Politieke partijen zijn terughoudend om vrouwen of kandidaten met een migratieachtergrond naar voren te schuiven, omdat ze vrezen dat de kiezer daar nog niet klaar voor is. Maar dat blijkt een vooroordeel te zijn.
Geen partij is zo in (negatieve) opspraak geraakt als de VVD de afgelopen weken, en dan vooral de partijleider, Dilan Yesilgöz. Er wordt hardop en veelvuldig getwijfeld aan het leiderschap van Yesilgöz. In zulke gesprekken wordt vaak geopperd dat de kiezer nog niet klaar zou zijn voor een vrouw met een migratieachtergrond. Is dat zo?
Een soort selffulfilling prophecy, herhaal ’m nog maar eens: ‘De kiezer is er nog niet klaar voor.’ Maar veel onderzoek wijst anders uit. We zien namelijk dat kiezers in eerste instantie geen negatieve voorkeuren hebben over gender of migratieachtergrond. Vrouwen krijgen zelfs gemiddeld iets méér steun, en kandidaten mét een migratieachtergrond doen voor kiezers niet onder voor kandidaten zonder.
Over de auteurs
Zahra Runderkamp is gepromoveerd politicoloog, gespecialiseerd in diversiteit en inclusie in de Nederlandse politiek. Sanne van Oosten werkt als postdoctoraal onderzoeker aan de Universiteit van Oxford. Haar onderzoek gaat over discriminatie in de politiek en maatschappij.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
De echte hindernissen zitten elders. Het gaat hier in feite om strategische discriminatie: partijen die dénken dat de kiezer het niet wil, en daarom zelf terughoudend zijn om vrouwen of kandidaten met een migratieachtergrond naar voren te schuiven. Of, dus in dezelfde geest, om openlijk aan haar leiderschap twijfelen omdat ze denken dat de kiezer er niet klaar voor zou zijn.
Dat betekent niet dat identiteit onbelangrijk is in de politiek. In campagnes worden migratieachtergrond en gender vaak verbonden aan stereotypen. In de Verenigde Staten werd Kamala Harris door haar politieke opponenten bijvoorbeeld weggezet als ‘extreemlinks’; een framing die sterker resoneerde omdat zij een vrouw van kleur is. Voor Yesilgöz geldt iets vergelijkbaars: zij kan als vrouw tegelijkertijd als ‘te hard’ of juist ‘te zacht’ worden geframed, en wordt bovendien van twee kanten aangevallen op haar migratieachtergrond: enerzijds als ‘niet-Nederlands genoeg’, anderzijds als ‘verrader’.
Ook al is er geen bewijs van discriminatie van kiezers tegen vrouwen en politici van kleur, er is wél bewijs dat islamitische politici sterk gediscrimineerd worden door kiezers. Deze discriminatie geldt alleen voor politici die openlijk zeggen dat ze moslim zijn. Politici die uit Turkije komen, ongeacht of ze man of vrouw zijn, hebben gemiddeld minder last van discriminerende kiezers. Bovendien kunnen zelfs islamitische politici zichzelf vrijwaren van discriminatie, door zich openlijk af te zetten tegen de islam.
Yesilgöz ontspringt de discriminatie-dans, op meerdere manieren: ze is expliciet geen moslim en ze zet zich openlijk af tegen de islam en migratie. Ze ontkracht daarmee stereotypen die anders aan islamitische en/of Turkse politici zouden hangen en onderzoek toont aan dat kiezers dan heel makkelijk discriminatie omzetten in acceptatie.
Waar stereotypen een risico kunnen zijn, kunnen ze óók een strategisch voordeel opleveren. Juist omdat Yesilgöz een vrouw van kleur is, kan zij vooral op rechts dingen zeggen die anderen moeilijker kunnen maken. Haar harde lijn op migratie en veiligheid wordt door haar achtergrond minder snel als kil of wreed afgeschilderd. Ze kan, paradoxaal genoeg, méér zeggen omdat ze in eerste instantie als vriendelijker of gematigder wordt waargenomen. Het doet denken aan Marine Le Pen in Frankrijk: als vrouw heeft zij een zachtere uitstraling, terwijl haar beleid juist bikkelhard is.
De komende maanden zal blijken of tegenstanders erin slagen negatieve stereotypen te activeren. Maar het is belangrijk één hardnekkige mythe te doorbreken: kiezers schrijven Yesilgöz gemiddeld echt niet af omdat ze een vrouw is of een migratieachtergrond heeft. Haar kansen hangen veel meer af van beleid, campagnevoering en het politieke krachtenveld dan van wie ze is. De kiezer is niet gek: die kiest toch vooral voor beleid.
Het debat over diversiteit in de politiek zou daarom ons inziens minder moeten draaien om de vraag of ‘de kiezer daar klaar voor is’ – want die blijkt dat doorgaans te zijn – en meer om hoe partijen omgaan met kandidaten die afwijken van de norm.
Yesilgöz’ vrouw-zijn en afkomst vormen, kortom, geen handicap. Integendeel: ze zouden weleens haar sterkste wapens kunnen zijn in de ogen van kiezers.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant