Bij de WK atletiek in Tokio moeten de atleten na hun warming-up met een shuttlebus naar het stadion. Een ritje van 15 minuten dat bondscoach Laurent Meuwly de voornaamste uitdaging van het kampioenschap noemde.
is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, atletiek en roeien.
Of bondscoach Laurent Meuwly bij de finale van de gemengde 4x400-meterploeg de WK-finale aanwezig zou zijn om de verrichtingen van zijn team te aanschouwen? Van tevoren wist hij het niet. ‘Ik ga proberen om in het stadion te zijn’, meldde hij een paar uur van tevoren.
De reden van zijn onzekerheid was de afstand tussen de warming-upbaan en het Japan National Stadium, dat overbrugd wordt in een shuttlebusje dat 15 minuten over die reis doet. Zou hij na de warming-up op tijd kunnen vertrekken en ook weer op tijd terug zijn voor de cooling-down?
Het busritje tussen beide atletiekbanen noemde Meuwly van tevoren de voornaamste uitdaging voor de wereldkampioenschappen. Over de vorm van zijn lopers kende hij naar eigen zeggen geen twijfel. Die zouden mee gaan doen om de strijd voor het goud, de medaille die de ploeg vorig jaar op de Zomerspelen in Parijs ook veroverde. Het team met Eugene Omalla, Lieke Klaver, Jonas Phijffers en Femke Bol kwam tot zilver, moest in een tijd van 3.09,96 alleen de VS (3.08,80) voor laten gaan.
Vier jaar geleden vonden de atletiekwedstrijden bij de Spelen in Tokio in hetzelfde stadion plaats. Maar van shuttlebusmiserie was toen geen sprak. De atleten konden hun voorbereiding doen op het kleine atletiekbaantje dat naast het direct aan de andere kant van de weg. Het is een 200-meterbaan en dus kleiner dan normaal, maar wel lekker dichtbij. Voor de WK is nu een andere atletiekbaan gevonden voor de wedstrijdvoorbereiding. Die Oda-baan is de gebruikelijke 400 meter lang, speciaal opgeknapt met het oog op de WK, maar ligt wel een paar kilometer verderop.
En dus tuffen de atleten vlak voor hun races nog door de drukke metropool. Het gordijn dat veel topsporters graag optrekken tussen warming-up en wedstrijd blijkt vanuit het busje transparant. Klaver: ‘Je rijdt dwars door de stad, komt langs de Tommy Hilfiger, langs ijsjeswinkels en dan ga je zo je WK in.’ Bij aankomst in het stadion op zaterdagochtend, voor de heats van de estafette, werd ze vervolgens overvallen door de drukte daar. ‘Veel mensen, veel geluiden, veel dingen. Veel mocht niet, veel moest wel.’
En dan was er nog de temperatuur. Het is warm en vochtig in Tokio. Zo is de zomer daar nu eenmaal. Maar in de shuttlebus loeide de airco. ‘Dus je bent bezweet en warm en dan ga je zo de airco in’, zei Klaver. Dat ongemak werd op zaterdagmorgen nog wat versterkt omdat in de ijskoude bus een delegatie hoogwaardigheidsbekleders mee mocht. ‘Dus dan moet je maar een beetje zo jezelf klein maken.’
De opwarmbaan ligt vlak naast het Yoyogipark, een bekende weekendbestemming voor de inwoners van Tokio. En op de zaterdag dat het WK begon stond er een groepje atletiekliefhebbers vanaf een loopbrug, die vanuit het park over een drukke verkeersweg voert, atleten te spotten. Een van hen had speciaal een verrekijker bij zich.
Vanuit luidsprekers op het sportterrein klonk de mededeling dat atleten zich op tijd bij het ‘gathering point’ moesten melden. Dat verzamelpunt is een grote tent aan de rand van het terrein, met een waarschuwingsbord ernaast die atleten eraan moet herinneren dat ze alles meenemen: uniform, spikes of schoenen en hun nummer. ‘Contact met teamofficials is na het betreden van het verzamelpunt niet toegestaan’, staat eronder.
Juist dat laatste kan lastig voor de atleten zijn. ‘Het gaat niet om de 15 minuten dat je je warming-up onderbreekt. In het stadion is er ook nog ruimte om warm te blijven. De uitdaging is niet fysiek, maar mentaal’, legde Meuwly uit. ‘Je laat je coach achter, je fysiotherapeut en staat ineens met alleen je tegenstanders in zo’n bus.’
De bondscoach zou ermee gaan oefenen. Denk niet dat Bol, Klaver, Omalla en Phijffers proefritjes in airco-busjes zijn gaan maken. ‘Maar hij heeft ons daar wel goed op voorbereid. We hebben alle scenario’s doorgenomen’, vertelde Bol na de finale. ‘We moeten ons hier constant aanpassen aan van alles. Dat is iets waar ik niet van hou, maar wat we wel moeten doen. Je weet niet hoe het gaat, je weet alleen dat de Japanners heel strak zijn in wat ze willen.’
Het is niet helemaal nieuw dat de atleten zonder hun coach naar het stadion worden gebracht. Dat gebeurde bij de vorige WK in Boedapest ook, maar toen was het een kippeneindje in een soort limousinevariant van een golfkarretje. Dat wagentje bleef met de atleten op het terrein rond het hoofdstadion. Van de Hongaarse hoofdstad zagen ze verder niets.
Niet alleen tussen warming-up en stadion, maar vanuit of naar het sportershotel is de logistiek een factor om rekening mee te houden. Ongebruikelijkerwijs zijn alle meer dan 2000 atleten op de WK ondergebracht in één groot hotel. Dat leidde tot lange wachtrijen bij het buffet en ook bij de shuttlebussen van het hotel naar de warming-upbaan. Dat soort problemen zijn er wel vaker aan het begin van grote toernooien. Bij de Spelen van Parijs van vorig jaar klonken vergelijkbare klachten in de eerste dagen, maar werd het snel beter.
Klaver nam het na de voorronde in elk geval luchtig op. ‘Het was chaotisch, maar het is beter dat we dit nu al weten dan dat we er pas later achterkomen.’ In de avond voelde ze zich al veel meer op haar gemak. ‘Het was gewoon wennen.’
En Bol, die er in de ochtend niet bij was, kon leunen op de ervaring van Eveline Saalberg met de logistieke puzzel van de dag. Zij was in de halve finale de slotloopster en werd voor de finale ingeruild voor Bol. ‘Eef is een half uur in mijn hotelkamer geweest om alles uit te leggen’, zei Bol.
Dat was gelukt. De lopers waren er, op tijd, opgewarmd en klaar voor de wedstrijd die zilver opleveren zou. En Meuwly? Stond hij, zoals wel vaker, een beetje verstopt in het stadion naar zijn ploeg te kijken? Nee. Wel geprobeerd om te komen, maar niet gelukt.
Jammer voor hem, oordeelden Klaver en Bol. Maar voor het resultaat maakt dat niets uit of er ergens op de tribune een coach mee kijkt. Klaver: ‘Wij rennen er niet anders door.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant