is columnist van de Volkskrant en werkt als adviseur voor overheden en maatschappelijke organisaties.
Een halfuur nadat David DePape via de glazen tuindeuren heeft ingebroken, bellen agenten aan bij het huis van Nancy en Paul Pelosi. Zodra de voordeur opengaat die oktobernacht, nu drie jaar geleden, zien ze de forse, 42-jarige DePape met een zware hamer. Naast hem de 82-jarige Paul in een nachthemd. Als de agent zegt ‘laat die hamer vallen’, antwoordt DePape ‘nee’ en slaat hij de schedel van Pelosi in. Die overleeft de aanslag.
DePape, een man met mentale gezondheidsproblemen, zal verklaren dat Nancy Pelosi, oud-voorzitter van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden, zijn doelwit was. Hij is in de ban van extreemrechtse complottheorieën, zoals Donald Trumps bewering dat hij frauduleus van een verkiezingsoverwinning is afgehouden. Maar direct na de aanval wordt desinformatie rondgepompt, onder anderen door Elon Musk, als zou Paul homo zijn en zijn aanvaller een minnaar.
Drie dagen later heeft Charlie Kirk zijn show. Politie en justitie hebben de desinformatie met kracht ontkend. Kirk kiest er niettemin voor de laster te verspreiden: ‘Waarom zou de conservatieve beweging er de schuld van moeten krijgen als een homoseksuele, schizofrene nudist (...) bij iemand inbreekt, óf... misschien níét bij iemand inbreekt?’ Kirk roept een ‘fantastische patriot’ op om de borg van DePape te betalen en de verdachte ‘wat vragen te stellen’.
Op het moment dat ik dit schrijf, is de aanhouding van de verdachte van de moord op Kirk net gemeld. Zijn motief is onbekend. Maar Kirk is zeer waarschijnlijk slachtoffer geworden van politiek geweld. Hij werd vermoord terwijl hij op de campus van een universiteit als politiek activist in debat ging, en alleen daarom al is de moord een aanslag op democratische vrijheden die onvoorwaardelijk moet worden veroordeeld.
Zo’n veroordeling bracht Kirk zelf bij leven dus niet op. En hiermee belanden we precies op het kruispunt van wat er sterk, vervelend en kwetsbaar is aan een democratie: ze biedt enorme ruimte aan haar tegenstanders en zelfs wanneer die geen terughoudendheid betrachten, zul je hen als democraat met één hand op de rug moeten bestrijden.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Veel ideologische opponenten van Kirk zagen dit direct in, spraken hun afschuw uit en benadrukten het belang van discussie. Maar heel wat jonge linkse tiktokkers vierden de moord. En Powned trof enkele internationale studenten in Amsterdam die vonden dat Kirk de moord had verdiend. Deze eigen-schuld-zeggers missen het besef dat je niet om een persoon hoeft te treuren om te rouwen om democratie.
Ik erken dat dat paradoxaal is. Door grote groepen jongeren te enthousiasmeren, was Kirk een steunpilaar van Trump bij diens operatie om de democratische rechtsstaat af te breken. Daarbij worden juist vrijheden aangetast en opponenten geïntimideerd. Met zijn Professor Watch List, waarop hij academici plaatste die volgens hem te bevooroordeeld links waren, droeg Kirk aan zulke intimidatie bij.
Toch blijft gelden, zoals het Democratische boegbeeld Bernie Sanders zegt, dat geweld laf is en een zwaktebod. ‘De democratie wordt aangevallen, maar als we erin geloven, is politiek geweld niet het antwoord.’
Dat is de crux. Geloof je dat de democratie kan worden gered met democratische middelen? Steeds meer mensen beantwoorden die vraag ontkennend. Je zag het in de VS al toen eerder dit jaar Luigi Mangione door fans als held werd vereerd, de man die ervan wordt verdacht dat hij in New York de baas van een zorgverzekeraar heeft vermoord. De verantwoording luidde: de verzekeraar maakte slachtoffers door behandelingen niet te vergoeden.
De Nederlandse traditie van politiek geweld is gelukkig bescheidener dan die van de VS, maar behoorlijk serieus. De moord op Pim Fortuyn in 2002 is lang niet het enige voorbeeld, zeker ook niet uit linkse hoek. Zo bezien moet vechten voor democratie misschien wel met béíde handen op de rug. Niet alleen moet je tot op zekere hoogte toestaan dat tegenstanders vrijheden misbruiken, je moet ook nog eens rekening houden met al te consequente systeemdenkers die mede uit jouw woorden concluderen dat hun drastisch ingrijpen vereist is.
Blijven hopen dat het idee van een vrije samenleving sterk genoeg is om ondanks al die handicaps te kunnen winnen, vergt zo wel erg veel kracht.
Afgelopen weekend was ik in Berlijn en ik stapte toevallig uit de metro bij de Bernauer Strasse, waar is gemarkeerd hoe ooit de Muur heeft gelopen. Ik was 12 toen de Berlijnse Muur viel, en daar nu staand in de septemberzon herinnerde ik me ineens sterk hoe we destijds thuis tv keken en een golf van hoop over ons heen spoelde. Ik kreeg zo onnoemelijk veel heimwee naar de verwachting dat morgen beter wordt dan vandaag.
We geven niet genoeg woorden aan wat de vrees met ons doet dat elke volgende dag een achteruitgang zal zijn. Terwijl dat vermoedelijk deels de vijandschap verklaart. Alsof de boot zinkt en de enige optie is om de ander overboord te gooien.
In de VS klinkt de roep om wraak, onderdrukking en oorlog. Onze kansen zijn beter. ‘Democratie is inschikken’, probeerde Klaas Dijkhoff van de week, en hopelijk zullen meer figuren dit type moreel leiderschap tonen. Met twee handen op de rug rest niet veel anders dan het gesprek.
Gesprek nadrukkelijk, geen debat. Debatten zijn wedstrijdjes: wie mobiliseert zijn achterban het best door de ander af te troeven? Willen we het redden als democratie, dan zal voor het gesprek de ruimte moeten komen.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant