Dwingende controle, isolatie, angst zaaien: vrouwen die slachtoffer worden van intieme terreur door hun partner, gaan door een hel. Ook als ze om hulp vragen: rechters en instanties maken de situatie geregeld erger, betogen twee experts in familierecht.
is politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant.
‘Moet ik met stoelen gaan gooien?’ Toen Ariane Hendriks dat dacht, wist ze: het is tijd om te stoppen als familierechtadvocaat, nadat ze zeventien jaar tot het uiterste was gegaan om slachtoffers van ernstig huiselijk geweld te helpen. Ze kon er niet meer tegen dat veel rechters en instanties hun situatie nóg erger maakten.
Haar frustratie bereikte een hoogtepunt tijdens de zaak van een cliënt die was gewurgd door haar toenmalige partner, waar hun dochter bij was. De vrouw overleefde het, die man kreeg een huisverbod. Maar binnen een week drongen hulpverleners erop aan dat ze met hem om de tafel zou gaan. De communicatie moest volgens hen op gang komen, in het belang van hun dochter. Terwijl het kind doodsbang en getraumatiseerd was, net als haar moeder.
‘Wat ik ook zei, het lukte me niet om veiligheid op de agenda van die hulpverleners te krijgen’, zegt Hendriks. ‘Zij bleven herhalen dat deze ouders met elkaar verder moesten, omdat ze een kind hadden. Zoiets was me al veel vaker overkomen. Maar ik wond me er zo over op dat ik dacht: stel dat ik met iets gooi, luisteren ze dan wel?’
Nu, twee jaar later, is Hendriks (49) docent familierecht aan de Universiteit Tilburg. In het nieuwe boek Met liefde heeft het niks te maken schetst ze samen met familierechtadvocaat Ingrid Vledder (49) wat het betekent als je slachtoffer wordt van ‘intieme terreur’.
Dat is een ernstige vorm van huiselijk geweld, hoofdzakelijk gepleegd door mannen tegen vrouwen, waarbij er sprake is van dwingend, controlerend gedrag, isolatie van de (ex-)partner en het zaaien van angst. Soms mondt dit uit in partnermoord.
In het boek komen praktijkvoorbeelden voorbij en wordt een inktzwart beeld geschetst van de wereld waarin slachtoffers van intieme terreur terechtkomen. Tijdens hun relatie, maar ook daarna. Terwijl deze vrouwen snakken naar erkenning voor wat ze meemaken, stuiten ze veelal op onbegrip.
Bijna alle slachtoffers die Hendriks en Vledder hebben bijgestaan, vinden dat medewerkers van instanties als Veilig Thuis, Jeugdbescherming en de Raad voor de Kinderbescherming hun problemen hebben vergroot. Aan rechters zouden ze ook weinig hebben gehad, omdat die zich baseren op rapporten van diezelfde hulpverleners en onvoldoende doorvragen.
Het boek vestigt de aandacht op een probleem dat weinig zichtbaar is. Niet alleen doordat intieme terreur met name wordt uitgeoefend achter de voordeur, maar ook doordat zittingen in het familierecht plaatsvinden achter gesloten deuren, om privacyredenen.
‘De patronen die ik als advocaat zie, zijn onzichtbaar voor journalisten’, zegt Ingrid Vledder in haar kantoor, met uitzicht over de Amsterdamse Keizersgracht. ‘Ik denk vaak: zat rechtbankverslaggever Saskia Belleman maar achter in de zaal te twitteren. Dan neemt de rechter misschien minder snel genoegen met de gedachte ‘waar twee vechten, hebben er twee schuld’. Dat denken ze volgens mij bijna altijd in scheidingszaken.’
De auteurs leggen uit dat de Nederlandse overheid al vele jaren beklemtoont dat scheidende ouders moeten samenwerken en communiceren, voor hun kinderen. Die ideologie zit verankerd in professionals en beïnvloedt de manier waarop zij reageren als ouders er niet in slagen onderling afspraken te maken over de kinderen en vakanties. Zo’n zaak krijgt al snel het etiket ‘vechtscheiding’.
Hulpverleners en rechters zijn zich onvoldoende bewust van het feit dat minstens de helft van de zogeheten vechtscheidingen een achtergrond heeft van partnergeweld, waarschuwen Hendriks en Vledder. Dat blijkt uit wetenschappelijk onderzoek, dat bovendien aantoont dat intieme terreur niet stopt wanneer een relatie is beëindigd. Zeker als de pleger en het slachtoffer samen kinderen hebben – die de pleger na een scheiding kan gebruiken om zijn ex het leven zuur te maken.
Een groot probleem is dat instanties volgens de auteurs niet diepgravend uitzoeken wat er allemaal is gebeurd in een relatie, maar zich vooral beperken tot ‘de man zegt A, de vrouw zegt B’. Wiens verhaal het dichtst bij de waarheid komt, laten ze in het midden, omdat ze neutraal willen blijven.
Neutraliteit dient plegers van intieme terreur, stellen Hendriks en Vledder. Ze pleiten voor meer kritische vragen aan dit soort mannen en meer alertheid bij professionals. Die moeten in een vroeg stadium onderscheid maken tussen zaken waarin de schuld bij beide ouders ligt en zaken waarin een wraakzuchtige man zijn ex terroriseert. Want daarbij hoort een andere aanpak.
Normaliter zetten hulpverleners na een relatiebreuk in op mediation, in het belang van de kinderen. Maar bij intieme terreur werkt dat volgens jullie contraproductief. Hoezo?
Hendriks: ‘Als een vrouw jarenlang is gecontroleerd en gemanipuleerd door haar ex, kun je niet verwachten dat ze ineens bestand is tegen zijn druk en intimidatie. Tijdens zo’n gesprek zie je dat ze dichtklapt, begint te huilen of gefrustreerd toekijkt terwijl die man een bondje sluit met hulpverleners.
‘Zulke mannen zijn op het eerste gezicht vaak aardig en charmant. Ze doen loze beloften en komen over als de redelijke ouder. Terwijl hun slachtoffer wordt gezien als de weigerachtige, labiele ex die hem zwartmaakt en het belang van haar kinderen niet vooropstelt. En die hulpverleners maar denken dat ze goed bezig zijn. Soms krijgen ze na verloop van tijd alsnog door dat het aan de man ligt. Maar dat kan jaren duren.’
Is het voor kinderen niet het beste om contact met beide ouders te houden?
Hendriks: ‘In zo’n geval niet. Uit onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut blijkt dat contact met beide ouders alleen het beste is wanneer het kind veilig genoeg is en ouders goed genoeg kunnen opvoeden.’
Helpt het om kinderen te vragen wat zij zelf willen?
Vledder: ‘Dat doen rechters, als kinderen minstens 8 of 12 jaar oud zijn. Maar wanneer er sprake is van intieme terreur, plaats je ze zo eigenlijk in de frontlinie. Als het kind niet zegt hoe erg het is, verandert er niks. Als het er wel over praat, weet het dat de vader er iets over zal horen. Met alle gevolgen van dien.’
Hendriks: ‘Ik had een zaak waarin een jongen van 14 in gesprek ging met een rechter. Veel later bleek dat hij van zijn vader stiekem het gesprek moest opnemen. Dat jongetje zei precies wat zijn vader wilde horen, omdat hij wist dat die het zou terugluisteren.’
In hoeverre is intieme terreur strafbaar?
‘Stalking en bedreiging, mogelijke aspecten van intieme terreur, zijn strafbaar. Maar dat geldt niet voor het patroon van dwingend controleren, isoleren, vernederen en angst zaaien. Als de politie toch een keer iets doet met zo’n dossier, zoeken ze dat ene ding dat wél strafbaar is. Een klap, bijvoorbeeld. Dat is beter dan niets, maar meer dan een korte taakstraf levert het vaak niet op.
‘Daar komt bij dat de politie anders omgaat met geweld als het gaat om ex-partners. Is een stalker een onbekende, dan nemen ze dat vaak serieuzer. Is de verdachte je ex, dan denken sommige agenten: dit is privé, los het onderling maar op.’
Politiecijfers over intieme terreur zijn er niet. Het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft het probleem wel in kaart gebracht. Vorig jaar zei 1,3 procent van de Nederlanders van 16 jaar of ouder de afgelopen twaalf maanden slachtoffer te zijn geweest van ‘dwingende controle’ door een (ex-)partner. Dat komt neer op bijna tweehonderdduizend mensen per jaar en is in lijn met schattingen van de Blijf Groep, die slachtoffers van ernstig huiselijk geweld opvangt.
Als een slachtoffer kinderen heeft, gebeurt er iets raars, constateren Hendriks en Vledder: moeders met een gewelddadige relatie krijgen van hulpverleners een andere boodschap dan moeders die de relatie al hebben verbroken. Ze hebben cliënten gehad die eerst te horen kregen dat ze bij zo’n man weg moesten gaan, vanwege de veiligheid van hun kinderen, terwijl een paar maanden later van hen werd verwacht dat ze hun kinderen bij hun ex lieten slapen, in het kader van een zorgregeling. Terwijl er niets was veranderd in de situatie van de pleger.
Hulpverleners doen hun werk toch met de beste bedoelingen?
Vledder: ‘Natuurlijk. Maar in zaken waarin intieme terreur een rol speelt, zijn de resultaten onder de maat.’
Hendriks: ‘Ze moeten het patroon leren herkennen. Zo was het bij ons ook. Gaandeweg begon het me op te vallen dat ik veel vrouwelijke cliënten had die bang waren over elk besluit dat ze moesten nemen in een echtscheidingszaak. Terwijl in hun relatie nooit een klap was gevallen.
‘Hoe vaker ik dat hoorde, hoe meer ik doorvroeg: waar waren ze bang voor? Het kwam erop neer dat hun partner hun leven tot een hel maakte als ze iets deden wat hij niet wilde. Zo kwam ik erachter dat veel verhalen op elkaar leken.’
Vledder: ‘Toen we ons hierin verdiepten, bleek dat er al veel over is geschreven in het Verenigd Koninkrijk, Australië en Canada. Nederland loopt minstens vijftien jaar achter, wat kennis en expertise betreft.
‘Daarom geven we sinds een paar jaar cursussen over intieme terreur. Met name aan advocaten en rechters. In het begin hadden we soms het gevoel dat we gekke Henkie waren: dat ons publiek beleefd luisterde en dacht dat we overdreven. Nu begint het besef door te dringen dat dit een groot probleem is. Hopelijk draagt ons boek daaraan bij.’
Zien jullie al iets veranderen, nu er meer aandacht voor komt?
Hendriks: ‘Langzaam maar zeker, ja. We zien bijvoorbeeld dat sommige rechters adviezen van de Raad voor de Kinderbescherming opzijschuiven, als geweld van een van de ouders te weinig wordt meegewogen. Omdat zo’n rechter doorziet wie de echte schuldige is: die man.
‘Ik denk dat we over tien jaar verbaasd en verontwaardigd zullen terugkijken op de Nederlandse omgang met intieme terreur. Zoals we nu terugblikken op hoe we omgingen met ongehuwde moeders. Die werden tot 1984 onder grote druk gezet om hun kind af te staan voor adoptie. Dat zou voor alle betrokkenen beter zijn. Nu vindt iedereen dat onvoorstelbaar.’
Intieme terreur is moeilijker te herkennen dan een blauw oog. En lastiger uit te leggen voor slachtoffers, die bijvoorbeeld zeggen: mijn man is zo jaloers dat ik nooit meer uitga.
Hendriks: ‘Ja, we kennen verhalen van vrouwen die één keer tegen de zin van hun partner zijn uitgegaan en daarna de hele nacht wakker zijn gehouden. Omdat zo’n man vijfhonderd keer vroeg: ‘Met welke mannen heb je gesproken, vonden ze jou leuk?’ Letterlijk vijfhonderd keer. En maar herhalen: ‘Je bent vreemdgegaan.’ Na zo’n nacht denkt ze: dit doe ik nooit meer, het is het niet waard.
‘Wat ook vaak gebeurt, is dat zo’n man keihard gaat rijden als zijn vrouw iets verkeerds zegt, terwijl het gezin in de auto zit. Met de boodschap: let op je woorden, anders lopen jullie gevaar. Of dat hij na de scheiding de baby zonder autostoeltje vervoert, in de auto. Om te laten zien: ik bepaal wat er gebeurt.’
Waar lopen slachtoffers van intieme terreur nog meer tegenaan?
Vledder: ‘Schaamte. Veel vrouwen denken ten onrechte dat het hun eigen schuld is. Of het wordt hun aangepraat door hulpverleners, die vragen stellen als: waarom lukt het je niet om het beter te doen voor je kinderen? Misschien is dat moeilijk te geloven, maar dat gebeurt echt.
‘Wat het extra lastig maakt, is dat het vaak gaat om maatschappelijk geslaagde vrouwen, die niet snappen hoe het thuis zo is misgegaan. Hoe zelfstandiger ze zijn, blijkt uit onderzoek, hoe groter de behoefte van zo’n man om controle over hen uit te oefenen.
‘Daarvoor maken plegers steeds vaker gebruik van moderne technieken, zoals trackers en spionagesoftware op smartphones. Een nieuwe trend is dat mannen hun kind een smartwatch met locatie geven, waardoor ze het altijd kunnen vinden – en de moeder dus ook.’
Hendriks: ‘Camera’s zijn ook populair. Ik weet nog dat ik voor het eerst videobelde met een cliënt die nog bij haar partner woonde. Ze zat in een heel oncomfortabel hoekje en legde met zachte stem uit dat het de enige plek in haar huis was die buiten het bereik van camera’s was. Buiten de deur afspreken was te gevaarlijk, dan zou hij vragen waar ze was geweest.’
Jullie hebben het steeds over mannen als pleger van huiselijk geweld en de onredelijke partij in een scheiding. Maar mannen kunnen toch ook slachtoffer zijn?
‘Zeker, maar ons boek gaat over intieme terreur. Die wordt hoofdzakelijk uitgeoefend door mannen, tegen vrouwen. Daarmee doe ik niets af aan het leed van mannen die slachtoffer worden van huiselijk geweld door hun vrouw. Ik heb ze bijgestaan. Dat is net zo vernederend en emotioneel beschadigend, en de schaamte is nog groter. En ik heb van dichtbij gezien hoe hartverscheurend het is als gezonde, veilige mannen het contact met hun kinderen verliezen. Maar ook dan is de context anders.’
Zijn jullie blij met de recente protestacties van vrouwen tegen femicide en het initiatief ‘Wij eisen de nacht op’?
Vledder: ‘Ja. Bij een femicidemars in Rotterdam, waar ik laatst was, zag ik hoeveel jonge vrouwen het zat zijn. En best veel mannen. Dat vond ik indrukwekkend.’
Hendriks: ‘Ik hoop wel dat zo’n vage slogan over de nacht niet de aandacht afleidt van het grootste probleem: vrouwen hebben het meest te vrezen van de man met wie ze in bed liggen.’
Uit Brits onderzoek blijkt dat er bij een op de drie gevallen van zelfdoding onder vrouwen op de achtergrond sprake is van huiselijk geweld. Volgens Ingrid Vledder is er geen reden om te denken dat die cijfers niet toepasbaar zijn op Nederland. ‘Dat zou betekenen dat hier jaarlijks zo’n tweehonderd vrouwen suïcide plegen in dit soort omstandigheden’, zegt ze. Of huiselijk geweld een reden voor zelfdoding was, blijft vaak onduidelijk. Maar er zijn meerdere gevallen bekend van vrouwen die mentaal kapotgemaakt zijn door hun (ex-)partner en geen uitweg meer zagen. ‘In Engeland noemen ze dat ‘gedwongen zelfdoding’ en is het strafbaar. Ook wat dat betreft loopt Nederland achter.’
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant