Home

‘W.F. Hermans legt gelukkig niks uit’

Nooit meer slapen Podcast- en documentairemaker Liesbeth Rasker (37) las als tiener Nooit meer slapen (1966). Ze was zo enthousiast dat ze Nederlands ging studeren.

‘Ik kom uit een echte leesfamilie. Als ik aan mijn jeugd denk, zie ik mijn vader voor me, diep voorovergebogen over een boek in onze huisbibliotheek. Hij heeft mijn leesplezier aangewakkerd door me als jonge tiener de boeken van Nicci French voor te schotelen; niet te zwaar, maar precies goed om me aan het lezen te krijgen. Achteraf was dat een goede opstap naar meer inhoudelijke boeken.

De meeste vakken op de middelbare school boeiden mij niet zoveel, behalve Nederlands. Voor dat vak deed ik m’n best, tegen het streberige aan. Toen ik op zoek was naar een boek voor mijn leeslijst, trok mijn vader Nooit meer slapen van W.F. Hermans uit zijn kast. Ik vond het lezen voor de lijst en het mondeling een hoogtepunt van het jaar, in tegenstelling tot klasgenoten die zich er op basis van samenvattingen doorheen bluften.

Het boek gaat over Alfred Issendorf, een jongeman die in de voetsporen van zijn vader wil treden als geoloog. Hij is een antiheld, een beetje klungelig, vol twijfels. Inmiddels weet ik dat hij een typisch Hermans-personage is. Alfred gaat op expeditie naar Noorwegen, waar hem verschrikkelijke ontberingen staan te wachten. Hij ligt bijvoorbeeld in zijn tent en kan almaar niet slapen, omdat hij wordt lekgestoken door duizenden muggen – die scènes zijn zo levendig geschreven, je krijgt tijdens het lezen acuut jeuk.

Toen ik het boek besprak met mijn docent Nederlands, raakte ik niet uitgepraat. Hij was onder de indruk – en waarschijnlijk ook opgelucht dat hij voor de verandering eens niet het zoveelste gesprek over Het gouden ei hoefde te voeren. Hij zei: ‘Weet je wat jij moet doen? Nederlands studeren!’ Dat was een schakelmoment voor me.

Tijdens mijn studie werd ik alleen maar meer geobsedeerd door Hermans. Zijn polemisch werk is zo venijnig, zo snedig. Elke kans die ik kreeg om over hem te schrijven, greep ik met beide handen aan. Mijn scriptie ging uiteindelijk ook over zijn werk. Nooit meer slapen lag al jaren op me te wachten om opnieuw gelezen te worden, maar ik stelde het steeds uit. Misschien was ik bang dat het zou tegenvallen. Maar ik heb er nu, twintig jaar later, minstens zo van genoten. Hermans dwingt je om met aandacht te lezen. Hij legt niks uit, het verhaal ontvouwt zich.

Ik herinner me dat ik als puber onder de indruk was van hoe de titel in het boek terugkomt. Alfred slaapt natuurlijk slecht, in een kapotte tent met die onophoudelijke stroom aan muggen. Maar later sterft er ook iemand tijdens de expeditie en Alfred vindt het lichaam. Hij zegt dan: ‘Dit is geen slapen, dit is nooit meer slapen.’ Dát is dus wat je met taal kunt doen, leerde ik toen. Iets zeggen door het niet te zeggen.

Ik vind Nooit meer slapen nog steeds een geweldig boek, maar eerlijk gezegd snap ik niet helemaal waarom ik het als zeventienjarige al zo waardeerde. Voor een puber zou dit toch taaie kost moeten zijn. Waarschijnlijk heb ik mijn eigen leesplezier toch wat aangedikt om indruk te maken. In mijn hoofd is dit boek de reden dat ik Nederlands ben gaan studeren en feiten moeten een goed verhaal natuurlijk niet te veel in de weg staan.”

In de rubriek teruglezen vertellen boekenliefhebbers over een werk dat in het verleden veel indruk op hen heeft gemaakt.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Boeken

Het laatste boekennieuws met onze recensies de interessantste artikelen en interviews

Source: NRC

Previous

Next