Home

Meer lange ballen, ‘vloeibaar' positiespel en af en toe een bal over de zijlijn rammen: hoe het verfijnde positiespel van Pep Guardiola uit de mode raakt

Start Champions League Jarenlang waren de doctrines van Manchester City-coach Pep Guardiola de gouden standaard in het topvoetbal. Nu moet de pionier van het moderne voetbal naar anderen kijken.

Pep Guardiola tijdens de verloren thuiswedstrijd tegen Tottenham Hotspur (0-2) in augustus.

In het blinkende Etihad Stadium is het op een zaterdag begin dit jaar lastig de specifieke speelstijl van coach Pep Guardiola te herkennen. Manchester City, na de komst van Guardiola in 2016 uitgegroeid tot een van de succesvolste clubs van dit tijdperk, speelt op een manier die zeldzaam is voor de club: veel lange, directe ballen, met name richting spits Erling Haaland.

Alle drie de doelpunten tegen Chelsea beginnen met een dieptebal van eigen helft, waarvan twee helemaal achterin, met een verre trap van doelman Ederson.

De tactiek is efficiënt, door de ‘hoge’ verdedigingslijn van Chelsea ligt er veel ruimte waar City met direct voetbal van kan profiteren. Maar het roept onder analisten ook vragen op. Waarom kiest Guardiola, de meest invloedrijke coach van zijn generatie die in zijn spelopvatting vrijwel altijd uitgaat van kort combinatiespel, zo nadrukkelijk voor lange ballen?

De strategie tegen Chelsea doet denken aan vergane tijden van het Engelse profvoetbal in de vorige eeuw, toen opportunistisch, fysiek spel gemeengoed was. Dat was ver voor de progressieve wind die door de Premier League trok. Die transformatie leek haar eindpunt te bereiken met de moderne, geperfectioneerde uitvoering van het – op de ‘Hollandse School’ geïnspireerde – totaalvoetbal van Guardiola.

Zijn verfijnde positiespel, in 2008 geïntroduceerd toen hij coach werd van FC Barcelona en daar alles won, groeide de afgelopen vijftien jaar uit tot de gouden standaard van het topvoetbal. Uitgangspunt is dat spelers vanuit een vaste positie opereren en door beweging en korte, snelle passing een overtal creëren – de ‘vrije man’.

Geduldig combineren en zo de opening vinden in de steeds kleinere ruimtes, daar gaat het om. Vaak bepleit Guardiola het geven van „de extra pass”, in plaats van té snel naar voren willen wanneer de tegenstander achterin georganiseerd staat. Want dominante controle, door rust en ‘orde’ aan de bal, is essentieel in zijn filosofie. Hij wil dat spelers in hun positie blijven, zodat de balans goed is als een eventuele tegenaanval onschadelijk moet worden gemaakt.

Mondiaal is een generatie trainers sterk beïnvloed door het ‘Guardiolismo’, onder wie huidig PSV-coach Peter Bosz en Liverpool FC-trainer Arne Slot. Guardiola’s innovaties, zoals de zwervende ‘valse’ spits en backs die naar binnenkomen, zijn dagelijks te zien in wedstrijden – ook op lager profniveau. Zijn spelopvattingen zijn een leidraad voor trainers die dominant, verzorgd en aanvallend voetbal nastreven. Veel principes zijn gekopieerd of in details net iets anders toegepast.

Maar zijn tactische revolutie „lijkt in de eindfase te komen”, zei The Guardian-columnist Jonathan Wilson, auteur van het tactische voetbalboek Inverting the Pyramid, deze week in de Engelse voetbalpodcast Libero. „Omdat Guardiola het model is geweest voor zoveel mensen, omdat de data zo specifiek zijn, omdat we weten wat zijn teams op welk moment gaan doen door de honderden video’s, is er een mate van voorspelbaarheid.”

Instorting

Dat de speelwijze van Guardiola langzaam doorzichtig en gedateerd wordt, klinkt breder. Al had vrijwel niemand dat voorzien. Guardiola won in 2023 nog de Champions League met City, veroverde een jaar later de zesde Premier League-titel – op een totaal van achttien prijzen in acht jaar. De instorting afgelopen seizoen was wonderlijk – met dramatische resultaten, snelle uitschakeling in de Champions League en een grote achterstand op landskampioen Liverpool FC. Blessures, vormverlies en een verouderde selectie werden als verklaring gegeven.

Een andere, fundamentelere oorzaak, analyseerde de BBC afgelopen februari, is dat de tactiek van Guardiola niet meer werkt door de opkomst van ‘snel’ voetbal. Als onderbouwing werden data gegeven waaruit blijkt dat het aantal snelle uitbraken in de Premier League fors is toegenomen, van gemiddeld 0,6 keer per duel in het seizoen 2017-2018 naar 2,1 in 2024-2025. Uit deze zogeheten ‘fast breaks’ wordt vaker geschoten (gemiddeld 1,9 per duel, het was 0,5) én gescoord (0,3 per wedstrijd, het was 0,1). Deze snelle counters passen niet in het positionele Guardiola-voetbal.

Guardiola tijdens een duel tegen stadsrivaal Manchester United, december 2024. Manchester City verloor in de slotfase. Foto Dave Howarth / Getty Images

Impliciet erkende Guardiola in januari dat zijn ideeën over voetbal zijn ingehaald door een nieuwe stroming. „Tegenwoordig is modern voetbal de manier waarop Bournemouth, Newcastle, Brighton en Liverpool spelen”, zei hij in een interview met TNT Sports. „Modern voetbal is niet positioneel. Je moet je aanpassen aan het ritme.”

Die uitspraken tonen dat de transformatie naar een nieuwe, vooruitstrevende stijl moeilijk is voor Guardiola, want het gaat recht in tegen zijn ‘oude’ ideologie: om controle en ritme in balbezit te hebben, moeten spelers zich aan hun vaste positie houden. Daardoor speelt City minder chaotisch en minder op transitie (snelle omschakeling), blijkt uit data-analyse van The Athletic, de sporttak van The New York Times. De vier Premier League-clubs die Guardiola noemde, omarmen dat razende op-en-neer golvende spel wel. Zíj gaan mee in dat hoge ritme.

Aan de vooravond van een nieuw Champions League-seizoen – het belangrijkste Europese clubtoernooi begint dinsdag – is de vraag hoe het moderne topvoetbal precies verandert, nu de dominante filosofie van Guardiola verouderd lijkt te raken.

Contra-intuïtief

De Champions League-finale van mei dit jaar in München is net onderweg, als Paris Saint-Germain iets geks doet. Vanaf de aftrap bouwt PSG niet eerst op, zoals gebruikelijk, ze geven de bal meteen weg door die over de zijlijn te schieten, diep op de helft van Internazionale.

Het lijkt contra-intuïtief, voetbal is volgens veel trainers immers een spel gericht op superioriteit in balbezit – in lijn met de principes van Guardiola. Maar PSG-coach Luis Enrique, ooit ploeggenoot van Guardiola bij FC Barceolna, kiest voor een andere benadering. Hij wil dat zijn ploeg de tegenstander direct onder druk zet met hoge, agressieve pressing.

Dat ze de bal daarvoor moeten weggeven, maakt hem niet uit. Door de tegenstander op eigen helft een ingooi te laten nemen, wint PSG terrein op vijandelijke gebied. Mede door de ongenadige druk in de finale, met spits Ousmane Dembélé voorop, wordt Inter met 5-0 verslagen en draagt PSG bij aan het hoogste doelpuntengemiddelde sinds de introductie van de Champions League in 1992: gemiddeld 3,3 goals per duel.

Het illustreert dat het in het Europese topvoetbal niet hoofdzakelijk meer draait om controle en een verzorgde opbouw. Direct spel via lange ballen, of de bal ‘hoog’ en snel veroveren, geldt ook als een effectieve aanvalsstrategie. Op het WK voor clubs in de Verenigde Staten, deze zomer, herhaalde PSG de aftraptruc, die in Engeland inmiddels navolging krijgt van onder meer Arsenal.

Guardiola observeert tijdens een wedstrijd tegen Tottenham Hotspur, augustus dit jaar. Foto Dave Howarth / Getty Images

Bijna gelijktijdig is er een andere opvallende ontwikkeling. In de Premier League is er dit prille seizoen een toename van het aantal verre inworpen – 20 meter of verder – richting het vijandelijk strafschopgebied. Gemiddeld worden er ruim drie per wedstrijd gegooid, bijna het dubbele van elk ander seizoen in de afgelopen tien jaar, blijkt uit data van de competitie-organisator. In de voorbereiding op dit seizoen werkte Liverpool onder Slot specifiek aan lange aanvallende worpen, schreef The Athletic.

Dat duidt erop dat het Engelse voetbal directer wordt – teams willen sneller naar het doel. Andere ontwikkelingen versterken die veronderstelling. Zo is de lange bal van achteruit dit Premier League-seizoen aan een revival bezig, ruim de helft van de passes van keepers wordt lang gespeeld, nadat jarenlang een dalende trend te zien was.

Ook opvallend: topclubs betaalden deze transferzomer fors voor klassieke centrumspitsen – zoals Liverpool voor Alexander Isak en Arsenal voor Viktor Gyökeres. Lang was de trend dat spitsen dienend waren aan buitenspelers, omdat het aanvalsspel dynamischer en gevarieerder werd. Nu kiezen sommige topclubs weer voor een traditionele targetman.

„Er zijn aanwijzingen dat we terug gaan naar de jaren tachtig van het voetbal”, zegt The Observer-journalist Rory Smith, auteur van het voetbalboek Expected Goals, in de podcast Libero. Dat het spel van Arsenal, een van de titelfavorieten, voor een belangrijk deel is gebouwd rond aanvallende corners en vrije trappen past volgens hem in die lijn.

‘Vloeibare’ strategie

Zo is positiespel niet langer het voornaamste startpunt voor coaches. Onder Luis Enrique speelt PSG minder gestructureerd in de opbouw, hij laat zijn spelers veel van positie wisselen, met rechtsback Achraf Hakimi die soms opduikt als aanvaller. Deze dynamische, ‘vloeibare’ strategie is een constant thema geweest in de Champions League-campagne van PSG, schreef de UEFA in een technisch rapport over afgelopen seizoen.

„Ik hecht soms veel meer waarde aan een speler die de bal meeneemt en dingen laat gebeuren”, zei de talentvolle Bournemouth-coach Andoni Iraola begin dit jaar in een interview met The Independent. „Ik denk dat wanneer je te positioneel speelt – één, twee keer raken om een vrije man te vinden – je soms het initiatief van de spelers verliest om gewoon hun man aan te pakken en de ruimtes aan te vallen.”

Iraola (43), die afgelopen seizoen met Bournemouth won van Arsenal en Manchester City, wordt door zijn Spaanse landgenoot Guardiola gezien als een coach die moderner is dan hij. Iraola heeft een benadering waarin hij spelers meer vrijheid geeft en probeert te vertrouwen op hun talent. Deze aanpak werkt onder meer goed bij aanvaller Justin Kluivert, die een sterk seizoen kende bij Bournemouth. In het interview benadrukt Iraola dat coaches niet de hoofdrolspelers zijn, maar eerder ‘assistenten’ die spelers helpen.

Grote tactische variatie was een belangrijke reden waarom Liverpool afgelopen seizoen de Premier League won. De club had het beste van twee werelden: Slot implementeerde een meer gecontroleerde, positionele speelwijze – die hij deels afkeek van zijn inspirator Guardiola – maar behield ook de heavy metal-stijl met snelle transities van zijn voorganger Jürgen Klopp.

„De omschakelmomenten zitten er nog steeds in”, zei Slot in mei tegen NRC. „Daar zijn we fantastisch goed in, al trainen we daar nooit op. Als we de bal afpakken zijn ze met een paar seconden bij de goal [van de tegenstander]. Dat is gewoon kwaliteit van die jongens. Of Jürgen heeft het er zo ingebracht dat ze het nog steeds doen.”

Die snelle, reactieve uitbraken probeert Guardiola nu ook door te voeren bij Manchester City. Mede om die reden haalde hij deze zomer de Nederlander Pepijn Lijnders binnen als assistent, de voormalige rechterhand van Klopp. In de eerste competitieduels dit seizoen zijn er momenten te zien waarin City directer en sneller probeert te spelen – twee van de drie verloor de club. „Wanneer ze de bal veroveren, proberen ze onmiddellijk aan te vallen in plaats van de bal langzaam rond te spelen”, schreef The Guardian onlangs.

Zo is een tactische verbouwing – met veel nieuwe spelers – ingezet. Waarbij het de vraag is in hoeverre de vernieuwde speelstijl nog kan worden toegeschreven aan Guardiola. Want ook hij, de pionier van het moderne voetbal, moet nu naar anderen kijken.

Source: NRC

Previous

Next