Home

Op dit festival claimen Hongaren Attila als de hunne: ‘In vijftien jaar Orbán is deze ideologie mainstream geworden’

Verkleed als Hun of Avaar vieren Hongaren de ‘Dag van de Voorouders’. Bezoekers loven het evenement als cultureel festival voor het hele gezin, maar antropologen zien een ‘politiek project’ met extreemrechtse wortels.

is correspondent Centraal- en Oost-Europa van de Volkskrant. Hij woont in Warschau.

De grootse yurt ter wereld staat in Hongarije. Tenminste, dat zeggen ze. De zwarte, ronde tent, een traditioneel onderkomen van nomadische volkeren in Centraal-Azië en Mongolië, is een van de blikvangers op het veld buiten het dorpje Bugac. Verderop gaan krijgers in zware wapenrusting te paard en te voet naar de arena waarboven een gigantisch portret van Attila de Hun hangt. Twee dromedarissen gaan moeiteloos op in de schaduwloze omgeving en zinderende hitte.

In die arena vindt een optocht plaats die de ‘verovering van het Karpatenbekken’ door de Hongaren symboliseert. Dat is een goede duizend jaar geleden, maar niet vergeten. De Hongaren zijn er immers nog, op deze laagvlakte ingeklemd tussen de Karpaten. ‘Dit is de grootste viering van het Hongaars zijn’, introduceert de verteller de ‘nomadische processie’ over de luidsprekers, begeleid door dramatische muziek. ‘Een waardige herdenking van onze voorouders die het Karpatenbekken hebben veroverd en een sterke staat hebben gesticht die tot op de dag van vandaag voortduurt.’

Dan neemt Péter Hoppál, parlementariër van de kleine christelijke partij die aan premier Victor Orbáns partij Fidesz is verbonden, het woord. ‘1.100 jaar geleden stichtten we een succesvolle natie, we zijn een voorbeeld voor andere landen in de EU en de wereld. Het is geen toeval dat we zoveel winnaars van olympische medailles hebben, het is geen toeval dat we recentelijk een man de ruimte in hebben gestuurd.’ De ‘kleinkinderen van Attila’, zoals Hoppál zijn landgenoten noemt, zijn niet alleen anders. Ze zijn heel bijzonder.

De puszta (steppe) ten zuiden van hoofdstad Boedapest is elke zomer drie dagen lang toneel van de Kurultáj, oftewel ‘Stammenbijeenkomst’. Elke twee jaar worden hiervoor delegaties uit Turkije en Centraal-Azië uitgenodigd. In oneven jaren, zoals nu, is het vooral een Hongaarse aangelegenheid en heet het officieel de ‘Dag van de Voorouders’. Het gratis evenement trekt volgens de organisatie enkele tienduizenden mensen. Mannen uitgedost als nomadische steppekrijgers groeten de toeschouwers van onder de brandende zon.

Turkse volkeren

Wie zich afvraagt wat Hongarije precies te maken heeft met Attila de Hun, yurts of nomadische stammen, belandt bij het ‘toeranisme’, een theorie die onder de regering van Viktor Orbán opnieuw wordt gepopulariseerd. In plaats van het gangbare wetenschappelijke verhaal dat de Hongaarse voorouders uit de omgeving van het Oeralgebergte komen, zouden ze afkomstig zijn uit Centraal-Azië en daarom een diepe connectie hebben met dat gebied.

Toeranisme

Het idee van de Centraal-Aziatische wortels van Hongaren is geworteld in het ‘toeranisme’: een 19de-eeuwse ideologie gebaseerd op pseudowetenschappelijke claims van etnische verwantschap tussen allerlei (deels Turkse) volkeren in delen van Europa en Azië, waar de Hongaren ook onder vallen. Sommige aanhangers streefden ook een politieke unie van al deze volken na. In Hongarije had de ideologie met name in de periode tussen de wereldoorlogen invloed. In Turkije is de extreemrechtse groepering Grijze Wolven nog altijd aanhanger van dit gedachtegoed.

Voor bezoekers Zsolt Oros (34) en zijn zus Eva Bácsi (48) is het vooral een leuk festival. ‘Echt van hoge kwaliteit’, zegt Bácsi. Ze zijn enthousiast over de re-enactment, het naspelen van historische gebeurtenissen. Daarnaast ‘moeten we onze wortels koesteren en contact houden met broederlijke naties’. Het is belangrijk om dit ook aan jongere generaties over te brengen, zegt Oros. Ze vinden niet dat het festival een ideologische lading heeft. ‘Misschien hebben we niet goed opgelet. We zijn hier voor een fijn uitje met onze familie.’

Dat is één kant van de Kurultáj: een gezinsfeest met muziek, klederdracht, typisch Hongaarse gerechten en een bazaar waar je traditioneel handwerk kunt kopen. Geschiedenisfanaten dompelen zich onder in de periode van vroege middeleeuwen en wanen zich even Avaar, Hun of een ander nomadisch steppevolk. Tegelijk is het een verzamelplaats van Hongaars nationalisme en esoterische, bij vlagen radicale denkbeelden.

Om het toeranistische verhaal te stutten, trekken door de regering gesteunde wetenschappers alles uit de kast, van veldwerk met ‘archeogenealogie’ tot, zo blijkt, het bestuderen van schedels. In de ‘grootste yurt ter wereld’ staat een ‘euromongoloïde’ exemplaar in de vitrine als bewijsstuk voor de oosterse wortels van de Hongaren. Dergelijke theorieën zijn inmiddels ook in Hongaarse schoolboeken opgenomen. De organisatie die de Kurultáj organiseert, de Hongaarse Toeran-vereniging, kan op forse staatssteun rekenen: in 2024 ontvingen ze bijna twee miljoen euro van het ministerie van Cultuur.

De woordvoering van de vereniging benadrukt echter dat het ‘boven alles een cultureel evenement is’ met een ‘traditiebeschermend karakter’ en ‘geen verbinding heeft met hedendaagse politiek’.

‘Oosterse opening’

Het is niet zomaar een discussie over een stoffig hoekje van de Hongaarse geschiedenis. Premier Orbán haalt deze ‘wortels’ graag aan als hij zijn geopolitieke blik op het oosten werpt. Hongaren zijn anders dan andere Europeanen, als ‘het meest westelijke oosterse volk en het meest oostelijke westerse volk’.

Daarom is het volgens Orbán logisch dat Hongarije een unieke en eigenzinnige geopolitieke koers vaart, met een verbindende functie tussen ‘alle economische machtscentra’ ter wereld. Sinds 2018 heeft Hongarije een waarnemende rol (geen volwaardig lidmaatschap) van de Organisatie van Turkse Staten.

Deze strategie wordt de ‘oosterse opening’ genoemd. In de praktijk betekent dit: gas en olie uit Rusland, de deur van de EU op een kier voor Chinese invloed en nauwere diplomatieke en economische banden met Turkije, Azerbeidzjan en Centraal-Aziatische landen. Ondertussen distantieert Orbán zich steeds verder van de Europese Unie en werden Europese fondsen voor Hongarije bevroren. Een voordeel van zakendoen met bovengenoemde landen in plaats van Brussel: geen kritiek op corruptie en de uitholling van de Hongaarse democratie.

De Kurultáj vervult een diplomatieke rol, blijkt uit een gesprek met sjamaan Edit Bárcsik, te vinden in de viptent. Voor de Toeran-verenging onderhoudt ze contact met buitenlandse delegaties, vertelt ze, zoals de kleine Turkse afvaardiging die vandaag op de tribune zit. Ook communiceert ze met geesten, sinds ze twintig jaar geleden een bijna fataal auto-ongeluk had. ‘Ik keerde terug uit de dood. Sindsdien spreek ik met de doden.’ Ze moet snel door met haar andere taak, ‘de energie van deze plek reinigen’.

Groot-Hongarije

Behalve spiritualiteit en steppekrijgers speelt ook meer recente geschiedenis een rol: het verdrag van Trianon in 1920. Als verliezer van de Eerste Wereldoorlog verloor Hongarije daarbij veel grondgebied, miljoenen Hongaren belandden buiten de landsgrenzen. Nog altijd zijn er significante Hongaarse minderheden in de buurlanden, die op de Kurultáj met open armen worden verwelkomd. Hier zijn de Hongaren weer één.

Sinds de eeuwwisseling is dit historische trauma een kernthema voor Orbán: toen hij in 2010 premier werd, gaf hij deze minderheden staatsburgerschap. Ze stemmen nog altijd overwegend op Fidesz. Sommige kraampjes verkopen parafernalia met ‘Groot-Hongarije’, de platvisachtige vorm van het land voor 1920. Je kunt er een vlag kopen met deze landkaart en de tekst ‘Geschapen uit hetzelfde bloed’.

Wie graag met liefde gemaakte volkskleding aanschaft, komt ook aan zijn trekken. Bij Rozália Koller (54) bijvoorbeeld, die kostuums verkoopt van de csikós, traditionele paardenhouders uit het noordoosten van het land. ‘Het is mode’, zegt Koller, die afgelopen jaren de interesse in re-enactment en folklore zag toenemen. Voor haar betekent het evenement: ‘Je terugtrekken uit een overhaaste wereld, met aandacht voor onze geschiedenis.’ Er zullen altijd wel mensen zijn die kritiek op dit soort bijeenkomsten hebben, zegt ze. ‘Zij lopen in een andere richting dan de rest van de samenleving.’

De meest serieuze deelnemers zijn de nomadische krijgers zelf, die tussen de veldslagen door uitrusten in een kampement met yurten. Ze gaan drie dagen volledig op in deze tijdscapsule (met smartphones, dat wel). Gábor Csontos (35) spant in opperste concentratie zijn boog. Hij slaat zijn mantel op, zet het kromme hout tussen zijn benen en maakt de pees vast aan de nok. Hij is een van de Koemanen, een stam uit de 13de eeuw. ‘Ik ben altijd gek geweest op geschiedenis.’

Er is meer. ‘In de Hongaarse geschiedenis hebben buitenlandse mogendheden altijd geprobeerd de geest van het volk te breken door onze geschiedschrijving te veranderen. Daardoor zijn mensen gaan denken dat we geen grootse natie zijn, maar klein.’ Hier keren ze dat om, zegt Csontos, bij wie naar eigen zeggen Koemanen-bloed door zijn aderen stroomt. ‘We moeten trots zijn.’

Daar is László Nagy het mee eens. Zijn stem is schor van twee dagen op het slagveld – en van de muzikale optredens die ’s avonds plaatsvinden. ‘Mensen komen voor de geest van de bijeenkomst, met politiek heeft het niets te maken.’ De nadruk op Trianon en Hongaren buiten de landsgrenzen is evenmin politiek, aldus Nagy, hoewel hier in buurlanden met argusogen naar wordt gekeken. ‘Zou jij je familie niet terug willen? Trianon was onrechtvaardig en verwondt de Hongaarse ziel. Elke Hongaar zal je hetzelfde vertellen.’

Tussen de hooibalen is ook historicus en antropoloog István Povedák te vinden, hij bestudeert het festival al jaren. ‘Het is een patriottisch ritueel’, zegt hij. De Kurultáj schaart hij onder ‘neonationalisme’ dat in de Hongaarse samenleving wortel schiet. Toen hij hier meer dan vijftien jaar geleden voor het eerst kwam, was het een extreemrechtse bijeenkomst. Er zijn nog mensen met fascistische tatoeages en T-shirts, maar slechts enkelen. Sinds Orbán in 2010 aan de macht kwam, richt de Kurultáj zich op een breder publiek, ziet Povedák.

De koppeling tussen de steppevolkeren en Trianon, waarvoor gemakshalve duizend jaar geschiedenis wordt overgeslagen, is niet vreemd, zegt hij. ‘Trianon wordt gepresenteerd als een collectieve wond, die geheeld kan worden door terug te grijpen op onze glorieuze afkomst.’ Hij kijkt er nuchter naar. ‘Als je trots wilt zijn op je Hongaarse identiteit, als dit een ritueel is waar je blij van wordt, dan is dat prima. Maar als het uitmondt in een verhaal dat we etnisch zuiverder en beter zijn dan iedereen, is dat problematisch.’

‘Illiberale’ wetenschap

Etnoloog Katrin Kremmler, die eveneens onderzoek doet naar de Kurultáj, gaat een stap verder. Ze betoogt in haar werk dat dit soort evenementen niet louter ‘pseudowetenschap’ zijn, maar een wezenskenmerk van het ‘illiberalisme’ van Orbán. ‘Het is een politiek project om de nationale identiteit te herscheppen.’

Daarbij wordt klassieke wetenschap verdrongen door overheidsinstituties die met publiek geld een nieuw verhaal verkondigen. ‘Dit maakt deel uit van de overname door Fidesz van de geesteswetenschappen en de sociale wetenschappen.’ Zo is een belangrijke organisatie naast de Toeran-vereniging het Instituut voor Hongaars Onderzoek (MKI), dat ‘het verleden, de taal en de oorsprong van de Hongaren’ bestudeert. De nieuwe directeur is de dochter van Sándor Lezsák, Fidesz-partijlid en officieel beschermheer van de Kurultáj namens het parlement, waarvan hij vicevoorzitter is.

Dat bezoekers dit alles desondanks niet als politiek ervaren, komt doordat het inmiddels onder de paraplu van ‘cultuur’ valt, zegt Kremmler. Na vijftien jaar Orbán zijn mensen ‘gesocialiseerd’ door deze ideeën. Ook haar valt op dat wat ooit begon als een extreemrechts festival inmiddels ‘een normaal middenklasse-evenement’ is geworden. De ideologie is nu ‘mainstream’.

Volgens sjamaan Bárcsik is het vanzelfsprekend dat de organisatie financiële steun ontvangt en dat er politici aanwezig zijn. ‘We blazen de natie nieuw leven in, met onderwijs en vaderlandsliefde. Het is onze plicht om onze voorouders te respecteren en mensen te bereiken met deze geschiedenis en deze waarden.’

Orbáns partij Fidesz staat er slecht voor in de peilingen en zou de verkiezingen volgend jaar weleens kunnen verliezen van zijn uitdager Péter Magyar. Maar op dit soort bijeenkomsten wordt duidelijk dat zijn regeerperiode van vijftien jaar op talloze manieren een stempel op het land heeft gedrukt. Izabella Csizmazia (70) wilde al langer naar het festival, dit jaar lukte het eindelijk, samen met haar dochter en kleinkinderen. ‘Ik ben nieuwsgierig naar ons culturele erfgoed. De yurt was heel leuk.’ Het is geen politiek of ideologie, zegt ze. ‘Dit is wie we zijn als Hongaren.’

Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next