Sinds 2001 is de koopkracht in Nederland niet zo hard gestegen als vorig jaar. Vooral werkenden hebben steeds meer te besteden. En uit cijfers over onlangs afgesloten cao’s blijkt dat de lonen ook nu nog stevig doorstijgen. Goed nieuws voor iedereen die kan werken, zegt de Tilburgse hoogleraar arbeidsmarkt Ton Wilthagen. ‘Maar de politiek moet nu scherp blij de les blijven.’
Wat zegt die sterke stijging van de koopkracht u?
‘Een stijgende koopkracht zegt veel over het welzijn van de samenleving, want die laat echt zien wat mensen extra kunnen kopen ten opzichte van het jaar ervoor. Een optelsom van alles wat er verandert in de markt en in overheidsregelingen. Daarom zijn koopkrachtcijfers en koopkrachtplaatjes ook altijd zo belangrijk in de politiek. De gemiddelde Nederlander is afgelopen jaar dus flink welvarender geworden.’
De belangrijkste oorzaak van de stijging is de ontwikkeling van de lonen. Dat was ook wel te verwachten, toch? Na een periode van zeer hoge inflatie hebben zowel werkenden als mensen met uitkeringen hun maandelijkse inkomsten behoorlijk zien stijgen.
‘Zeker. We hebben ook lang gewacht op een flinke loonstijging. Zelfs VVD-leider en premier Mark Rutte zei een paar jaar geleden dat de salarissen wel omhoog moesten. Maar de stijging bleef steeds rond de 2,5 procent. Onder druk van de stijgende energieprijzen in 2023 kwam daar ineens beweging in. Het caoloon steeg vorig jaar gemiddeld met zo’n 6 procent. Het wettelijk minimumloon en de uitkeringen stegen ook mee met de inflatie. En in een gespannen arbeidsmarkt hebben werkenden ook nog eens de ruimte om een nieuwe baan te zoeken. Dus dat zijn allemaal logische verklaringen voor die sterke stijging.’
Je ziet dan ook dat koopkracht van werkenden harder stijgt dan die van gepensioneerden.
‘Om beter te begrijpen wat er aan de hand is in de economie is het altijd goed om te kijken welke verschillen er zijn in de koopkrachtontwikkeling van groepen. Dat gepensioneerden met de laagste inkomens erop achteruitgaan, is goed te verklaren doordat die groep een jaar geleden nog recht had op de energietoeslag van 1.300 euro. Door die toeslag was die groep een jaar eerder juist veel beter af. De groep die er het hardst op achteruit gaat, zijn de rijkste gepensioneerden. Dat komt vooral door hogere vermogensbelasting. Veel mensen zullen dat niet zo’n groot probleem vinden. In weinig Europese landen zijn de rijkste ouderen zo vermogend als in Nederland.’
Je kunt dus zeggen dat werken weer meer loont?
‘Ja. Dat is ook goed nieuws voor de werkende armen, waar de afgelopen jaren veel aandacht voor is geweest. Mensen die veel uren maken, maar toch moeilijk kunnen rondkomen. Hun positie is verbeterd.’
En hoewel de loonstijging iets afvlakt, ziet werkgeversvereniging AWVN dat in de onlangs gesloten cao’s nog altijd rond de 4 procent extra salaris wordt bedongen. Meer dan de inflatie. De koopkracht van werkenden blijft dus waarschijnlijk stijgen.
‘Dat is ook wel logisch in een krappe arbeidsmarkt en een vergrijzende samenleving. Werkgevers doen dan natuurlijk hard hun best om medewerkers te behouden. Of meer te laten werken.’
Door die stijgende lonen wordt het leven in Nederland wel weer duurder. De Nederlandsche Bank noemde de krapte op de arbeidsmarkt onlangs nog als een belangrijke verklaring voor het feit dat de inflatie in Nederland aanzienlijk hoger is dan in de rest van Europa.
‘Daarvan zie je nu ook wel de gevolgen in sommige bedrijfstakken, zoals de basisindustrie. Bedrijven stoppen hun activiteiten in Nederland en verplaatsen banen naar landen waar de lonen lager zijn. We zien ook weer regelmatig faillissementen, zoals recentelijk de fietsfabriek van Batavus. Dat is economisch gezien heel logisch. Maar het is voor de Nederlandse overheid ook wel een punt van zorg, want het is soms ook bedrijvigheid die je om strategische redenen wel graag in Nederland houdt.’
Wat vergt dit van de Nederlandse regering?
‘Die moet nu wel alert zijn. Je wilt wel weten of een faillissement een café op de hoek betreft, of een bedrijf dat je om strategische redenen misschien beter kunt redden. Het zijn intussen ook nog eens zeer chaotische tijden, met veel geopolitieke spanningen en importtarieven die de Nederlandse economie waarschijnlijk zullen schaden. En dan moet ook nog duidelijk worden wat AI gaat betekenen.
‘Daar is de regering ook wel mee bezig. Peter Wennink, de oud-topman van ASML, kreeg vorige week van het kabinet de opdracht een rapport te schrijven hoe het verdienvermogen en het investeringklimaat in Nederland verbeterd kunnen worden. Uitgangspunt daarbij is een rapport van Mario Draghi, oud-premier van Italië en voormalig president van de Europese Centrale Bank. Draghi onderzocht in opdracht van de Europese Commissie hoe Europa’s concurrentiekracht versterkt kan worden.
‘Wennink zei eerder dat Nederlanders dik, dom en blij zijn. En dat Nederland dus veel moet doen om hoogopgeleide kenniswerkers hier naartoe te halen om productieve bedrijven zoals ASML vooruit te helpen. Maar Draghi zegt in zijn rapport ook dat we de productiviteit van Europa willen verbeteren omdat we belangrijke Europese waarden als sociale cohesie en gelijkheid willen beschermen. Ik hoop dat Wennink daar in zijn aanbevelingen ook wel oog voor heeft. En dat is ook een belangrijke vraag voor komende verkiezingen: hoe willen we dat de economie zich vanuit deze krapte op de arbeidsmarkt de komende tijd ontwikkelt.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant