2022), dat koloniale structuren op de universiteit blootlegde, richt ze zich nu op de uitputting van promovendi, de lange werkuren, bedroevende perspectieven op een baan en tanende subsidie voor onderzoek. De magie in de wereld van Katabasis „vereiste een krachtig, doelbewust vermogen voor zelfmisleiding”, aldus Alice.
Magiërs gebruiken krijt om pentagrammen vol wiskundige formules op de grond te tekenen, waarmee ze de natuurwetten voor de gek kunnen houden. Zo kan Alice zichzelf van alles wijsmaken: „dat eindige hoeveelheden nooit opraakten, dat tijd zichzelf kon terugwinden”, of „dat de academische wereld een meritocratie was”. Alice is bereid tot het einde te gaan om haar plaats binnen die wereld te veroveren, zelfs om ervoor te sterven.
Kuang is goed op de hoogte van de academische wereld, ten minste gedeeltelijk uit eigen ervaring. Haar inlevingsvermogen is dan ook het grootst wanneer ze beschrijft hoe het ‘gewone’ leven eruitzag. Een groot deel van Katabasis bestaat uit flashbacks naar het Cambridge-leven van Alice en Peter, waarin Kuang tot in detail beschrijft hoe ze slapen in de studentenlounge, leven op kantinelunches en liters koffie drinken om de dag door te komen – maar ook hoe geweldig het is om ineens een wetenschappelijke doorbraak te hebben, de high die je voelt als je ideeën ineens in elkaar klikken. Kuang beschrijft het lief en leed met plezier en de lezer kan daarvan meegenieten, al gaat de spanning van Alice en Peters tocht er soms door verloren. Waar net nog een mythisch gevecht woedde, staat plotseling een essayistische beschouwing klaar over het universitaire apparaat.
Tegelijk zijn de schimmen en mythische figuren die Alice en Peter ontmoeten in de verschillende hoven komisch, de dialogen scherp en de inbedding van het verhaal in de literatuurgeschiedenis is indrukwekkend. Katabasis is tegelijk satire, academische allegorie en avonturenroman, al is dat misschien één ambitie te veel. Vooral het avontuur lijdt hieronder: omdat het verhaal de lezer steeds terugslingert naar het verleden, verliest de reis door de Onderwereld aan momentum. Kuangs kennis en humor dragen de roman, maar de spanning verdampt onderweg. De hel als metafoor voor de universiteitswereld is gevat, maar soms zo breed uitgewerkt dat de roman zelf dreigt vast te lopen. Toch is de gelaagdheid waarmee Kuang haar onderwereld beschrijft onweerstaanbaar. Wie de satire serieus neemt, kan bijna concluderen: sterven is minder gedoe dan promoveren.
Het laatste boekennieuws met onze recensies de interessantste artikelen en interviews
Source: NRC