Lezersreacties Afgelopen week vroegen we denkers om een antwoord te formuleren op de vraag: wat heeft de democratie nodig om te floreren? Deze week is de beurt aan u, de lezer.
De verkiezingen komen eraan. Toch voelt het stemhokje steeds minder als een plek van zeggenschap en steeds meer als een ritueel waar we met tegenzin aan deelnemen. Thomas Hogeling schreef daar onlangs over in deze krant (Maak er een showtje van, 29/8). Bij verkiezingen komen telkens dezelfde typen mensen bovendrijven: hoger opgeleid, verbaal sterk, politiek handig. Loting doorbreekt die filter. Dan krijgen we stemmen van mensen die meestal niet doordringen tot het pluche. Hogeling vond de loting een interessant idee, maar veegde het toch van tafel: gelote volksvertegenwoordigers zouden geen democratische legitimiteit hebben. Dus, zo stelt hij, moeten we gewoon blijven stemmen.
Maar het echte probleem is dat veel mensen níet stemmen. Daarmee brokkelt het gezag van de democratie juist af. Hoe laag moet de opkomst eigenlijk zijn voordat we die nog legitiem vinden? Precies dáár biedt loting een kans.
Het is tijd om de democratie te verrijken met een hybride model: deels gekozen, deels geloot. Zo blijft de kiezer invloed houden, maar komt er ook een echte afspiegeling van de samenleving binnen. Jong en oud, mbo en universiteit, stad en dorp – iedereen krijgt een plek.
Koppel dit model aan de opkomst. Als 30 procent van de kiezers thuisblijft, dan vullen we 30 procent van de zetels via loting. Politieke desinteresse wordt zo geen bedreiging meer, maar een motor voor vernieuwing.
Lot Mertens Rotterdam
Onze democratie is een groot goed, maar de uitdagingen van de 21ste eeuw vragen om een herziening van hoe wij bestuur en politiek organiseren. Een werkelijk deugdzaam en menselijk bestuur kan alleen gedragen worden door politici die niet alleen vakbekwaam, maar ook medemenselijk en beschaafd zijn.
Daarom zou iedere politicus over een degelijke opleiding moeten beschikken – bij voorkeur minimaal een bachelor politicologie of een vergelijkbare studie die inzicht geeft in staatsrecht, geschiedenis en maatschappelijke vraagstukken. Politiek bedrijven is immers een vak dat kennis en kunde vereist.
Ook politieke partijen moeten hun verantwoordelijkheid nemen. Wie deelneemt aan de verkiezingen, zou verplicht moeten zijn voor ieder ministerie ten minste twee bekwame kandidaten te kunnen voordragen. Bovendien moet hun partijprogramma een maand voor de verkiezingen in detail openbaar zijn, zodat kiezers zich écht kunnen verdiepen in de koers van iedere partij. Transparantie en voorbereiding zijn voorwaarden voor vertrouwen.
Willem Rooseboom Den Haag
Het wemelt van de ideeën om de democratie te vernieuwen. Veel voorstellen richten zich op rigoureuze hervormingen van ons parlementaire stelsel. Dat is echter niet nodig, aangezien Nederland al beschikt over een prima bestaande infrastructuur om bestuur, politiek en samenleving met elkaar te verbinden.
Politieke partijen zijn in Nederland – uitzonderingen daargelaten – verenigingen met een ledendemocratie waar iedereen lid van kan worden. Dat deze partijdemocratieën hoofdzakelijk bevolkt worden door hoogopgeleiden is onwenselijk, maar het is het gevolg van een vrije keuze van individuen. Bovendien zullen alternatieve vormen van burgerparticipatie waarschijnlijk tot hetzelfde resultaat leiden: een oververtegenwoordiging van bepaalde bevolkingsgroepen.
Daarnaast bestaat democratische participatie uit meer dan alleen betrokkenheid bij politieke besluitvorming, al dan niet op nationaal niveau. Nederland kent nog steeds een bloeiend particulier initiatief, getuige de vele bewonerscollectieven, corporaties en verenigingen. De overheid zou randvoorwaarden moeten scheppen om participatie binnen deze bestaande infrastructuur te stimuleren, in plaats van van bovenaf nieuwe instituties op te tuigen.
Kevin Philippi Utrecht
In de het verlengde van het idee van Simon Otjes (5/9) om het aantal stemmen en het kamerwerk te ontkoppelen, zou ook gewerkt kunnen worden aan de professionele ondersteuning van volksvertegenwoordigers. Op alle bestuursniveaus moeten zij in hun kamer-, staten- of raadswerk opboksen tegen een bestuur met een omvangrijk ambtelijk apparaat en een enorme informatievoorsprong. Geef elke landelijke, regionale en lokale volksvertegenwoordiger een kleine ambtelijke staf, die zich specialiseert op de portefeuille van de betreffende volksvertegenwoordiger.
Deze ambtenaren kunnen de volksvertegenwoordiger voeden met feitelijke informatie, die hij/zij kan gebruiken bij zijn/haar publieke optredens. Dit leidt er enerzijds toe dat de volksvertegenwoordiger sneller goed op zijn/haar dossier ingewerkt raakt , anderzijds geeft het de volksvertegenwoordiger in het debat en bij publieke optredens meer munitie om op inhoudelijke gronden de degens te kruisen.
Deze ambtelijke staf zou onder de griffier(s) opgehangen kunnen worden, waardoor tevens het dualisme een boost krijgt door de ambtelijke capaciteit van de uitvoerende en wetgevende macht meer in balans te brengen.
Rogier Stout Assen
In reactie op het pleidooi van Simon Otjes zou ik een ander voorstel willen doen. Breng het aantal zetels in de Tweede Kamer terug van 150 naar 100 en beschouw deze zetels als stemmen van een partij. Laat vervolgens op iedere zetel twee Kamerleden van dezelfde partij plaatsnemen. Dit betekent natuurlijk wel dat zij samen één stem uitbrengen en dat zij het dus altijd met elkaar eens moeten zijn of hier een modus in moeten vinden.
De zetels zijn dan niet langer persoonlijk, maar behoren tot de partij. Wanneer een Kamerlid uit een partij stapt valt hierdoor automatisch de gedeelde zetelplek terug aan de partij. Het voordeel is dat bij stemmingen slechts één van de twee leden aanwezig hoeft te zijn en dat het vele werk verdeeld kan worden over twee mensen. Voor de goede orde, dan doen 200 Kamerleden het werk dat nu door 150 mensen wordt gedaan. Een bijkomend effect is dat de kiesdrempel anderhalf keer hoger wordt, waardoor de hele kleine partijen geen zetel meer zullen krijgen.
Tot slot maakt dit voorstel het rekenwerk eenvoudiger, een partij die 13 procent van de stemmen haalt, krijgt ook 13 zetels.
Alek Dabrowski Rotterdam
Om de burger bij de democratie te blijven betrekken, moet je vroeg beginnen: geef stemrecht vanaf de leeftijd van 16-jarigen bij de gemeenteraadsverkiezingen. Op lokaal niveau zien zij welke invloed hun stem kan hebben door bijvoorbeeld zaken in hun buurt opgelost te krijgen.
Door de jongeren al vroeg bij de democratische besluitvormingsprocessen te betrekken, zorg je voor een grote groep die ziet dat democratie kan werken: hun stem heeft invloed doordat de gemeenten aan de slag kunnen en aan de slag gaan.
Het resultaat is direct in de wijk/straat zichtbaar. Je maakt de democratie op die wijze futureproof.
Ben Vriesema Haarlem
Voor zover mij bekend is, heeft de Nederlandse democratie zich de afgelopen eeuwen ontwikkeld van de strijd om fundamentele vrijheden in de 17de eeuw, via de uitbreiding van politieke rechten in de 19de eeuw, tot de nadruk op rechtvaardigheid en participatie in de 20ste eeuw. Onze democratie staat voor nieuwe uitdagingen.
Om daarop in te spelen, is stemmen in het huidige systeem onvoldoende, daar degenen die ons representeren onvoldoende presteren. Hier moet meer borging in.
De politici op de kiezerslijst moeten voldoen aan specifieke competenties, die tijdig publiek inzichtelijk zijn voor de kiezers, waarop jaarlijks toetsing volgt door een neutrale partij met consequenties bij inadequaat functioneren.
Ellen van der Linden Den Haag
Stemmen op personen is achterhaald, onze democratie loopt vast omdat beeldvorming belangrijker is geworden dan inhoud. Politici winnen verkiezingen door te beloven problemen op te lossen, terwijl het zou moeten gaan om het voorkomen van problemen. Maar dat loont niet in een systeem met een vierjaarlijkse populariteitspoll. Thorbecke heeft dit systeem nooit ontworpen voor een maatschappij die gedomineerd wordt door beeldvorming op massamedia, sociale media en AI.
Wat zou Thorbecke in deze tijd bedacht hebben? Ongetwijfeld een ander systeem.
Stel je een democratie voor waar partijprogramma’s verplicht integraal worden doorgerekend – niet met simpele modellen, maar met geavanceerde digital twin-technologie. Daarmee worden de gevolgen van beleid zichtbaar op álle terreinen: van economie tot zorg, van klimaat tot veiligheid. En niet alleen voor morgen, maar ook voor de komende decennia.
Burgers zouden vervolgens niet meer stemmen op de gladste prater, maar op de scenario’s die uit die doorrekening rollen.
André Helderman Rijswijk
Het onbehagen is groot en het vertrouwen klein. Alle hens aan dek, te beginnen bij de burger zelf. Een burger die moppert moet naar de stembus met zijn klacht. Dit pleit voor herinvoering van de stemplicht. In een democratie is dat een burgerplicht: iedereen doet mee. Als beloning: vrijkaartjes voor cultuur.
Lei Bodelier Haarlem
Source: NRC