DEN HAAG - 'Ik ben de man van de slechtnieuwsgesprekken', zegt Pepijn Brocken (50) uit Den Haag. Hij is longarts in het HagaZiekenhuis en zet iedere werkdag alles op alles voor zijn patiënten met longkanker. Dat betekent ook dat hij dagelijks slecht nieuws moet brengen. Maar hoe vertel je iemand dat hij of zij ernstig ziek is en misschien niet meer beter wordt? 'Het belangrijkste tijdens zo'n gesprek is dat patiënten de deur uit gaan, misschien heel verdrietig, met een duidelijk verhaal en een duidelijk plan.'
Dit is een verhaal uit onze serie Hoe gaat het?, waarin wij gesprekken aan gaan met patiënten, bezoekers en medewerkers in het ziekenhuis.
Pepijn loopt met een stevige pas door het HagaZiekenhuis wanneer presentator Fred Zuiderwijk hem vraagt of hij haast heeft. 'Ik loop altijd wel een beetje door, ik heb er vaak de pas in. Dat ligt denk ik een beetje aan mijn persoonlijkheid', grinnikt de man.
Pepijn is longarts in het Haagse ziekenhuis. 'Mijn aandachtsgebied is longkanker', voegt hij toe. 'Dus ik houd mij voornamelijk bezig met het vaststellen van longkanker en de behandeling ervan', legt hij uit.
'Tijdens mijn specialisatie als internist kwam ik op de longafdeling erachter dat longartsen in Nederland al hun patiënten zelf behandelen. Dat gaat niet om longoperaties of bestralingen, dat doen chirurgen en radiotherapeuten, maar chemotherapie, immuuntherapie en andere behandelingen doen wij allemaal zelf', begint de longarts.
'Daarnaast doen wij de diagnostiek ook helemaal zelf. Dus we nemen zelf biopten van longen of maken echo's van lymfeklieren. We checken zelf de uitslag en delen zelf de uitslag met de patiënten', gaat hij verder. 'Je begeleidt een patiënt dus echt van a tot z en houdt de regie over zijn of haar traject.'
'Toen ik dat zag, dacht ik: dit vind ik interessant, want ik kan de ziekte echt zelf behandelen', vertelt Pepijn enthousiast. 'Toen ben ik overgestapt naar de longopleiding en heb ik mij verdiept in longkanker. Zo ben ik dus longarts geworden en inmiddels werk ik al heel wat jaren in het HagaZiekenhuis.'
Naast de behandelplannen, chemo-, radio- en immuuntherapieën en operaties, bestaat Pepijns werk ook veel uit het brengen van slecht nieuws. 'Ik noem het zelf liever uitslaggesprekken. Daar horen dus ook gesprekken bij waarin ik een goede uitslag deel', vertelt de arts.
'Ik denk dat ik gemiddeld acht uitslaggesprekken per dag voer en daar zitten gemiddeld vier gesprekken bij waarin ik een slechte uitslag moet delen', gaat hij verder. 'Ik ben dus ook de man van de slechtnieuwsgesprekken.'
Ondanks dat dit best een heftig onderdeel is van zijn werk, vindt Pepijn het vooral ook een heel boeiend onderdeel. 'Ik heb mij altijd gerealiseerd dat dit netjes moet gebeuren en vind het belangrijk dat het goed wordt gedaan', vertelt hij.
'Dat je er altijd voor zorgt dat je aandacht hebt voor wat een patiënt op dat moment doormaakt', legt de longarts uit. 'En dat je dan ook duidelijk kan zijn over wat er niet meer kan, maar vooral ook wat er nog allemaal wel kan', benadrukt de arts.
Maar hoe bereid je zo'n slechtnieuwsgesprek voor? 'Voor ik het gesprek in ga, zorg ik ervoor dat ik goed op een rij heb wat de uitslag precies inhoudt, wat het optimale behandelplan is voor de patiënt en ik antwoorden heb op alle vragen die patiënten kunnen stellen daarna', legt Pepijn uit. 'Ook al is een vraag niet relevant voor de behandeling.'
'Soms vragen patiënten bijvoorbeeld hoeveel uitzaaiingen ze hebben. Dat is eigenlijk niet belangrijk voor de behandeling. Maar een patiënt kan dat wel heel belangrijk vinden, dus dan wil ik die informatie gewoon paraat hebben', gaat de arts verder.
'Het belangrijkste is dat patiënten de deur uit gaan, misschien heel verdrietig, met een duidelijk verhaal en een duidelijk plan', concludeert Pepijn.
Ben je dan aan het einde van de dag niet helemaal gesloopt van al het slechte nieuws? 'Het klinkt misschien gek, maar eigenlijk niet', zegt Pepijn schouderophalend. 'Maar het is niet zo dat ik een soort eelt op mijn ziel heb. Ik ben ook een normaal mens en heb ook mijn eigen gevoelens. Ik heb heus wel eens een traan gelaten om een patiënt', voegt hij snel toe.
'Ik heb bijvoorbeeld een aantal patiënten gehad die net een kind hadden gekregen en daarna de diagnose uitgezaaide kanker krijgen en weten dat ze hun kind niet gaan zien opgroeien. Ik heb zelf geen kinderen, maar dat zijn zulke heftige gesprekken met veel emoties', vertelt Pepijn ernstig.
Soms moet je als arts na zo'n gesprek meteen door naar de volgende patiënt. Maar zo'n gesprek maakt soms zoveel gevoelens los dat ik heel even wacht, een momentje alleen pak en even naar buiten moet kijken', zegt hij eerlijk.
De afgelopen jaren zag Pepijn de teller van patiënten met longkanker helaas wel toenemen. 'Maar daarbij moet je wel rekening houden dat we tegenwoordig betere technieken hebben om vast te stellen dat iemand ziek is', benadrukt hij.
'Er zijn betere scans en gevoeligere middelen om longkanker te ontdekken. Daardoor vinden we ook vaker longkanker in een vroeger stadium. Dat is eigenlijk goed, want dan is er een betere kans op genezing', vertelt hij met een glimlach.
'Zet er dan nog een heel ervaren longarts bij en het moet helemaal goedkomen', voegt Fred Zuiderwijk vrolijk toe waarna Pepijn ook begint te lachen een blos op z'n wangen krijgt.
Presentator Fred Zuiderwijk knoopt in het HagaZiekenhuis in Den Haag gesprekken aan met allerlei mensen. Van (zorg)personeel tot bezoekers en patiënten. De vraag 'hoe gaat het?' levert gesprekken vol verdriet en ontroering op, maar ook vol humor. Meer verhalen uit deze serie zijn op het YouTube-kanaal van Omroep West te zien.
Source: Omroep West Den Haag