Home

Is de VVD voor een kleine overheid – of juist een joekel van een staat?

Josette Daemen houdt politieke partijen ideologisch bij de les. Voor welke waarden staan ze nou echt?

De overheid moet kleiner, zeggen ze bij de VVD deze campagne. Uit het verkiezingsprogramma blijkt duidelijk wat ze daarmee bedoelen. Minder regels voor het bedrijfsleven, minder belasting voor ondernemers, minder verplichte natuuronderzoeken voordat er een bouwproject kan starten, minder zorg in het basispakket, minder uitkeringen, minder toeslagen, minder ontwikkelingssamenwerking, minder ambtenaren. „Minder overheid, meer Nederland”, zo vat de partij het samen. „Typisch liberaal”, zeggen welwillende commentatoren.

Of de genoemde ingrepen werkelijk zo liberaal zijn, of al dat minderen inderdaad leidt tot „meer Nederland”, en wat de schrijvers van het programma überhaupt met die laatste frase bedoeld zouden kunnen hebben, dat laat ik voor nu graag allemaal even in het midden.

De vraag die mij het meest bezighoudt als ik het programma lees, is een andere: hoe klein is die overheid van de VVD nou echt? Voor de vrijheidsminnende mens zie ik toch best wat precaire puntjes.

Ik lees dat de VVD de demonstratiewet wil herschrijven. Dat demonstranten gefilmd moeten kunnen worden met camera’s met gezichtsherkenning, en zich daarvoor niet mogen verschuilen achter gezichtsbedekkende kleding. Dat er een scherper onderscheid moet komen tussen „(vreedzame) demonstraties” en „ordeverstorende acties”. Verstoort een protest in zekere zin niet altijd de orde dan?

Ik lees dat de VVD wil dat agenten undercover mogen meekijken in besloten online groepen. De partij wil meer mogelijkheden om militairen in te zetten ter ondersteuning van de politie. En dat de politie lichte delicten zelfstandig kan afhandelen, zoals het nu al gaat met verkeersboetes – klinkt misschien klein, maar hier speelt best een fundamentele kwestie: willen we echt dat burgers zonder tussenkomst van een rechter bestraft kunnen worden?

Ik lees dat VVD meer juridische ruimte wil voor de overheid om organisaties te verbieden „die een radicale, antidemocratische ideologie verspreiden”. Ook het betuigen van steun aan groepen die van dat label worden voorzien, wordt strafbaar als het aan de VVD ligt. Hierin horen we de echo van het recente voorstel van justitieminister David van Weel om „het verheerlijken van terrorisme” strafbaar te stellen. Critici wezen massaal op de vaagheid van dat begrip en op het risico dat autoriteiten het zullen interpreteren zoals het hun toevallig uitkomt. Vredesorganisatie PAX waarschuwde dat de wet de deur openzet voor politieke vervolging van demonstranten, onderzoekers en journalisten; in het Verenigd Koninkrijk en Duitsland zien we al dat vreedzame betogers worden opgepakt op basis van vergelijkbare vage terrorismewetten, aldus PAX.

Ik lees dat de VVD 3,5 procent van het bruto binnenlands product wil investeren in defensie – geen verrassing, wel een aanzienlijke uitzondering op het voornemen om vooral minder geld uit te geven – en dat de partij dat getal ook wil vastleggen in de wet. Komt de NAVO met een hogere norm, dan moet die wettelijke verplichting ook weer verhoogd worden, vindt de VVD. Zo worden toekomstige kabinetten gebonden aan omvangrijke investeringen in de krijgsmacht al naargelang de wil van het trans-Atlantisch bondgenootschap. Want, zo stelt het verkiezingsprogramma: „onze veiligheid is te belangrijk om afhankelijk te zijn van politieke grillen” – graag een onsje minder democratie dus, als het om defensie gaat.

Ik lees dat de VVD wil dat er voor militaire trainingen uitzonderingen kunnen worden gemaakt op wetten over geluidsoverlast en natuurschade. Voor de glorie van soldaten, veteranen, agenten, brandweerlieden en ambulancepersoneel wil de partij een ‘Trots op onze Helden’-campagne, om te bouwen aan een heuse „cultuur van waardering zoals in de VS, waar het vanzelfsprekend is dat de hele samenleving haar respect toont voor de offers die onze mensen brengen”. En mocht het nodig zijn, dan wil de VVD best nadenken over herinvoering van de actieve dienstplicht. Tel het bij elkaar op, en het blijkt niet niks te zijn, wat er hier van burgers wordt gevraagd in de naam van het collectief.

Zien we hier nou een kleine overheid? Of toch vooral een joekel van een staat? Meer surveillance, meer macht voor de politie, meer aanwezigheid van het leger, meer beperkingen op demonstraties, meer controle op wat mensen allemaal zeggen en hoe ordentelijk ze zich gedragen – het kan, hè, dat je dat wil. Dat je het ziet als noodzakelijk offer van de vrijheid in de naam van de veiligheid. Daar kun je als partij voor staan.

Maar minder overheid, dat is het niet.

Source: NRC

Previous

Next