Home

Nederland telt veel meer kroegen dan je op het eerste gezicht zou denken: welkom in Café De stille knip

Sommige mensen kunnen het niet laten. Die maken van die paar extra vierkante meters geen yogaruimte of inloopkast, maar hun eigen kroegje. En je eigen kroeg betekent: je eigen regels. Nog ééntje dan?

is verslaggever bij Volkskrant Magazine en columnist.

In mijn jeugd had ik een glashelder beeld van het ideale huis, en ik tekende dat huis regelmatig op de architectentafel van mijn vader: een jarenzeventigbungalow zoals mijn Limburgse ooms en tantes hadden, met een optionele zitkuil en binnentuin, maar in elk geval een kroeg in de kelder. Zo’n geheime kroeg had een mythische aantrekkingskracht op mij, een soort winkeltje spelen voor gevorderden. En bij mijn oom en tante was het ondergronds bovengemiddeld vaak feest.

In mijn klas zat ook een meisje waarover het gerucht ging dat ze een kroeg in haar kelder had, Tamara. Toen ik dat hoorde sloot ik onmiddellijk vriendschap met Tamara, vlak voor de groepachtfuif waarvan ik in de organisatie zat − kinderen zijn ontzettende opportunisten. Een onvergetelijke fuif, overigens, want in zo’n kelderkroeg kunnen dingen die bovengronds niet kunnen.

Mijn droom werd ingehaald door het feit dat de vierkante woonmeters niet meer voor het oprapen liggen. Pas in de coronacrisis hoorde ik weer eens van mensen die clandestiene kroegjes begonnen. Een ‘stille knip’, heet zoiets in de volksmond ook wel, een huiskamer waar je wat kunt drinken. Oorspronkelijk was stille knip trouwens ook bargoens voor een stiekem bordeeltje, een winkel waar je even ‘naar achteren’ kon met de winkeldame − dat terzijde.

Portemonnee

Nu zou ik bij deze fotoserie uiteraard graag wat cultuurhistorische duiding geven, vertellen wat de stille-knipdichtheid per provincie is, en of dat ‘knip’ nou slaat op de knip die stilletjes op de deur gaat, de portemonnee die geruisloos moet worden getrokken, of komt van ‘knijp’ (herberg), maar ja: een officiële geschiedschrijving van dit fenomeen bestaat niet. Dat heeft te maken met de aard van de zaak: een stille knip gedijt goed bij geheimzinnigheid.

Stedenbouwkundige Ton van Mastrigt, expert in jarenzeventigbouw, vertelt dat hij nergens op bouwtekeningen omschrijvingen als ‘thuiskroeg’ heeft aangetroffen. Wel kan hij zich goed voorstellen dat de schuilkelders en kolenkelders die na de oorlog onder huizen werden gebouwd, op den duur voor wat anders gingen dienen.

Nu durf ik op grond van de interviews best te concluderen dat het aantal officieuze cafés en het aantal officiële cafés in een bepaalde plaats omgekeerd evenredig samenhangt. Anders gezegd: is er ergens geen ruk te beleven, dan stichten de mensen zelf wel wat gezelligheid. En hoe vroeger de kroegen sluiten, hoe meer stille knippen. Zo hoor ik dat in carnavalstijd in sommige Brabantse dorpen de schuren openen als de cafés dichtgaan, en er fietstochten worden georganiseerd van stille knip naar stille knip.

Heerlijke stiekemerds

In één bepaald Brabants dorp zitten er wel twintig, hoorde ik. Sommige thuiscafés hebben een social-pagina: Stille Henkie, de Natte Slak, Keet de Stille Knip, ze zitten van Drenthe en Groningen tot aan Limburg. Maar nergens een adres. Wat een heerlijke stiekemerds zijn wij toch.

Nederland is kortom vele kroegen rijker dan je op het eerste gezicht zou denken. En dat maakt een huiskroeg nou juist zo mooi: dat er geen enkele historicus op is gepromoveerd, en het adres alleen wordt doorgefluisterd aan wie het weten moet. Voor de duidelijkheid: de mensen in deze fotoreportage hebben hun bar voor de gezelligheid, niet voor het geld. Ze sturen mekaar hooguit een tikkie voor de pizza of de kapsalon achteraf.

Mocht u nou geïnspireerd raken, en inzien dat u uw fitnessruimte al een paar maanden niet heeft betreden: de grens tussen een onschuldig trefpunt voor je vrienden en een illegale kroeg ligt, voor zover ik dat kan zien, bij het ophangen van een prijslijst. En wat er verder precies gebeurt, dat is dus privé. Mooi zo.

De voetbalkroeg van Ger Sukel (64) in Amsterdam-West

Ger Sukel (‘Sukkel met één k’) uit Amsterdam-West heet Gert-Jan, maar iedereen noemt hem Gerritje, Jantje of gewoon Ger. ‘Ik ben geen binnenzitter’, zegt Ger. Zo heeft hij een vuilcontainer geadopteerd, en houdt hij zicht op zijn straat, want hij hoopt dat die ooit tot Schoonste van Nederland wordt gekroond. Of hij gaat twee verdiepingen lager naar zijn eigen ‘kroegie’, een idee van zijn zoon in de coronacrisis. ‘Kijk, voetballen mocht toen wél, maar waar moest je samen kijken?’ In de kelderbox dan maar. Hup, koffers en kerstspul eruit, barkrukken, twee televisies en tapkast erin. ‘We hebben zelfs een portapotti (draagbaar chemisch toilet, red.) voor de mannen, op de gang: als de deur open staat, ziet niemand je.’

De crisis ging, de kroeg bleef: als Ajax thuis speelt, zit Ger in de Arena, bij een uitwedstrijd zit hij in zijn kelderkroeg. De kroeg is ook open als Max Verstappen rijdt, of als er een kickbokswedstrijd is. ‘Als ik buiten de Amsterdam-vlag uit heb hangen, weet iedereen dat het hok open is. Of ze bellen even. Voor twee man ga ik niet open, voor drie wel. En is er tegelijk kickboksen én voetbal, dan komen die twee tv’s dus van pas.’ Er is maar één probleem: het is een beetje krap. ‘Als het Nederlands elftal speelt, dan hebben we hier zeventien man. Met zes man is hij vol. Maar dan staat de rest gewoon buiten, biertje drinken, sigaretje roken, en komen ze af en toe kijken hoe het ervoor staat. Mijn vrouw Carolien snijdt boven ook kaas en worst, of ze maakt een bruine fruithap. Dan krijg ik een appje: ‘het is klaar’, en haal ik het boven op.’

Met oudejaars was het ook feest bij Ger, een grote tent op de stoep, en zanger Jeffrey Kuipers kwam optreden. ‘Er is nooit iemand hier in de buurt die zegt: dat kan niet en dat mag niet.’ Alles kan, zegt Ger, en iedereen is welkom. Nou ja, bijna alles en iedereen dan, want er is één ding waar Ger niet zo goed tegen kan: ‘Er zijn weleens vrouwen die tijdens de wedstrijd over andere dingen dan voetbal willen praten. Maar kletsen doe je maar in de rust.’

De keet van Rens Komejan (18) en zijn vrienden, in Babyloniënbroek

‘Het is begonnen met verveling’, zegt Rens Komejan, ‘want in Babyloniënbroek (Noord-Brabant) is niks te doen’. Babyloniënbroek telt 435 inwoners, kennelijk niet genoeg voor een club, maar wél voor een keet. ‘Er zijn in de buurt meer thuiskroegen, elke generatie heeft wel zo’n plekje, dat wilden wij ook.’ De ouders van vriend Martijn hadden plek op het erf van hun melkveehouderij. Voor deze keet er stond, hadden ze al een andere, ‘verrotter en kleiner’, maar ze moesten uitbreiden, want de vriendengroep van Rens versmolt met een vriendinnengroep van verderop.

‘De verrotte keet werd toen een kippenhok. We konden deze keet gratis ophalen via Marktplaats. Dieplader geregeld, met een shovel dat ding erop geschoven, en met de trekker naar hier gereden.’ Rens is timmerman, de een zit in het grondverzet, de ander in de bouw, dus het terrasje eromheen hadden ze samen zo gelegd. ‘De bar hebben wij ook gemaakt. De keet stond ook een keer in de fik, toen we met oud en nieuw een bank opstookten. Iets te dichtbij. Dan zetten we er zó een nieuw wandje in. Ja, ik was even in paniek, maar we hebben vooral heel hard gelachen.’

Deze vrijdag is een gewone vrijdagavond met het vaste groepje. Vorig weekend waren ze samen op Made’s Powerweekend (‘Het grootste truck- en tractorevenement van Europa: zeg je powerweekend dan zeg je PK’s!). ‘We waren daar met acht caravans, we hebben ook allemaal een caravan. Nee, er is niet veel geslapen.’ Dus vanavond is het een beetje nabespreken, onder andere over een niet nader te noemen bekende die zijn/haar bodycount (totaal aantal bedpartners, red.) in dat powerweekend aardig heeft opgekrikt.

Binnen de keet ontstaat ook weleens een koppeltje. ‘Dana en Mike hebben nu verkering, Dana was er nieuw bij. Soms krijgt iemand ook een relatie buiten de keet, dan komt diegene er meestal ook bij.’ Vereisten zijn er niet echt om je erbij te voegen, al is het handig als je van bier en trekkermuziek houdt, en af en toe durum of kapsalon. ‘Er moet wel bier worden gehaald. We hebben een klomp waar iedereen contant geld in gooit, maar dan moet er wel wat in zitten. Regels zijn er niet, het komt altijd goed. En we maken harde grappen, daar moet je ook een beetje tegen kunnen.’

Cafe de Piëlhaas, het bruine café van Anja Linskens (56) uit Venray

De bruine kroeg in het tuinhuis van Anja Linskens, dat weten de vrienden van Anja heel goed, is voor hen bij allerlei gelegenheden geopend: Koningsnacht bijvoorbeeld, dat is voor hen traditie, en ‘Pizzadag bij de Linnies’ werd ook al gauw een terugkerend evenement. Dan bakt Anja’s man Edward gerust veertig pizza’s op de barbecue, en eindigen ze met vijftien, twintig vrienden in het kroegje. En als er even niets op het programma staat, verzint Anja wat nieuws: een darttoernooi, bijvoorbeeld. Dat heeft er misschien mee te maken dat Anja zich ontzettend vertrouwd voelt in een bomvolle tent.

‘Mijn moeder had veertig jaar een bruin café in Venray, tegenover de brouwerij. Helaas moest ze in 2010 op 65-jarige leeftijd stoppen, en is ze later dat jaar ook onverwachts overleden.’ Anja wist meteen: de bar, en alle carnavalsonderscheidingen van haar moeder, mochten niet naar het stort. Nadat de boel anderhalf jaar in de opslag lag, vroeg haar vader: waarom gebruik je het niet in je tuinhuis? ‘Het tuinhuis hebben we dichtgemaakt, de bar ingekort en alles weer opgehangen. En ik voeg steeds nieuwe dingen toe, zoals alle foto’s van feestjes hier, daar bekleed ik het dak mee. Ik wilde het levenswerk van mijn moeder in leven houden. Daarom heb ik ook een Instagrampagina, @Cafe_de_Pielhaas.’

Zo kon de familie Linskens ook in contactarme tijden mensen zien. ‘Toen in de coronatijd de kermis in Venray niet doorging, hielden wij een alternatieve kermis, met in de hele tuin een stuk of vijftien spellen. Ringwerpen, ren je rot, kikker slaan. Met vijftig man hebben we in groepjes gestreden om een beker.’

Naast haar werk als klantcontact bij een bedrijf dat software en machines voor de voedselindustrie levert, is Anja altijd te porren voor een goed doel. ‘In 2013 deed ik voor het eerst hardlopend de Alpe d’HuZes (een sportevenement waarbij geld wordt ingezameld voor de bestrijding en behandeling van kanker, red.), later ging ik klimmend naar de top voor stichting Kika (Stichting Kinderen Kankervrij, red.). Deze zomer ga ik voor Giro de Kika fietsen, dan is het cirkeltje rond.’ En daar komt de kroeg weer om de hoek kijken: Anja moet 2.500 euro sponsorgeld meenemen. ‘Dat had ik snel bij elkaar. Ik organiseer hier thuis een evenement. Mijn man kan heel goed koken, dus verkocht ik lootjes voor tien euro per stuk waarmee je voor acht personen een vijfgangendiner kunt winnen. Ik heb er 162 verkocht. Zo heb ik dit keer ruim 8.200 euro opgehaald.’

Morgen gaat Anja op pad, om 600 kilometer te fietsen in de Dolomieten. ‘En als ik terugkom, dan ga ik dat zéker vieren in de kroeg.’

Het muzikale thuiscafé van Marieke Kavelaars & Jack Smits in Prinsenbeek

De kroeg van Jack (65, voormalig medewerker Signify/Philips) en Marieke (55, directeur in de ggz) is minimaal twee avonden per week open: de ene keer voor de mannenband van Jacques, waarin hij al 45 jaar speelt, de andere keer voor die van Marieke, waarvan Jacques muzikaal leider is – ze spelen beiden saxofoon. Naast hun huis staat een grote Vlaamse schuur, die nog verbouwd moest worden toen Jacques in april 2021 de diagnose ALS kreeg.

‘Toen ontstond het idee: kunnen we hier geen kroeg maken?’, zegt Marieke. Want als de kroeg thuis is, hoeft Jack niet ergens heen met een rolstoel, en kan hij zijn vrienden wekelijks zien en muziek maken. ‘Op enig moment kon Jack zelf fysiek minder doen, dus veel vrienden hebben meegeholpen, ook uit de muziekgroep. Het werd een volwaardig café, met tap en bar, waar onze zoons (Jack en Marieke hebben er vier, waarvan één van 13 samen, red.) ook feestjes geven. Wat de kroeg belangrijk maakt, is dat hij de hobby van Jack met zijn vrienden en zijn ziekte verbindt.’

Het interieur barst van de betekenisvolle stukken, vertelt Marieke. Het portiek is een deur uit het huis van Mariekes oma. Een porseleinen tap is de voormalige tap van het café De Swaen, van de broer van Marieke uit het dorp. ‘En er hangt een lichtobject met Daddy Cool, want dat is de bijnaam van de kinderen voor Jack. Zo heet de kroeg ook.’

Hier op de foto ziet u de muziekavond van Jack – die van Marieke is, dat wil ze best toegeven, van iets mindere kwaliteit. ‘Deze jongens kennen elkaar al vijftig jaar, het zijn ontzettend goede muzikanten. Jack speelt nu geen saxofoon meer. Zijn spraakvermogen is nog niet aangetast, maar hij kan niet meer lopen en zijn armen en benen worden zwakker. Een mening die breed gedeeld wordt is dat Jack, nu hij ziek is, steeds betere arrangementen maakt. Bijzonderder. Hij bewerkt de Stones, Blondie, van alles. Als saxofonist missen ze hem, maar hij laat straks koffers vol goede muziek na.’ Ja, over de ernstige dingen wordt hier ook gepraat. ‘Ze maken tussen half 9 en half 11 muziek, en dan zitten ze in de kroeg tot 1 uur. De moeilijke dingen bespreken, dat gebeurt tussen half 11 en 1 uur ’s nachts.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next