Home

De prelude klom op van opwarmertje tot hoofdact

Prelude Muziek kent tal van genres en subculturen: NRC’s muziekprofessor biedt essentiële muziekkennis. Deze week: de prelude. Wat moet je luisteren en wie moet je kennen?

Er was een tijd dat improviseren in de (‘klassieke’) muziek de normaalste zaak van de wereld was. Bezocht je een soloconcert van Franz Liszt, dé klavierleeuw van de negentiende eeuw, dan hoorde je hem voordat het programma losbarstte uitgebreid improviseren. Ook tussen de stukken door trouwens, als een palate cleanser en teaser voor wat komen ging. Tijdens een van Liszts masterclasses in Weimar zette een student zich eens aan de piano om direct in een Mozart-sonate te duiken. „Nee, nee,’’ was Liszts commentaar. „Éérst moet je moet ons meenemen naar de wereld van Mozart.” Zo’n introducerende improvisatie noemen we een prelude – een voorspel – en de kunst van het ‘preluderen’ gaat eeuwen terug.

Hoe is het begonnen?

Uit middeleeuwse bronnen weten we dat er bij solo-optredens geïmproviseerde openingsrituelen klonken. De oudste opgeschreven preludes dateren uit het midden van de vijftiende eeuw. Die deden vooral dienst als oefenmateriaal voor organisten die het improviseren onder de knie moesten krijgen. Tijdens kerkdiensten moesten ze improviserend zorgen voor een soepel muzikaal opstapje naar de gezangen.

Ook luitspelers trapten hun optredens graag af met een korte improvisatie. Zo konden ze de stemming van hun instrument controleren, hun vingers losmaken en de akoestiek aftasten: de soundcheck avant-la-lettre. In een tijd zonder strak geregisseerd concertprotocol begreep het publiek ondertussen: opletten, het gaat zo beginnen. Over hoe je zo’n improvisatie het beste vormgaf werden door de eeuwen heen een hele trits handleidingen geschreven voor een scala van instrumenten: van orgel, harp en piano tot hoorn, fluit, viool en ook zang.

Naast geïmproviseerde preludes bestonden er ook gecomponeerde preludes. Die bootsten de vrijheid van spontaan ontstane muziek na met allerhande loopjes, gebroken akkoordentrapjes en versieringen. Ook deze preludes functioneerden als opwarmertje: ze stemden het oor af op de sfeer en toonsoort van een substantiëler stuk, zoals een fuga, reeks dansen, sonate of operascène.

Hoe ging het verder?

In de negentiende eeuw werd de prelude langzaam een hoofdact, vooral voor pianisten: een zelfstandig stuk, van tevoren tot in het detail uitgedacht, waarin je naar hartenlust sferen kon oproepen en technische toeren kon uithalen. Toch hield zo’n stuk een quasi-improvisatorisch sfeertje, alsof de muziek zich al spelend ontvouwt. „Alles lijkt schetsmatig, impulsief, onverwacht,” schreef Liszt over de 24 pianopreludes van Chopin, voor velen het summum van het genre. Sommige van die preludes strekken zich lang uit over de tijd en zitten vol drama.

Wat moet je luisteren?

De spanning van een geïmproviseerde prelude maak je alleen mee bij een live concert. Organisten houden de eeuwenoude praktijk van het preluderen in ere en ook musici die zich bezighouden met muziek uit de middeleeuwen, renaissance en barok verzinnen hun noten regelmatig ter plekke. Bij de gecomponeerde preludes is Bach de eindbaas. Met zijn 48 preludes en fuga’s fietst hij door alle toonsoorten, waarbij de prelude steeds meesterlijk het bedje spreidt voor het lijnenspel van de bijbehorende fuga. Een geliefde prelude-componist van later datum is Debussy, die zich zowel erfgenaam voelde van Chopins romantiek als van de bloemrijke klavecimbelpreludes van zijn barokke collega’s. Debussy maakte 24 levendige toonschilderingen van onder meer vuurwerk, een terras in het maanlicht en een verdronken kathedraal. De beschrijvende titels zette hij pas aan het einde van de prelude; zo gelden de noten als uitnodiging voor de persoonlijke verbeelding van pianist en publiek.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Cultuurgids

Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden

Source: NRC

Previous

Next