Home

Met populisten – van links of rechts – staat de economische motor stil

Innovatie Emotie en kortetermijnbeleid zijn geen goede voedingsbodem voor innovatie. De opmars van populisme remt groei af, menen experts. „Vooruitgang wordt niet omarmd, wel verdacht gemaakt.”

De top van Europese ‘Patriotten’, februari dit jaar in Madrid. met van links naar rechts Geert Wilders (PVV, Nederland), Marine Le Pen (RN, Frankrijk), Santiago Abascal (Vox, Spanje) en Viktor Orbán (Fidesz, Hongarije).

Meer dan tachtig keer staat het in de regeringsverklaring van het inmiddels gevallen kabinet, ruim zestig keer in het toonaangevende rapport van oud-ECB-voorzitter Mario Draghi en ook in vrijwel alle verkiezingsprogramma’s van de grote Nederlandse politieke partijen is het woord terug te vinden: innovatie.

Dat heeft een reden. Innovatie is een belangrijke motor van groei. Zeker in een vergrijzend Nederland, waar steeds minder werkenden steeds meer ouderen moeten onderhouden. Nieuwe ideeën en technologieën maken het mogelijk met minder inspanning evenveel of meer te produceren – en zo het welvaartsniveau te behouden. Politici zien vernieuwing bovendien als smeerolie voor groene transities en geopolitieke onafhankelijkheid.

Maar terwijl de visiedocumenten hun innovatieambities voor de lange termijn bejubelen, is het populisme met een opmars bezig. Dat uit zich in kortetermijnbeloften, conservatieve waarden. een afgeschermde economie en een hang naar vroeger. Populisten wonnen aan macht in de twaalf westerse landen die in 2024 naar de stembus gingen. Regeringspartijen verloren juist gemiddeld 7 procentpunt aan zetels – de sterkste terugval in 120 jaar.

De PVV werd bijna twee keer zo groot, in Frankrijk boekte Marine Le Pen 15 procentpunt winst en in Oostenrijk werd de FPÖ de grootste partij. Aan de andere kant van de Atlantische Oceaan werd Donald Trump opnieuw gekozen tot president. Onderzoek van The Guardian liet zien dat populistische retoriek de afgelopen twintig jaar meer dan verdubbelde.

Hoe haalbaar zijn de innovatie-idealen nog in een populistisch tijdperk?

Een populist is – volgens een gangbare definitie onder politicologen – een politicus voor wie de tegenstelling tussen ‘het volk’ en anderzijds ‘de elite’ of ‘het establishment’ leidend is. Populisten op links zien dat vaak als een strijd tussen economische klassen. Rechtse populisten richten hun pijlen vooral op culturele elites en vreemdelingen.

Dat populisme economisch weinig goeds voorspelt, is vaker vastgesteld. NRC schreef eerder over een groot dataonderzoek van drie Duitse economen, gepubliceerd in de American Economic Review: vijftien jaar na de machtsovername door een populistische leider ligt het bbp per hoofd gemiddeld 10 procent lager dan in een door de onderzoekers geschetst scenario zonder populist. Daarbij maakt het geen verschil of het om links- of rechts-populisme gaat, en of het land in bijvoorbeeld Europa of Zuid-Amerika ligt. Overal krijgen economieën onder populistisch leiderschap klappen.

Hetzelfde geldt voor innovatie, blijkt uit onderzoek van een groep economen uit 2024. Zij koppelden de Global Populism Database, die toespraken van regeringsleiders beoordeelt op populistische retoriek, aan bedrijfsgegevens van ruim 24.000 ondernemingen in 38 landen, afkomstig van de Wereldbank. Hun bevinding: voor elke 0,1 punt stijging op een internationale populisme-index (met een schaal die van 0 naar 2 loopt) daalt de kans dat een bedrijf een nieuw product introduceert gemiddeld 4,7 procent.

Waarom is dat zo? Drie experts, die NRC hierover sprak, leggen het langs drie lijnen uit.

1.Politieke instabiliteit

Innovatie vergt geduld. Nieuwe technologieën – zoals benutting van waterstof als brandstof en kunstmatige intelligentie (AI) – vergen investeringen met een terugverdientijd van tien, twintig jaar of langer. „Bedrijven leggen pas miljarden in als ze weten dat spelregels niet voortdurend veranderen”, zegt Marieke Blom, hoofdeconoom bij ING. „Daarom is politieke stabiliteit cruciaal.” Maar met populisten vallen kabinetten sneller, zo blijkt in de praktijk. Daarmee blijft stabiele regelgeving uit.

„Stabiliteit is schaars in tijden van populisme”, zegt Catherine de Vries, hoogleraar Europese politiek aan de Bocconi Universiteit in Milaan. Ze deed onderzoek naar populisme in Europa. „In de jaren vijftig duurde het gemiddeld 33 dagen om een kabinet te vormen. In 2019 was dat al 64 dagen – bijna twee keer zo lang. Zo’n formatie betekent maandenlang stilstand: grote besluiten blijven liggen, zonder duidelijkheid over wat de koers wordt.

„Die vertraging is vooral het gevolg van de opkomst van populisten sinds de jaren tachtig. In België, waar de N-VA groot werd, liep dat zelfs uit op de langste formatie ooit” , zegt De Vries. „Compromissen sluiten ligt niet in hun aard. Ze lanceren voortdurend proefballonnetjes en kunnen tegelijkertijd moeilijk water bij de wijn doen.”

Windmolens in IJsselmeer. President Donald Trump uit zich geregeld tegen windenergie.

2Aanval op kennisinstituten

Harvard-hoogleraar Steven Pinker beschrijft in zijn boek Enlightenment Now (2018) dat juist instituties – universiteiten, onafhankelijke rechtspraak, betrouwbare statistiekbureaus – mede zijn ingesteld om irrationele menselijke trekjes als tribalisme en kortetermijndenken te beteugelen. Rechters zorgen voor consistente toepassing van regels, statistiekbureaus leveren betrouwbare data waarop beleid kan worden gebaseerd, en universiteiten toetsen ideeën aan onderzoek in plaats van onderbuikgevoel.

Populisten maken juist meer gebruik van emotie dan van bewijs en feiten. Daarmee frustreren ze innovatie, gebaseerd op onderzoek, een lange adem en voorspelbaarheid.

De voorbeelden van ondermijning van kennis en expertise zijn intussen legio. Trump bracht de financiering van de wetenschap terug tot het laagste niveau in decennia, ontsloeg de directeur van een statistiekbureau en zette politieke druk op de centrale bank, waarmee hij tornt aan haar onafhankelijkheid. In Hongarije beperkte premier Viktor Orbán de academische vrijheid zo sterk dat de Central European University moest uitwijken naar Wenen. In Turkije trad president Erdogan hard op tegen universiteiten die niet handelen in lijn met het regeringsbeleid.

„Ontmanteling van kennisinstituties holt je groeipotentieel uit”, stelt Blom. Dat gebeurt op verschillende manieren: door geldstromen af te knijpen, door onafhankelijke bestuurders te vervangen door politieke getrouwen, en door experts publiekelijk verdacht te maken.

„Populistische leiders framen expertise al snel als elitair of verdacht”, zegt Henk Volberda, hoogleraar strategie en innovatie aan de Universiteit van Amsterdam. „Dat zagen we tijdens de coronapandemie: coronavaccins waren een enorme innovatie, maar populisten zetten ze neer als gevaar. Zo wordt vooruitgang niet omarmd, maar verdacht gemaakt.”

Studentenprotest in Ankara tegen de arrestatie van de burgemeester van Istanbul, in maart.

3Terugkijken

Een populist kijkt liever terug dan vooruit. Volberda: „Ze romantiseren het boerenleven, de fabriekshal vol arbeiders en het traditionele gezin. Maar innovatie vraagt juist om het loslaten van bestaande denkbeelden.

Nieuwe technologie botst vaak frontaal met een nostalgisch wereldbeeld. Daarom keren rechtspopulisten zich tegen zonnepanelen, windmolens en groenebrandstoftechnologie. En proberen linkspopulisten innovaties als kunstmatige intelligentie tegen te houden omdat die de kloof tussen ‘haves’ en ‘have-nots’ vergroten. In beide gevallen geldt: innovatie wordt als bedreiging neergezet.

Silvio Berlusconi deed dit in de jaren negentig, zegt politicoloog De Vries. Hij voerde destijds campagne met de belofte Italië „weer groot te maken” – een expliciete verwijzing naar de ‘welvaartsjaren’ zestig. „Zijn boodschap draaide om het verheerlijken van het verleden: Italië had al bewezen wat het waard was. Daarmee presenteerde hij modernisering als overbodig.”

En dat sentiment tegen verandering slaat aan, zegt Blom. „Verliezers van beleid zijn zichtbaarder dan winnaars. Automobilisten merken meteen dat een liter benzine duurder wordt door CO2-beprijzing, terwijl de voordelen van verduurzaming veel diffuser zijn. Iedereen merkt er iets van, maar niemand voelt zich dé grote winnaar.”

Volberda: „Antitransitiesentiment verklaart waarom Trump vasthoudt aan ‘drill, baby, drill’, ook al is hernieuwbare energie vaak goedkoper dan fossiele brandstoffen.”

Ook legde Trump de bouw van het bijna voltooide windpark Revolution Wind bij Rhode Island stil – al aangesloten op het net en klaar om volgend jaar stroom te leveren. Daarmee doet hij vooralsnog miljarden aan investeringen teniet, en torpedeert een belangrijke bron van stroom, precies nu de vraag ernaar piekt.

Zo gaat in meer landen de rem op nieuwe initiatieven en neemt protectionisme toe. Ook in Nederland verzetten Wilders en Baudet zich tegen warmtepompen, zonnepanelen en andere vormen van verduurzaming. Windmolens draaien niet op wind maar op subsidie, was de simpele slogan.

Angst voor het onbekende geldt ook voor kunstmatige intelligentie (AI) en migratie, zegt Volberda. „AI roept bij velen angst op voor baanverlies, terwijl onderzoek van het World Economic Forum laat zien dat die technologie netto juist banen creëert. Hetzelfde geldt voor migratie: kennismigranten dragen bij aan de economische groei en welvaart van een land, maar worden door populistische partijen toch als bedreiging geframed.”

Silvio Berlusconi, in 2001, presenteert als kandidaat-premier zijn programma ‘Contract met de Italianen’ met verkiezingsbeloften.

Dat wil niet zeggen dat populisten per definitie innovatie in de weg staan. Zo profileert Donald Trump zich nu als bondgenoot van Big Tech en benadrukt hij dat minder bureaucratie en regeldruk nodig zijn om bedrijven meer innovatieruimte te geven. Ze kunnen makkelijker experimenteren, sneller van overbodig personeel af, producten sneller op de markt brengen. Maar zo’n dereguleringsagenda is volgens experts niet exclusief populistisch. Ook rechtse, niet-populistische partijen bepleiten minder regels om ondernemerschap te stimuleren.

Achterblijvende innovatie is evenmin exclusief aan populisme te wijten. Leiders van niet-populistische partijen passen, blijkt uit onderzoek van onder anderen De Vries, uit angst voor stemmenverlies aan populisten beleid en toon aan. Veel Europese landen dreigen bovendien, schrijft weekblad The Economist, in een „deficit-populism doom loop” terecht te komen: hoge staatsschulden dwingen gevestigde partijen tot bezuinigen, maar bezuinigingen ondermijnen juist het vertrouwen in hen en versterken populistische alternatieven, blijkt uit onderzoek. Gevolg is dat ook middenpartijen niet alleen níét bezuinigen, maar ook kiezen voor kortetermijnbeleid – lagere accijnzen, hogere uitgaven. Noodzakelijke langetermijninvesteringen in kennis en innovatie delven dan het onderspit.

Tegelijk verandert de toon van niet-populistische politici, aldus The Guardian: populistische retoriek is toegenomen bij politici die zelf geen uitgesproken populisten zijn. Zelfs de doorgaans bedachtzame Britse premier Keir Starmer waarschuwde dat het VK dreigt te veranderen in een „eiland van vreemden.” En de Conservatieve Britse premier Theresa May maande haar partij in 2016, om zich af te zetten tegen buitenlandse invloeden: „Als u gelooft dat u een burger van de wereld bent, dan bent u een burger van nergens.” Terwijl bijvoorbeeld kennismigranten enorm belangrijk zijn voor innovatie.

De Vries: „Gevestigde partijen voelen de hete adem in hun nek en komen daarom met een light-versie van populisme. Daardoor wordt het moeilijker om een impopulaire, maar verstandige boodschap over te brengen.”

Blom wijst op het kabinet-Schoof, dat 1,25 miljard euro schrapte voor onderwijs, cultuur en wetenschap. „Dat besluit kwam niet uitsluitend van de PVV, maar de invloed van populisme was wel degelijk merkbaar.”

Een ander voorbeeld, zegt ze, is het Nationaal Groeifonds, bedoeld voor investeringen in kennis en infrastructuur op de lange termijn. Daar werd nu zonder veel protest geld uitgehaald om de benzineaccijns te verlagen. „Zelfs midden-linkse partijen namen daar nauwelijks afstand van, terwijl het beleid evident degressief is.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Amerika

Wat kunnen we verwachten van weer vier jaar Trump?

Source: NRC

Previous

Next