Home

Simon Nanne Groot (1934-2025): zaadteler die ‘het goede wilde doen voor de mensheid’

De laatste bladzijde Simon Nanne Groot hielp met East-West Seed miljoenen boeren wereldwijd. Hij kon urenlang vertellen over de kiemkracht en opbloei van zaden.

Simon Groot als directielid van Sluis & Groot, in 1965.

Miljoenen boeren wereldwijd zijn door de uit Enkhuizen afkomstige zaadteler Simon Nanne Groot geholpen. Hij ondersteunde hen met kwalitatief hoogstaande groentezaden, bood scholing, hielp hen de opbrengst verbeteren zodat zij en hun gezinnen meer inkomsten hadden. „Slecht zaad is een van de kwalijkste zaken van deze wereld”, was een van zijn gevleugelde uitspraken.

De idealist, pionier, visionair en vooral geëngageerd ‘zaadman’, zoals hij zichzelf noemde, ontving in 2019 de Wereldvoedselprijs (World Food Prize), de Nobelprijs voor verbetering van de land- en tuinbouw. Dankzij zijn inzet verbeterden de leefomstandigheden van twintig miljoen boeren, met name in de tropische landbouwgebieden van Azië, Afrika en Latijns-Amerika.

Simon Nanne Groot werd op 25 oktober 1934 in Enkhuizen geboren, in een gereformeerd nest. Op latere leeftijd sloot hij zich aan bij de vrijzinnige Remonstrantse Broederschap.

Hij was een telg (zesde generatie) uit een familie van zaadboeren. De grondlegger was Nanne Janszoon Groot, die rond 1800 met de handel in groentezaden begon in het West-Friese Andijk. Door de beste planten te selecteren en daarvan het zaad te oogsten, verkreeg hij een betere kwaliteit. Tal van familiebedrijven kwamen hieruit voort, waaronder het in 1867 opgerichte Sluis & Groot Koninklijke Zaadteelt en Zaadhandel. Simon Groot was directielid tussen 1965 en 1980. In 1982 begon hij voor zichzelf en noemde zijn bedrijf East-West Seed, dat inmiddels actief is in 86 landen.

Simon Groot in 2015.

Drie van de vier kinderen van Simon Groot en zijn vrouw Koen (eigenlijk Daisy) zijn werkzaam in het familiebedrijf. De jongste, dochter Maaike (1972), begon als kunsthistoricus bij Christie’s maar werd toch aangetrokken door het zaadbedrijf, laat ze telefonisch weten: „Ik ben trots op de erfenis van mijn vader. Zowel in de langetermijnvisie als in details toonde hij grote creativiteit. Tijdens een zakenreis in Indonesië voor Sluis & Groot ontdekte hij hoe slecht de kwaliteit van het lokale groentezaad was bij de kleine boeren. Niemand bekommerde zich erom. Het was zijn missie hen te helpen met beter zaad en meer kennis.”

Groot was meer op reis dan dat hij thuis was, zeven weken weg, drie weken thuis. „Mijn ouders hadden een soort zeemanshuwelijk”, zegt Maaike. Moeder zorgde voor de kinderen en ging soms mee op reis.

Calvinistische inslag

Groot studeerde economie aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam en werd, meteen na zijn afstuderen, door zijn vader gevraagd in het bedrijf van Sluis & Groot te komen werken. Hij werd als stagiair uitgezonden naar Frankrijk en de Verenigde Staten (Chicago) om zich te bekwamen in de veredeling van bloemzaad.

Nadat het bedrijf in 1980 werd verkocht aan de multinational Sandoz – iets wat Groot zeer tegenstond – reisde hij op 47-jarige leeftijd naar de Filippijnen. Dat was het begin van het door hem opgerichte bedrijf East-West Seed. Oudste zoon Rutger (1964) vertelt dat het bedrijf „aanvankelijk nauwelijks rendabel was”. Maar geleidelijk groeiden de inkomsten: „Onze vader was nooit uit op geld. Hij wilde oprecht mensen helpen, dat was zijn calvinistische inslag. Terwijl grote zaadtelers zich richtten op soja, maïs en graan koos hij ervoor juist in de tropen het zaad van lokale groentes aan te passen aan de omstandigheden.”

Maaike voegt eraan toe: „Hij was overtuigd van goed rentmeesterschap.”

Tijdens zijn studie raakte Groot geïnspireerd door Een leefbare aarde (1970) van econoom en Nobelprijswinnaar Jan Tinbergen, die armoede beschouwde als een grote vijand. Groot verdiepte zich in wat de kleine boeren nodig hadden, hij begreep dat zij niet afhankelijk wilden zijn van ontwikkelingsgeld maar zelf hun inkomen wilden verdienen.

Landbouw- en voedseldeskundige en hoogleraar Louise O. Fresco zat destijds in het bestuur van de Wereldvoedselprijs. „Wat ons verbond,” zegt ze, „is de aandacht voor vrouwen in de groenteteelt. Dat is in ontwikkelingslanden specifiek een vrouwelijk beroep. Vrouwen spelen een sleutelrol in de tuinbouw en zij voeden de gezinnen. Het was een win-winsituatie voor zowel vrouwenemancipatie als gezondheid. Simon met zijn humanistische idealen was geen dromer, hij keek goed hoe lokale markten werkten. Dat was innovatief.” Fresco benadrukt dat Nederland en met name West-Friesland als seed valley een cruciale rol spelen in de wereldvoedseleconomie.

Groot kon urenlang fascinerend vertellen over de kiemkracht en opbloei van zaden, zeggen zowel zijn kinderen als Fresco: „Hij was begeesterd door zaad.” East-West Seed geeft nog steeds trainingen aan boeren, bijvoorbeeld over het zaaien in regels in groentebedden in plaats van lukraak uitstrooien – „zoals op het beroemde schilderij van Van Gogh”, zegt zoon Rutger.

Gezond en veilig voedsel

Het familiebedrijf kent ook een historicus, achterneef Nanne Groot. Het museum Sow to Grow in Enkhuizen, waarvan hij penningmeester is, vertelt het verhaal van het ontstaan van de zaadteelt en zaadhandel in West-Friesland.

Een andere erfenis van Simon Groot is de Garden, gelegen vlak bij de Koepoort in Enkhuizen. Deze voormalige bloementuin, toen Summer Garden geheten, raakte wat in verval maar is enkele jaren geleden door Groot weer als tuin voor sier- en groenteteelt in ere hersteld. Hij is in de zomermaanden voor het publiek geopend.

Voor toekomstig biograaf Joost van Kasteren, die moleculaire biologie studeerde aan Wageningen University, staat het leven van Simon Groot symbool voor de tuinbouw in West-Friesland: „Hij wilde het goede doen voor de mensheid, dat deelde hij met tal van zaadtelers. Het was zijn overtuiging dat je als zaadboer moet zorg dragen voor goed zaaizaad voor gezond en veilig voedsel. Simon Groot voelde het als zijn morele plicht boeren aan een leefbaar inkomen te helpen. Die missie leeft voort in het familiebedrijf van nu.”

In deze rubriek elk weekeinde een portret van iemand die recent is overleden.

Source: NRC

Previous

Next