Home

Popmusici over Gaza: ‘Heb je een podium, spreek je dan uit. Motiveer mensen. Kom de straat op’

Hoe staat, aan de vooravond van een groot benefietconcert voor Palestina in Londen, het popprotest ervoor in Nederland?

is redacteur popmuziek van de Volkskrant.

Het begon bijna twee jaar geleden met een aarzelend protest in de popzaal, vaak nog tot ontsteltenis van het publiek. Maar naarmate de oorlog in Gaza verergerde en het geweld tegen het Palestijnse volk genocidaler werd, nam het popprotest toe, ook in Nederland.

De ‘rode lijn’ werd overschreden, op de zomerfestivals wapperden Palestijnse vlaggen en op de poppodia werd de proteststem vaker gehoord, dwars door de muziek heen.

Op 17 september wordt in de Londense evenementenhal van Wembley, de OVO Arena, een groot benefietevenement georganiseerd om stil te staan bij de situatie in Gaza. Together for Palestine moet een soort Live Aid worden voor Palestina, met optredens van belangrijke popnamen als Damon Albarn, Jamie xx, Paloma Faith, Hot Chip, Sampha, James Blake, Rina Sawayama, PinkPantheress én Palestijnse musici als Faraj Suleiman en Adnan Joubran.

Terugblik op de protestzomer

Waar demonstreerden muziekartiesten voor Gaza? Een terugblik op het popprotest via een uitgebreide tijdlijn,

De organisatoren van Together for Palestine stellen dat zwijgen niet langer een optie is, en zeker niet voor popmusici. ‘Silence is complicity’, vindt Brian Eno, de initiatiefnemer van de benefiet: zwijgen maakt je medeplichtig. Grote woorden misschien, maar ze dwingen wel tot nadenken, ook voor popartiesten, die een podium tot hun beschikking hebben en zalen vol luisterend publiek.

Is er een keerpunt bereikt, en is het voor een popartiest nu eerder controversieel om niets te zeggen over Gaza? En waarom zou juist de popmuziek zich dan moeten uitspreken?

Volgens zangeres en liedschrijver Judith Rijsenbrij, artiestennaam Puntjudith, past protest met name bij pop omdat popmuziek mensen nu eenmaal bij elkaar brengt. ‘Voelen dat je niet alleen staat en samen in actie kunt komen, is de grootste motor voor verandering’, zegt ze. ‘De stem van het volk is zoveel sterker dan we denken en het grootste wapen dat we hebben.’ Volgens haar kun je juist bij een concert van dat besef doordrongen raken.

Tijdens haar optredens, zoals vorige week in het Bostheater in Amsterdam, vraagt zij om aandacht voor de situatie in Gaza. Zij ziet het bijna als een taak voor iemand die in deze tijd een podium heeft, en dus in de belangstelling staat. ‘Heb je een podium: spreek je uit. Motiveer mensen. Kom de straat op.’ Volgens haar kun je bij een concert het leven vieren, zonder je ogen te hoeven sluiten voor wat er gaande is om ons heen.

Volgens Rocco Ostermann van De Niemanders, een band die maatschappelijk betrokken muziek maakt met gedetineerden en bewoners van azc’s, heeft niet iedere musicus vanzelfsprekend een protesttaak. ‘Sommige popmusici zijn gewoon coole mensen die mooi kunnen zingen of spelen, meer niet. We hebben niet allemaal een Bob Dylan of een boze punker in ons.’

Met De Niemanders maakte Ostermann in 2024 het prachtige liedje Oorlogskind, waarin de Palestijnse jongen Kais Refai zijn verhaal vertelt, in een aangrijpende tekst: ‘Als oorlogskind zag ik heel veel/ Wat niemand ziet/ Wat niemand hoort/ Als oorlogskind zag ik de dood/ Ik zat in nood/ Wat niemand ziet.’

Een tekst die niet zozeer protesteert, maar eerder de kale feiten op tafel legt.

Je uitspreken over maatschappij ontwrichtende kwesties is niet zonder risico, zegt Ostermann. ‘Je moet er goed op studeren. En dan nog vliegen de specialisten van beide kanten elkaar in de haren. Maar waar je niet op hoeft te studeren, is het buitenproportionele geweld dat gebruikt wordt tegen de Gazanen. Dat moet meteen ophouden.’

Ook zangeres Eefje de Visser vindt dat je niet van iedere artiest kunt verlangen dat die een luid protest laat horen. ‘Het moet ook bij iemand passen en het kan geforceerd overkomen als het niet vanuit een intrinsieke beweging komt, maar door druk van buitenaf. Iemand kan zelfs een slechte woordvoerder voor de zaak zijn, uit onzekerheid of om wat voor reden dan ook.’

Toch mist ze hier en daar wel wat betrokkenheid, bijvoorbeeld bij de heel grote artiesten, de popsterren met een enorm bereik. ‘In de typische linkse muzikale indiebubbel, waar ik ook in zit, spreken artiesten zich uit. Maar meestal preken wij voor eigen parochie. Het zou mooi zijn als vanuit die groep artiesten die een veel breder publiek bereiken, een sterk geluid kwam.’

De Visser maakte afgelopen zomer indruk op het festival Best Kept Secret, waar ze tijdens haar optreden een indringende rode lijn liet zien op de beeldschermen rond haar podium. Toch vraagt ze zich soms af of ze iets met haar acties bereikt. ‘De meeste mensen hebben hun standpunt al bepaald over deze kwestie. En soms vraag ik me af of ik wel iets bereik, als ik mij uitspreek. Ik probeer zelf altijd een bepaalde nuance aan te brengen, omdat ik bang ben dat ik anders puur en alleen preek voor mijn eigen bubbel. Dat ik een mens met een andere mening alleen maar wegduw, in plaats van diegene nog enigszins bij mijn verhaal te houden, of hopelijk zelfs een beetje aan het denken te zetten.’

De Visser denkt hier veel over na, zegt ze. ‘Een mens bereiken dat het al met me eens is, is makkelijk. En we móéten als gelijkgestemden onze krachten ook bundelen, maar we leven ook in een tijd van verrechtsing, en dat maakt me geïnteresseerd in de vraag hoe mensen van gedachten kunnen veranderen.’

Eensgezindheid

Toch lijkt het erop dat het huidige protest in de Nederlandse popzalen en op festivals geen uiting meer is van ‘tegencultuur’, maar eerder staat voor een zekere eensgezindheid, een nieuw normaal. Niemand die nog zijn ongenoegen uit als op een podium een Palestijnse vlag wordt getoond, althans, zo lijkt het.

Maar het andere geluid bestaat zéker nog wel, zegt Judith Rijsenbrij. ‘Je zag het toen in Amsterdam het podium Paradiso werd beklad omdat de Ierse protestband Kneecap daar zou komen optreden.’ Reden te meer om luidruchtig te blijven over de situatie in Palestina, vindt zij. ‘Ik vind het absurd dat de komst van een band die zich uitspreekt tegen genocide überhaupt een probleem is.’

In veel landen woedt momenteel een debat over de vraag of popmusici, met een groot podium, nog wel geloofwaardig kunnen zijn als zij niets zeggen over Gaza. In Spanje bijvoorbeeld werd popzangeres Rosalía, die een wereldwijd bereik heeft met haar avantgardistische reggaeton, door collega’s uit de Spaanse pop en cultuur verweten niets te zeggen over Gaza. Terwijl de zangeres zich toch vaak strijdbaar had getoond en was opgekomen voor slachtoffers van geweld tegen lhbti’ers, of de slachtoffers van de overstromingen in Valencia.

Kán een popartiest nu, in deze ontwrichtende tijd, nog zwijgen? ‘Nee’, zegt Rijsenbrij. ‘Niet als mens, niet als politicus, niet als artiest. Zeggen dat je je niet bezig wilt houden met politiek, vind ik absurd.’

Ze is het eens met de stelling van Brian Eno dat zwijgen medeplichtig maakt. ‘Ik las de titel van het nieuwe boek van Omar El Akkad: One Day, Everyone Will Have Always Been Against This. Dat vat de hypocrisie van het Westen goed samen. Het is belangrijk je nú uit te spreken. Het is moeilijk om niet cynisch te worden, maar het enige wat je kunt doen is je proberen te verzetten.’

Rijsenbrij ergert zich eigenlijk aan de aandacht die uitgaat naar de artiesten, naar de vraag of die zich wel of juist niet uitspreken. Want daar gaat het helemaal niet om. ‘De aandacht zou moeten uitgaan naar wat er op dit moment aan de hand is in Gaza. Hoe kunnen we als maatschappij deze genocide stoppen?’

Het antwoord kan ze zelf wel geven: ‘Boycotten, geen wapens meer leveren, hulp in Gaza toelaten, Palestina erkennen. Het moet niet ‘dapper’ zijn om je uit te spreken tegen een genocide.’ Volgens Rocco Ostermann gaat een oud adagium op: ‘Wie zwijgt, stemt toe. Het is vaak een enkeling die het woord neemt, terwijl de meesten zwijgen. Dat is al vaker zo gegaan, maar je moet nu wel blind en doof zijn wil je niet concluderen dat die verdomde genocide moet stoppen.’

Persoonlijke verhalen

In de band De Niemanders luisteren de bandleden naar elkaar en leren ze van elkaar, zegt Ostermann. Daarom zijn de liederen niet simpel op te vatten als politieke boodschappen: de verhalen liggen vaak dieper, zijn persoonlijker. ‘Wij zetten oorlogsverhalen op muziek’, zegt hij. ‘Die spreken vaak voor zich. Wij hebben oorlogsvluchtelingen in de band, musici die door van alles en nog wat op de vlucht zijn gegaan. De een wil het er veel over hebben, de ander is wat bedachtzamer.’

Volgens Eefje de Visser moet ieder mens, en dus ook iedere popmusicus, kritisch nadenken over zichzelf en over wat zich afspeelt in de samenleving. ‘Blinde volgzaamheid is zo gevaarlijk. Ik gebruik mijn podium omdat ik vind dat onze regering zichzelf en ons rechtssysteem compleet ongeloofwaardig maakt door wapens te blijven sturen en bondgenoot van Israël te

blijven, zelfs onder deze omstandigheden.

‘Het ondraaglijke leed van de inwoners in Gaza, opgesloten in dat kleine gebied dat elke dag gebombardeerd wordt, gaat werkelijk alles te boven. En daar bovenop zien we nu nog de uithongering die plaatsvindt. Er zijn geen woorden voor. Het is onmenselijk.’

Maar laat de Nederlandse pop genoeg horen, als je het Nederlandse geluid vergelijkt met dat van bijvoorbeeld een aantal oorverdovende Ierse en Britse bands, die woedende politieke mededelingen doen en daarom soms nog van het podium worden gesleurd?

Grote vuist

Judith Rijsenbrij betrekt die vraag vooral op zichzelf. ‘Ik vind eigenlijk dat ik me nog meer kan uitspreken en vaker naar demonstraties moet gaan. Ik benoem de problemen tijdens mijn concerten, ik deel online, maar ik voel me toch ook een kleine vis. Maar ik probeer hoop te halen uit het feit dat je met een hele hoop kleine vissen samen wel een grote vuist kunt maken.’

De Nederlandse artiesten kijken met enige afgunst naar het Verenigd Koninkrijk, waar op 17 september een massaal bezochte popavond voor Palestina wordt gehouden. Dat zou in Nederland ook moeten gebeuren, vindt Puntjudith, in een zaal van het formaat Ziggo Dome of Ahoy: ‘Honderd procent!’

Rocco Ostermann van De Niemanders zou zo’n evenement ook toejuichen, maar hij ziet ook nog wel wat andere benefietavonden voor zich, voor andere goede doelen. ‘De verkiezingen komen eraan en wij verkeren hier ten lande al een tijdje in een onbehaaglijk, zelfs burgeroorlogachtig sfeertje. De roeptoeterensembles marcheren over sociale media met hun onverdraagzaamheid. Laten we hier in Nederland die rechtse furie ook maar eens temmen.’

Palestina-benefiet in Nederland?

Volgens Berend Schans van de Vereniging Nederlandse Poppodia en Festivals wordt momenteel, voor zover hij weet, niet gewerkt aan een groot, overkoepelend benefietevenement voor Gaza, een ‘festival’ dat vanuit de hele sector zou worden georganiseerd. ‘Wij hebben intern, een tijd terug, met de leden wel overleg gehad, of wij ons als sector niet wat activistischer zouden moeten opstellen. Dit deden wij naar aanleiding van Extinction Rebellion, Rode Lijn en natuurlijk Gaza.’

De uitkomst van het overleg was dat de leden beter individueel actie konden ondernemen, en dat de overkoepelende vereniging zich beter afzijdig kon houden. Dat gebeurde daarna ook: her en der en vaak zeer lokaal zijn kleine benefietevenementen voor Gaza te vinden, zoals twee weken geleden nog in de Tilburgse 013.

Maar Schans bespeurt de laatste tijd toch weer wat beweging binnen zijn vereniging. ‘Ik adviseer de leden dit binnen de vereniging ook ter discussie te blijven stellen.’ Een ding is zeker, zegt Schans: ‘Dit is wel iets dat speelt. En op ons congres van aanstaande maandag wordt hier zeker over gesproken.’

Brian Eno en Palestina

De Engelse ambientcomponist en producer Brian Eno spreekt zich al lang uit tegen de onderdrukking van het Palestijnse volk, al sinds ver voor het uitbreken van de oorlog in Gaza.

Eno roept artiesten al jaren op Israël cultureel te boycotten, en er dus niet op te treden. Dat standpunt bracht hem in conflict met popsterren die juist wél willen spelen in Israël, om het publiek daar niet in de steek te laten, of een hart onder de riem te steken. Oner anderen Nick Cave ging de discussie aan met Eno en een van diens luidruchtigste medestanders, Roger Waters van Pink Floyd. Nick Cave verweet de Palestina-activisten pestgedrag. Eno vond de opstelling van Cave op zijn beurt verwerpelijk.

Met Together for Palestine wil Eno, die de avond organiseert, een proteststem laten horen en vooral stilstaan bij de humanitaire ramp die zich voltrekt in Gaza. ‘Dit is het moment om samen te komen en te zeggen: dit moet stoppen’, stelde Eno in een verklaring, toen hij zijn benefiet aankondigde.

Zwijgen is niet langer een optie, volgens de musicus, en zéker niet voor popmusici: ‘Artiesten hebben de maatschappij altijd gewezen op onrecht en op een betere toekomst. Ook daarom doet dit concert ertoe. Niet alleen om onze mond open te doen, maar ook om te bevestigen dat we mensen zijn.’

Luister hieronder naar onze podcast Culturele bagage. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Het intro boven dit stuk is 12 september aangepast.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next