Home

In foutjes en twijfels hoor je hoe Nick Drake zijn geluid vond, voor hij zichzelf verloor

Heruitgave In de boxset ‘The Making of Five Leaves Left’ hoor je eindelijk een beetje de menselijke kant van de veel te jong gestorven cultheld Nick Drake.

Nick Drake.

‘Just keep going”, zegt een stem. Iedereen denkt hetzelfde: speel door. Hou dat gevoel vast, dat spelplezier, denk niet aan de toekomst, de verkoopcijfers, hou het desnoods voor jezelf, maar speel door. We weten dat het anders zou aflopen, want die stem is producent Joe Boyd en hij zegt het tegen Nick Drake, aan het begin van de onlangs uitgebrachte boxset Making of Five Leaves Left, waarop je hoort hoe de veel te vroeg overleden Drake zijn geluid vond, voordat hij zichzelf zou verliezen.

Vooral die eerste sessie is magisch. Drake is negentien jaar en nog ver weg van de weelderige arrangementen die we kennen van zijn debuutalbum Five Leaves Left uit 1969. ‘Strange Face’ bijvoorbeeld, wat later ‘Cello Song’ zou worden (met die verdraaide bongo’s) is zijn stem met verder alleen zachte gitaartokkels, waardoor de teksten harder aankomen. „So forget this cruel world, where I belong/ I’ll just sit and wait, and sing my song.”

Ook de latere sessies in deze box zijn de moeite waard, om dichter bij Drake te komen. Hij is daar al een diamant die nauwelijks geslepen hoeft te worden, maar niet de halfgod die lang na zijn dood van hem werd gemaakt. Het is Drake op zijn menselijkst, en dat is bijzonder voor iemand die tijdens zijn leven maar moeizaam anderen dichtbij liet.

Charmant en goedlachs

Enkele jaren na zijn geboorte in de Myanmarese hoofdstad Yangon (toen nog Rangoon in Birma) in 1948, waar zijn vader werk had, verhuisde het gezin Drake terug naar Engeland; naar Tanworth-in-Arden, onder de rook van Birmingham. Op school was hij niet de mokkende poëet die je je bij zijn muziek misschien zou voorstellen. Hij was sportief, speelde goed rugby, en deed het ook goed in de kunsten. Hij zong in het schoolkoor en speelde in toneelstukken. Rustig en bescheiden, volgens zijn schoolgenoten in de Drake-biografie van Patrick Humphries, maar ook charmant en goedlachs.

Maar toch was er ook afstand. Hij was verlegen, zei niets te veel. Het hoofd van zijn basisschool schreef in een van zijn rapporten: „Niemand kent hem echt.” En zijn huisbaas op de campus zei: „Altijd beleefd, maar diep van binnen zat iets waar je nooit dichtbij kwam.” Muziekvriend John Martyn zei dat Drake „de meest teruggetrokken persoon” was die hij kende. „Ik was meer close met hem dan wie dan ook, maar we waren nooit echt close.”

Drake hield van jazz. Charlie Parker, John Coltrane, Miles Davis, Astrud Gilberto. Hij speelde piano, sax en klarinet en viel op in de band waarmee hij z’n eerste gigs speelde om en rond privéschool Marlborough. Hij raakte geïnteresseerd in de folkscene – Dylan, Donovan, Simon & Garfunkel – en hield aan zijn paar maanden in het Franse Aix-en-Provence een liefde voor de melancholie van de chansons over. Hij schraapte 13 pond bij elkaar en kocht een akoestische gitaar. De studie Engels die hij daarna in Cambridge startte, maakte hij niet meer af om zich op de muziek te kunnen richten.

In die tijd kwam hij via via in contact met de Amerikaanse producent Joe Boyd, die meteen onder de indruk was en hem de komende jaren op sleeptouw zou nemen. Met hem nam hij de eerste nummers in Londen op – de eerste sessie in de nieuwe boxset. „Oké, wat dit ook wordt, dit is take one”, hoor je Boyd zeggen voordat Drake ‘Mayfair’ speelt. Helder en open, alsof niemand meeluistert. „Starry heights and golden throne/ down below you’re on your own.”

Lichte mist van marihuana

Dat is zo mooi van deze heruitgave. Nick Drake zonder de overdaad die het eindresultaat soms al te gedragen maakte. ‘Way to Blue’ zoals hij het speelde in Cambridge in de winter van 1968, met alleen een onvaste piano en een slecht geplaatste microfoon, snijdt dwars door de ziel. En nu je het hoort zónder de weelderige arrangementen van Robert Kirby – die niet minder dan vijftien klassieke musici naar de uiteindelijke plaatopnames meenam – weet je dat die hier en daar de songs een beetje verstikten. Tegelijk is het intro dat Drake blijkbaar had bedacht voor ‘River Man’, ook opgenomen in Cambridge, geen groot verlies voor het eindresultaat. En na een eerste poging van ‘Made to Magic’ zegt hij zelf: „Erg slecht gespeeld, maar je begrijpt het idee.” Niet alles wat Drake deed was perfect.

Nick Drake in 1969.

De kracht van Five Leaves Left is voor een deel dat er zo veel liefde voor jazz en klassiek in doorklinkt, door de lichte mist van marihuana (‘Five Leaves Left’ was de waarschuwing tegen het einde van een pakje Rizla vloeitjes). Maar toen het album uitkwam, was zijn klassieke aanpak van folk, net als zijn nette Engelse tongval, niet zo hip in tijden van Zeppelin, Stones en Beatles. De paar recensies die het album kreeg waren zo-zo. „Hij heeft duidelijk veel talent”, schreef NME, „maar er is bij lange na niet genoeg afwisseling om de aandacht vast te houden.”

In de jaren die volgden, sloot hij zich steeds verder af voor de buitenwereld. Tweede plaat Bryter Layter (1970), vol smaakvolle blazers en pianolijnen, maakte evenmin veel indruk en leverde slechts één interview op, met Jerry Gilbert, waarin hij weinig zei. En ook de paar concerten die hij gaf waren teleurstellend: hij keek het publiek niet aan, vertrok soms halverwege en gaf optreden niet veel later dus maar helemaal op. Zijn laatste album Pink Moon (1972) zou in twee dagen zijn opgenomen met z’n gezicht naar een blinde muur. Het werd een intiem en donker album.

Tijdens zijn leven verkocht hij minder dan 5.000 stuks van zijn drie albums. In totaal. Drake voelde zich een absolute mislukking. Hij ging terug naar zijn ouders’ huis in Tanworth, die een psychiater inschakelden die hem drie verschillende soorten antidepressiva voorschreef met een korte opname in een psychiatrisch ziekenhuis. Het hielp niet. Zijn moeder herinnert zich hoe haar zoon de trap op en afliep en in zichzelf bleef zeggen: „Ik heb gefaald in alles dat ik ooit heb geprobeerd.” In november 1974 werd hij gevonden door zijn moeder, met Bachs Brandenburgse concerten op de draaitafel en De mythe van Sisyphus van Albert Camus naast zijn bed. 26 jaar oud, overdosis antidepressiva.

Artiesten als Elliott Smith, REM, Kate Bush, The Cure en Jeff Buckley werden al door hem beïnvloed, maar het grote publiek herontdekte (of eigenlijk: ontdekte) Drake toen Volkswagen in 1999 het openingsnummer van Pink Moon gebruikte in een commercial. Hij werd een cultheld: een mysterieus, getroubleerd folk-enigma met een Van Gogh-achtig drama van een niet herkend genie die vroeg en ongelukkig stierf, waar niemand grip op kon krijgen en waar zonder filmbeelden, interviews of concertregistraties alleen de intense muziek van over was.

Met The Making of Five Leaves Left is daar menselijkheid bij gekomen. Een klein stukje échte Nick Drake. Een jonge gast die foutjes maakt, overwegingen en twijfels uitspreekt, dingen uitprobeert en die klinkt als een veelbelovende muzikant die nog een heel leven voor zich heeft.

The Making of Five Leaves Left is nu uit bij Universal. Verkrijgbaar als 4cd of 4lp set.

Praten over zelfdoding kan 24/7 anoniem en gratis via 0800-0113, de landelijke hulplijn van 113 Zelfmoordpreventie, of via chat op www.113.nl.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Boeken

Het laatste boekennieuws met onze recensies de interessantste artikelen en interviews

Source: NRC

Previous

Next