is verslaggever en columnist van de Volkskrant en schrijft veel over (sociale) media en emancipatie.
Als 19-jarige besloot ik op mijzelf te gaan, weg uit het lintdorp, naar de stad aan het eind van dat lint: Maastricht. Een naïeve tiener nog, en dus leek het onze buurvrouw wijs mij voor vertrek een taser te geven, ingepakt in cadeaupapier. Buurvrouw had hem opgeduikeld na een inbraak, en om te testen hoe wapengevaarlijk ze precies was, had ze de bliksem op haar man gezet, op het platje achter hun huis. Buurman was als een kanonskogel tegen de klinkers geklapt.
Als ik de taser daarna bij me droeg, vroeg ik me af wat gevaarlijker was: een aanval of mijn wapen. De taser is dus batterijvocht lekkend verstoft in de la, net als de pepperspray. De afgelopen weken dook die pepperspray weer op, alsook krav-maga-les, en meer ducttape rond de lekkende pijp – net als na de dood van Anne Faber. De NOS schreef deze week: ‘De pas benoemde demissionair minister Foort van Oosten wil laten onderzoeken of er oplossingen zijn voor het onveiligheidsgevoel.’ Nou gun ik iedereen veiligheidsgevoel, maar ik hoop eigenlijk dat de minister minder bezig is met het genezen van gevoelens, dan met problemen.
De dood van Lisa heeft gediend als vonk voor een veel breder gesprek over femicide. Mooi, en toch niet alleen maar mooi. Ik hoorde Ingrid Coenradie, die er inmiddels wat van weet, zeggen dat de moord op Lisa geen femicide is, omdat dat slaat op partnermoord. Francisco van Jole beweerde op de radio dat Coenradie het totáál niet begrepen had, femicide betekent ‘moord op een vrouw, omdat ze een vrouw is’ – een onhandzame definitie, overigens. Weer anderen begrijpen het als: moord op een vrouw. Net als Coenradie vraag ik me af of het productief is, alles op één hoop. Lisa’s dood, het is eerder geschreven, is allesbehalve exemplarisch voor dodelijk geweld tegen vrouwen.
Als je geïnteresseerd bent in haar geval, en in het voorkomen van dit soort verschrikkingen, zou je moeten weten van de achtergrond, het feitenrelaas, en dat kennen we niet. En als het gaat om het grote geweld tegen vrouwen, heeft elk type vrouwenmoord zijn eigen aanpak. Het zegt veel over de taaiheid van die strijd dat het weer de dood van een witte vrouw in de nacht is die leidt tot nationale razernij. Voor de tientallen vrouwen die elk jaar binnenshuis de dood vinden onder de handen van hun echtgenoot, vader of broer is zulke massale aandacht er niet. Dat alleen al geeft deze beweging, waar ik toch ook om zat te springen, een wat bittere bijsmaak.
Zoals Izz ad-Din Ruhulessin eerder in deze krant schreef: het gesprek sluit bepaalde slachtoffers van geweld uit, en dus komen er oplossingen voor de verkeerde problemen. Volgens het Landelijk Expertisecentrum is eerwraak een groeiend probleem in Nederland: een type geweld dat een heel eigen aanpak vergt, en dus een eigen gesprek. Zeker, een onderwerp waar je handschoentjes voor aantrekt. De angst dat extreemrechts dit thema misbruikt is begrijpelijk, maar daar hebben zij de vrouwenbeweging tot dusver niet voor nodig.
Goddank, er is ook vooruitgang. Intieme terreur wordt eindelijk meer belicht, GroenLinks-PvdA-Kamerlid Songül Mutluer heeft een voorstel ingediend om niet-fatale verwurging strafbaar te stellen. Maar dat het maatschappelijke gesprek zich zo gauw tot onveiligheidsgevoelens, krav maga en pepperspray wendt, brengt niet meer dan ruis en vertraging voor échte veiligheid.
Mooi hoor, dat iedereen die piramide laat zien met toxische mannelijkheid die tot geweld kan leiden. Maar een ondergeschoven toxisch trekje van de gehele Nederlandse bevolking is dat ze het gevaar altijd elders ziet, nooit bij de buren. De buren, en ik zeg dit helaas uit ervaring, komen hun sta-op-stoel niet uit voor gegil aan de andere kant van de muur. Het gevaar zit op de hoekbank. Wat dat betreft geen gek idee, om de taser op je man te testen.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant