Zestig reservisten legden zaterdag in Den Haag hun militaire eed of belofte af. De dreiging van oorlog voelt dichtbij, in een week waarin Russische drones door Polen vlogen. ‘Laatst kregen we thuis gasmaskers opgestuurd. Toen vond mijn vrouw het niet meer zo grappig.’
is regioverslaggever van de Volkskrant in de provincie Zuid-Holland.
Haar hele leven twijfelde Nicolien Heikens (27) of ze beroepsmilitair wilde worden. Ze koos uiteindelijk voor een academische loopbaan en werkt nu als technisch geneeskundige in het Radboud UMC. Toch legt ze zaterdagochtend, in de stromende regen op het Lange Voorhout in Den Haag, de eed af als reservist bij de landmacht. ‘Het maakt me trots om nu alsnog onderdeel te zijn van het leger’, zegt ze na afloop, schuilend onder een tentzeil.
De ceremonie krijgt extra lading nu Polen enkele dagen eerder met NAVO-steun Russische drones neerhaalde. ‘We praten veel over de dreiging’, zegt Heikens. ‘Mocht het echt misgaan, dan vragen we ons af hoe wij zullen worden ingezet.’ Toen ze drie jaar geleden solliciteerde, voelde dat nog ver weg.
Heikens is een van de zestig reservisten die zaterdag hun eed of belofte afleggen. Mannen zijn oververtegenwoordigd, de nieuwe reservisten zijn hoofzakelijk (maar niet uitsluitend) wit, en de leeftijdscategorie 25-50 is dominant. Elk jaar komen er flink meer dan zestig reservisten bij, maar defensie organiseert deze ceremonie jaarlijks om te laten zien hoe onmisbaar ze zijn voor de krijgsmacht.
De ambitie van defensie is een ‘flexibele schil’: een krijgsmacht die kan opschalen naar honderdduizend mensen – beroepsmilitairen, burgerpersoneel en reservisten – zodat bij een crisis snel capaciteit beschikbaar is. Momenteel telt defensie bijna tachtigduizend medewerkers, onder wie ruim achtduizend reservisten.
De reservisten ondergaan voorafgaand aan hun opleiding een medische en psychologische keuring en een fysieke test. Als zij die doorstaan, volgt een korte militaire opleiding waarbij basisvaardigheden zoals schieten, kaart- en kompaslezen, zelfverdediging, militair recht en basisdiscipline centraal staan. ‘Schieten is moeilijker dan het lijkt, maar we werden goed begeleid’, aldus Heikens.
Met de rechterhand op het vaandel en twee vingers in de lucht zweren de nieuwkomers zaterdagmiddag een voor een ‘trouw aan de koning, gehoorzaamheid aan de wetten en onderwerping aan de krijgstucht’. De meesten spreken de woorden met vaste stem uit, maar een enkeling hapert. Zijn dat zenuwen? Of beseffen zij dat deze woorden ooit nog eens zwaarder kunnen wegen dan nu voorstelbaar is?
Het conflict met Rusland hangt zaterdagmorgen als een donkere sluier boven de ceremonie. Onduidelijk blijft of er op termijn toch Nederlandse militairen in Oekraïne zullen dienen. CDA-Kamerlid Derk Boswijk zei afgelopen week bij Goedemorgen Nederland dat zijn partij die optie openhoudt.
Volgens luitenant-generaal Ludy Schmidt is de situatie in Polen ‘opnieuw een wake-upcall’, zegt hij voorafgaand aan de ceremonie in het Escher-museum, waar de top van de Nederlandse defensie bijeenkomt. ‘We moeten als Navo samen voor de veiligheid van het Europese deel van ons bondgenootschap zorgen. En dat doen we dus ook.’
Dat er zaterdagochtend zestig nieuwe reservisten bij komen, noemt Schmidt ‘fantastisch’. De belangstelling is zo groot dat defensie het aanbod nauwelijks kan verwerken. ‘We zijn hard bezig om het militaire apparaat te laten groeien. Meer opleidingslocaties, maar ook meer ruimte voor schietbanen, want die zitten in Nederland helemaal vol.’
Of defensie in 2030 de honderdduizend mensen kan halen, moet overigens nog blijken. ‘Zonder dienstplicht gaat het niet lukken’, stelde René Moelker, universitair hoofddocent aan de Nederlandse Defensie Academie, tijdens een hoorzitting in de Tweede Kamer. Toch denkt Schmidt dat dit ‘vooralsnog’ niet nodig is. ‘Dienstplicht is wel de uiterste vorm. In het najaar starten wij met een enquête waarin 17-jarigen worden gepolst of ze geïnteresseerd zijn in een baan als beroepsmilitair of reservist, of in een dienjaar.’
Vrijwel iedereen is welkom als reservist, benadrukt Schmidt. Daarom werkt defensie ook nauw samen met bedrijven als Rabobank, bouwbedrijf Heijmans en luchtvaartmaatschappij KLM, die hun werknemers toestaan een deel van hun tijd in te zetten voor het leger. Schmidt: ‘Of je nou supply chain manager bent, hacker of heftruckchauffeur – bij ons is er plek voor je.’
Niet iedereen die zich aansluit, hoeft namelijk met getrokken wapen de vijand te lijf te gaan. Floor Huigen (26), masterstudent sustainable business and innovation aan de Wageningen Universiteit, schrijft binnen het werkstudentenprogramma Defensity College een masterscriptie over de ‘operationele catering’: het organiseren van maaltijden voor troepen, zo duurzaam en efficiënt mogelijk. ‘Stel dat Nederlandse soldaten naar Oekraïne gaan, dan is de levering van voedsel, vijfduizend calorieën per persoon per dag, echt wel een uitdaging.’
En als het leger toch een beroep op haar doet om te gaan vechten? Huigen denkt even na. ‘Tja, ik heb zojuist mijn gelofte afgelegd, dus dan moet ik wel. Maar zou ik daar zin in hebben? Nee’, zegt ze met een schalkse lach. Al scheelt het dat haar geliefde ook reservist is, en volgens haar staat te trappelen om in actie te komen. ‘Dus daarom denk ik dat ik uiteindelijk tóch ook zou gaan.’
Er zijn niet alleen maar jongelingen die zich hebben aangemeld. De 55-jarige Pierre van Lamsweerde, voorheen topman van een ingenieursbedrijf, werd door de andere reservisten op de opleiding ‘opa’ genoemd. ‘Maar ik versloeg ze wel op de hindernisbaan.’ Na de verkoop van zijn bedrijf zocht hij een nieuwe maatschappelijke rol. Hij wil zijn kennis van ondernemen inzetten – onder meer om de civiel-militaire technologie, zoals drones, te versterken.
En als Nederland wordt aangevallen? ‘Dan heb ik geen keuze en zal ik moeten vechten. Geen gemakkelijke gedachte, maar wel noodzakelijk.’ Het thuisfront moet aan dat idee nog wel een beetje wennen. ‘Laatst kregen we thuis gasmaskers opgestuurd. Toen vond mijn vrouw het niet meer zo grappig. Toen werd het echt.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant