Home

Bas Heijne: de wijze lessen van Perikles voor onze haperende democratie

Democratie Nalatige overheid, wankelende rechtsorde: de beroemde grafrede van de Atheense staatsman Perikles geldt eeuwen later nog als baken, vindt Bas Heijne. Het is een aansporing voor ons om voor de democratie te blijven vechten.

De democratie is een Griekse uitvinding – de politiek jammer genoeg ook. Vergeet het geïdealiseerde beeld van het Athene uit de schoolboekjes, een stralende gemeenschap op een zonovergoten agora waar burgers op redelijke toon met elkaar delibereren. Men vocht elkaar vaak genoeg de tent uit. Het Athene tijdens de vijfde eeuw voor Christus wás in veel opzichten verbluffend democratisch, maar de democratie was allesbehalve een roerloze vijver. Altijd roerden zich wrokkige aristocraten, gewetenloze volksmenners, hatelijke komedieschrijvers, dictators in de dop. Altijd was er de sluipende angst dat een politicus te veel macht naar zich toe zou trekken. Of de angst dat het volk de democratische instituties zou slopen.

Bas Heijne is essayist en redacteur van NRC. Hij schreef het inleidende essay bij een nieuwe uitgave van Perikles’ grafrede: Voor de democratie.

En vrijwel altijd ook was er dreiging van buitenaf; onbetrouwbare bondgenoten, opstandige koloniën, wraaklustige erfvijanden, en agressieve buitenlandse mogendheden, zoals Perzië.

De Atheense democratie was, kortom, vaak genoeg een slangenkuil, een kruitvat, een kooigevecht. Juist daarin staat ze dicht bij ons.

De man die zijn naam aan de Griekse ‘gouden eeuw’ gaf, de Atheense staatsman Perikles, bevond zich vrijwel zijn hele leven in dat politieke spanningsveld. Hij was afkomstig uit een oud en voornaam geslacht, maar schaarde zich al vroeg aan de kant van het volk, wat hem het verwijt van populisme opleverde en veel conservatieve vijanden.

Niettemin was hij zo’n dertig jaar een leidende politieke figuur in Athene, van ongeveer 461 v.Chr. tot aan zijn dood tijdens de pestepidemie in 429 v.Chr. Dat de naam Perikles verbonden raakte met een ‘gouden tijdperk’ is grotendeels te danken aan zijn aanhoudende populariteit als politiek leider. Ieder jaar werd hij opnieuw gekozen als strategos (een van de tien bevelhebbers). Hij breidde de Atheense democratie uit, zorgde voor een financiële compensatie wanneer gewone burgers democratische verplichtingen op zich namen. Hij nam het initiatief tot grootse bouwprojecten als het Parthenon, de Propyleeën, het Erechtheion, het Odeion.

Onder Perikles werd de hegemonie van Athene ten opzichte van haar bondgenoten versterkt. Athene fungeerde zo’n beetje zoals de Verenigde Staten na de Tweede Wereldoorlog ten opzichte van West-Europa: dominant, maar ook een waarborg voor veiligheid. Je moest betalen, je had weinig in te brengen, maar je kreeg er een redelijk zorgeloos bestaan voor terug.

Iemand die de Atheense politiek zo lang domineerde, was vanzelfsprekend omstreden. Tijdens Perikles’ leven, maar ook in de eeuwen daarna, helemaal tot in onze tijd, is zijn reputatie en statuur onderwerp van discussie.

Ontzagwekkend talent

Zijn ontzagwekkende talent voor welsprekendheid is vaak genoeg weggezet als manipulatief. Zijn familie- en liefdesleven vormde een welhaast onuitputtelijke bron voor insinuaties en schimpscheuten. En, dat was ernstiger, zijn democratische gezindheid werd steeds opnieuw in twijfel getrokken – was hij niet gewoon een handige politicus die het volk telkens weer voor zijn karretje wist te spannen?

Anderen, zoals de filosoof Plato, vonden juist dat Perikles het volk te veel macht gaf. Onder zijn leiderschap werd volgens hen de aristocratische Atheense orde op fatale wijze uitgeleverd aan de luimen van de massa.

Toen aartsrivaal Sparta en haar militaire bondgenoten Athene in 431 v.Chr. de oorlog verklaarde, was Perikles nog altijd in functie. Hij haalde de Atheense burgers over geen concessies te doen en te vechten voor hun stad. In verschillende redevoeringen, zoals die tot ons zijn gekomen via Thucydides (ca. 460-400 v.Chr.) in De Peloponnesische oorlog, trachtte hij zijn gehoor ervan te overtuigen dat er meer op het spel stond dan welvaart en lijfsbehoud. Hun stad, Athene, stond voor iets veel groters, iets waaraan eigenbelang ondergeschikt was. Athene was meer dan een stad of zelfs een gemeenschap, het was ook een idee. Een ideaal dat het waard was om voor te vechten – en te sterven.

Voor Thucydides was Perikles de ideale politicus: oprecht, bedachtzaam, trouw aan zijn overtuigingen. In het tweede boek van zijn De Peloponnesische oorlog laat de doorgaans beheerste geschiedschrijver zich dan ook onkarakteristiek gaan.

„Omdat Perikles zijn macht ontleende aan zijn aanzien en zijn inzicht en omdat hij evident onomkoopbaar was, hield hij greep op de massa zonder haar vrijheid aan te tasten; hij werd niet door de massa geleid, maar leidde haar zelf. Immers, omdat hij zijn macht niet had verworven met behulp van wat hem niet toekwam, hoefde hij de mensen nooit naar de mond te praten, maar was hij in staat, dankzij de achting die men hem toedroeg, ook een protest te laten horen tegen de woede waarvan hij het mikpunt was. […] Er was dan ook in naam wel sprake van een democratie, maar in feite was de macht in handen van de eerste man.

De lateren […] streefden er allemaal naar die eerste man te worden en daarom kwamen ze ertoe het volk maar zijn zin te geven, het volk ook het feitelijke beleid te laten voeren.” (vertaling Wolther Kassies)

Thucydides zag zijn werk als „een blijvend bezit”. Daarmee gaf hij aan ook een morele intentie met zijn geschiedschrijving te hebben: laten zien waarom mensen handelen zoals ze handelen, laten zien wat politiek is, wat oorlog is. En ook wat democratie is, demagogie, tirannie. Niet alleen wil hij het verloop van het langdurige conflict tussen Athene en Sparta zo waarheidsgetrouw mogelijk boekstaven, impliciet wil hij ons de mens tonen zoals hij is. En zoals hij altijd zal zijn.

Burgeroorlog

Wie voelt er geen schok van herkenning bij de passage waarin hij het vernietigende effect van de burgeroorlog op het eiland Kerkyra (het huidige Corfu) op de samenleving beschrijft? Dit gebeurt er wanneer de bodem uit een beschaving valt:

„Ook veranderde men naar eigen willekeur de gewone betekenis van de woorden om ze aan de daden aan te passen. Zo werd redeloze overmoed nu beschouwd als dappere solidariteit, bedachtzaam talmen als fraai vermomde lafheid, bezonnenheid als een dekmantel voor gebrek aan moed en een veelzijdige intelligentie als bewijs van totale inefficiëntie. Impulsieve felheid werd als typisch mannelijk gezien, volle aandacht schenken aan veiligheid als een mooi geformuleerd excuus voor desertie. Wie ontevreden was werd altijd als betrouwbaar beschouwd, wie zo iemand tegensprak was verdacht.”

Populistisch opportunisme

Er zit meer dan 2.400 jaar tussen ons en Thucydides, maar in passages als deze, zo lijkt het, spreekt hij ons direct toe – over het populistische politieke opportunisme in onze tijd, over ons agressieve opinieklimaat, over het bewust verdacht maken van de instituties door onze politici en opiniemakers, over de verheerlijking van dominant gedrag in de zogenaamde ‘manosphere’, over complotdenkers en ‘wappies’. Thucydides: „De eenvoudige oprechtheid, die zo kenmerkend is voor geestelijke grootheid, werd weggelachen en uitgewist, scherpe tegenstellingen in de overtuigingen en onderling wantrouwen grepen steeds verder om zich heen.”

Wat Thucydides tegen zulke algehele verwording inbrengt, laat zich samenvatten in één naam: Perikles. De neergang van Athene zet weliswaar in na diens dood in 429 v.Chr. – maar het lichtende voorbeeld dat Perikles voor zijn tijdgenoten was, is wat de Griekse geschiedschrijver betreft net zo goed ‘een blijvend bezit’, net zo goed bedoeld voor ons, zoveel eeuwen later. Hij kreeg gelijk: de redevoering van Perikles in De Peloponnesische oorlog die bekendstaat als de graf- of lijkrede, geldt tot op de dag van vandaag als een baken. En wat mij betreft: als een aansporing.

Democratisch optimisme

Er is veel geschreven over de grafrede van Perikles – en zoals altijd bij hem zijn er ook hier dwepers en sceptici. Een gerenommeerde classicus als de Amerikaan Donald Kagan (1932-2021), schrijver van standaardwerken over Perikles, Thucydides en de Peloponnesische oorlog sluit zich bij Thucydides aan: voor hen is Perikles de ideale democratische leider, een wonder van empathisch leiderschap.

Andere historici hebben een kritischere houding: de rede van Perikles dient voor hen in de eerste plaats een politieke strategie. De opwindende woorden van de politiek leider zijn bovenal retorisch, bedoeld als aansporing, als bindmiddel. Zijn lofzang op Athene als een ideale democratische gemeenschap, benadrukken zij, weerspiegelt niet de werkelijkheid. Athene was immers ook tijdens haar bloeiperiode een intens verdeelde stad, waar consensus ver te zoeken was.

Bovendien, dat weet inmiddels iedereen, was Athene voor heel veel mensen allesbehalve democratisch. Perikles breidde de democratie weliswaar uit tot minder welvarende klassen, maar het bleef zuiver een mannenaangelegenheid. Ook immigranten hadden geen stemrecht. En dan waren er de slaven. Kortom, wat voor democratie doorging, sloot grote groepen mensen uit.

Het is goed om je van dit alles bewust te zijn, maar uiteindelijk doet het weinig af aan de blijvende kracht van de grafrede. De woorden van Perikles zoals ze tot ons zijn gekomen, zijn geen historisch relict. De democratie die Perikles beschrijft, mag dan beperkt zijn en ook in andere opzichten niet op de onze lijken, de morele waarden die eraan ten grondslag liggen, zijn er niet minder herkenbaar om. Bovendien, we leven weliswaar niet in Athene met haar slaven en vrouwen zonder stemrecht, maar wij kennen wel dictators, pan- en epidemieën en dreigend oorlogsgeweld.

De Amerikaanse historicus Donald Kagan schreef zijn boek over Perikles, Pericles of Athens and the Birth of Democracy, begin jaren negentig, een tijd van groot democratisch optimisme – denk aan Francis Fukuyama en zijn „einde van de geschiedenis”.

Hijzelf, een conservatief, was sceptisch.

We moeten de democratie, waarschuwt Kagan, juist niet als gegeven beschouwen, niet als een natuurlijke staat van samenleven, want het gaat om „de meest zeldzame, de meest delicate en kwetsbare bloemen in de jungle van de menselijke ervaring”. De Atheense democratie bestond uiteindelijk maar tweehonderd jaar en in een klein aantal andere Griekse stadstaten nog korter.

Ondanks zijn statuur als historicus is Kagan wel verweten dat hij de figuur van Perikles te veel heeft herschapen naar zijn eigen beeld. En dan had men vooral het oog op het te weinig kritisch beschouwen van de imperialistische ambities van Athene onder Perikles. Maar in zijn inleiding van zijn boek over Perikles – dus al in 1991 – legt hij wel de vinger op de zere plek. Democratie is geen business as usual, geen bestuurlijk-technocratische aangelegenheid, maar heeft leiderschap en elan nodig. Helaas, volgens Kagan: „De hedendaagse pleitbezorgers van de democratie lijken niet in staat de intellectuele en spirituele ondersteuning te geven die nodig is, aangezien ze de basisprincipes uit het oog zijn verloren.”

Achteraf kun je hem alleen maar gelijk geven.

De geschiedenis leert, aldus Kagan, dat een democratie om te kunnen slagen aan drie voorwaarden moet voldoen. Allereerst moeten er stevige instituties zijn; ten tweede moeten er burgers zijn die een goed begrip hebben van de uitgangspunten van de democratie, of ten minste „een persoonlijkheid hebben ontwikkeld die overeenkomt met de democratische manier van leven”. De derde voorwaarde is volgens hem een hoog niveau van leiderschap, in ieder geval op kritieke momenten.

Aansprekende leider

Je begrijpt waarom hij zoveel bewondering heeft voor de figuur van Perikles. Die was een begaafde, aansprekende leider én een hartstochtelijk democraat. Tegenwoordig zijn het vooral antidemocraten die zichzelf als heroïsch afficheren, terwijl de pleitbezorgers van de democratie meestal weinig uitgesproken persoonlijkheden zijn, die vanuit het defensief met zachte stem waarschuwen over het afbrokkelen van de rechtsstaat.

Democratie heeft vuur nodig. Opeenvolgende generaties politici die dachten dat de democratie vanzelfsprekend was, hebben haar achteloos op de waakvlam gezet.

Voor een deel komt dat omdat heftige emoties verdacht waren, men wist immers waartoe die konden leiden. Net zo werden uitingen van nationale trots de afgelopen decennia direct als achterlijk of diskwalificerend gezien, of als opmaat van een nieuw fascisme.

Allemaal begrijpelijk, maar het heeft het democratisch gedachtegoed ook bloedeloos gemaakt. Zonder gevoelde hartstocht bleven alleen bleke dooddoeners over, brave formules over de rechtsstaat en onze vrijheid, die in een tijd van vergaande individualisering steeds abstracter gingen klinken. De behoefte aan politieke strijd en hartstocht verdween niet, maar verplaatste zich naar partijen en politici die steeds openlijker democratische waarden in twijfel durfden te trekken, ieder jaar een beetje meer. En net als in de tijd na de dood van Perikles lieten democratische politici zich meer leiden door de stemmingen van ‘het volk’ dan dat ze een leiders- of gidsrol op zich durfden te nemen.

Leidend is niet langer de politieke overtuiging, maar de opiniepeiling. We zijn kortom beland in een wereld zoals Thucydides die beschrijft in zijn dystopische bladzijden over de burgeroorlog op het eiland Korkyra. Traditionele spelregels worden agressief terzijde geschoven, bedachtzaamheid wordt als traag- of lafheid weggezet, politiek is vooral theater, vaak genoeg absurd theater.

Rechtsorde hapert

De Adviescommissie Versterken Weerbaarheid Democratische Rechtsorde concludeerde eind 2023 dat de democratische rechtsorde in ons land van twee kanten onder druk wordt gezet. Aan de ene kant is het de rechtsorde zelf die hapert. Zo heb je de burger die het slachtoffer is geworden van een nalatige overheid – kijk naar de Toeslagenaffaire, kijk naar het dossier ‘Groningen’.

Daarnaast is er de ‘affectieve polarisatie’. Dat is het klakkeloos aanjagen van de onvrede door politici. „Het anti-institutionele extremisme, waarbij aan de elite kwaadwillende bedoelingen worden toegeschreven,’ zegt het rapport, „is een bedreiging van de democratische rechtsorde.”

Anders gezegd, een democratie kan niet langer functioneren wanneer een substantieel deel van de burgers zich tegen de instituties zelf keert.

Het probleem is dat in een democratie mensen niet tot vertrouwen gedwongen kunnen worden, alleen verleid. De instituties moeten kunnen aantonen dat zij voor verbetering vatbaar zijn, misstanden willen corrigeren. Tegelijk is het aan democratische leiders burgers ervan te overtuigen dat de democratie ook veel van hen vraagt, dat democratie meer is dan een voortzetting van het eigen belang met andere middelen.

Voor de historicus Kagan schuilt juist daarin het genie van zijn held, schrijft hij in zijn boek: „Perikles probeerde de Atheners te leren dat hun persoonlijke belangen onlosmakelijk verbonden waren met de belangen van hun gemeenschap, dat zij zich niet veilig konden voelen en gedijen tenzij hun staat veilig was en gedijde, dat de gewone man alleen grootsheid kon bereiken via de grootsheid van zijn samenleving.”

In het democratische Athene dat Perikles in zijn rede schetst, mogen de burgers van hun persoonlijke vrijheid genieten zonder afkeurende bemoeizucht van hun medeburgers. Ook dat mogen wij ons aantrekken, in een tijd waarin iedereen met een internetaansluiting pontificaal op de stoel van de rechter gaat zitten.

Iedereen is gelijk, zegt de Athener, maar tegelijk mag van iedereen verwacht worden dat hij meedoet, zich inspant voor de politieke orde waarvan hij de vruchten plukt.

De democratie is, ondanks verdeeldheid, misstanden en onvolkomenheden, in laatste instantie géén zwaktebod, geen onmachtig en decadent organisme dat in de greep van een elite met gelijkheidswaan verkeert, maar iets voor iedereen om trots op te zijn, iets dat kan worden uitgedragen over de hele wereld – en ook fel verdedigd moet worden wanneer ze van binnenuit of van buitenaf bedreigd wordt.

De democratie, en dat is misschien wel het belangrijkste inzicht in deze nog altijd meeslepende redevoering, is geen abstracte constructie die een verzameling individuen met afzonderlijke identiteiten en achtergronden herbergt. Integendeel, de democratie zélf is een gevoelde identiteit, ís een gemeenschap. De democratie ís Athene. De persoonlijke vrijheid die ze burgers biedt maakt deel uit van een lange traditie, een traditie waarvoor gevochten is.

Opnieuw is ze het waard om voor te vechten.

Dit is een bewerkt fragment uit het inleidende essay bij de grafrede van Perikles, die 19 september verschijnt als Voor de democratie, bij uitgeverij Prometheus,

Source: NRC

Previous

Next