Home

Familieverraad zit in Daan Heerma van Voss’ ‘Schijnoffers’ verpakt in een spionageplot

Daan Heerma van Voss Moet David revanche nemen voor het sloverige leven van zijn moeder, of verraadt hij dan zijn familie? Die vraag zit in Schijnoffers verpakt in een spionageachtige plot, waarin je geniet van de kwieke energie en de swingende zinnen.

Met elk jaar een verse roman leek het Daan Heerma van Voss (1986) in de begindagen van zijn schrijfloopbaan vooral te doen om het afleveren van zoveel mogelijk romans, maar twee jaar terug publiceerde hij een roman die ook op kwalitatief niveau indruk maakte. Van het vluchtige dat zijn vroegere werk kenmerkte, waarbij je je soms afvroeg waarom het boek in kwestie er zo nodig moest zijn, was geen spoor meer te bekennen: Geen vaarwel vandaag, een lijvige roman over een ex-vrouw en drie kinderen die zich proberen te verhouden tot de dood van hun vader, was een uiterst aangrijpende, aandacht opeisende roman waar Heerma van Voss duidelijk flink in had geïnvesteerd. Het leverde hem behalve lof in vrijwel alle kranten ook de BNG Literatuurprijs op, een literaire prijs voor talentvolle schrijvers. Vijftien jaar op weg en zijn talent was definitief in brons gegoten.

Over investeren gesproken: aan Schijnoffers, een roman over een Amsterdams multiculti-gezin dat onder druk van de schaakobsessie van de vader uit elkaar valt, werkte Heerma van Voss liefst dertien jaar. Dat zijn Oek de Jong-achtige periodes. En net als bij Geen vaarwel vandaag betaalt die investering zich uit en is het op de eerste plaats de dwingende, inpalmende stijl die indruk maakt. Heerma van Voss schrijft vaak ronduit swingend, in associatieve, energieke, met komma’s doorspekte zinnen die ervoor zorgen dat ook de in aanleg wat slomige hoofdmoot van zijn verhaal, te weten het geleidelijke bederf van een huwelijk, met een aangename vaart tot je komt.

Dat het allemaal wat ouwelijk was bij Heerma van Voss – een verwijt dat hem bij het begin van zijn carrière voor de voeten werd geworpen – heeft hij inmiddels helemaal achter zich gelaten. Over de uiteindelijke scheiding van het echtpaar, begin jaren negentig: „De scheiding werd afgehamerd in een zuurstofarm ambtshok, na heel veel aandringen en gezeur stond zijn vermoeide moeder het toe dat David erbij was, onder het toeziend oog van een foto van een murw kijkende Beatrix. De rechter, een leptosome man die zijn r macaber liet rollen, sprak de naam van Davids moeder verkeerd uit; met die van zijn vader had hij daarentegen geen enkele moeite.” Dit zijn lekkere zinnen, snauwerig maar attent, waarin tussen neus en lippen door duidelijk wordt gemaakt wat de verhoudingen zijn tussen die twee voormalige echtelieden.

Spionageroman

Wat extra bijdraagt aan de kwiekheid is dat Schijnoffers gefundeerd is in de spionageroman. We leren Max, een schaker die aan Jan Timman doet denken, in de jaren tachtig van de vorige eeuw kennen, als hij binnenkort weleens de nummer een van de wereld zou kunnen worden, ten koste van Anatoli Karpov. Op dat moment leert hij Ella kennen, een kort ervoor naar Nederland geëmigreerde Surinaamse die hij geleidelijk aan inpakt met gladde, onbezorgde praatjes en een bon vivant-achtige levensstijl. Maar Ella ruikt lont en zal dat ook blijven doen: het lijkt erop dat Max een deel van zijn leven verborgen houdt. Later, als de twee een riant huis betrekken in de buurt van het Vondelpark, wordt hij er ook niet geloofwaardiger op. Waar haalt die man toch al dat geld vandaan om dit te betalen?

Een krachtig element van Schijnoffers is dat Ella haar kans op een waardig leven dan eigenlijk al heeft verprutst. Met dat huis en de kort daarna geboren zoon David lijkt ze het goed voor elkaar te hebben, terwijl ze in feite een deel van haar eigenwaarde heeft verspeeld door met Max in zee te gaan. En door niet over hem te schrijven. Want toen haar relatie nog in de grondverf stond had ze de kans om voor een tijdschrift een achtergrondstuk over Max te schrijven, waarin ze hem als mogelijke spion had kunnen portretteren. Het stuk dat zijn val zou hebben ingeluid en haar entree in de journalistiek zou hebben betekend kwam er niet. Ella koos voor de liefde, voor hem dus, voor het „genie”, waarna er een sloverig bestaan volgde waarin zij voor David en het huishouden mocht zorgen en Max zijn tijd doorbracht op zijn studeerkamer boven, oefenend op briljante zetten op het schaakbord.

Decennia later heeft David de kans, zou je kunnen zeggen, om zijn moeders gemiste schrijfkans te revancheren. Hij is journalist geworden, maar voorlopig eentje die risicoloze stukjes schrijft over reizen en historische schaakpartijen. Dan komt hij in contact met zijn oude buurjongen, die hem tipt over een mogelijk spionnenverleden van beide vaders. Hoe meer David zich in de geschiedenis van het zogeheten Nederlands Radar Instituut verdiept, hoe duidelijker het voor hem lijkt te worden dat hij zijn vader, die ooit met de noorderzon verdween, op het spoor is.

Journalistieke doorbraak

Met deze ontwikkeling wijst Heerma van Voss op het verschil en de gevolgen van publiek schrijven ten opzichte van schrijven-voor-jezelf. Ella weigerde publiek te schrijven en wordt op latere leeftijd door haar psychiater aangemoedigd om schriftjes vol te pennen over haar pijnlijke verleden, waar David nu moet afwegen of het openbaren van zijn familieverleden het hem waard is om een doorbraak in de serieuze journalistiek te forceren.

Heel slim is wat Heerma van Voss dan doet: hij laat de krant waar David voor werkt de beslissing forceren (nu publiceren!) en David na dat moment alleen verder graven. De doorbraak kwam er niet, want zijn naam stond niet onder het stuk, maar zijn ziel is gered.

De plot van Schijnoffers biedt lang spanning. David die samen met de verfrommelde oude journalist Osch in een Van der Valk aanschuift om daar een bron te spreken: het mag dan geen All The President’s Men zijn, maar meeslepend is het wel. Maar al met al valt het toch een beetje tegen en, tja, valt het wel mee met wat David allemaal blootlegt. Vaak overdrijven schrijvers van thrillers en lig je na een paar pagina’s al uitgeteld in de hoek van al die rondvliegende kogels en achtervolgende auto’s, maar voor Schijnoffers geldt opvallend genoeg het tegenovergestelde: er is niet zo bijster veel aan de hand.

Daarbij is het ook wachten op de greep of het inzicht waarmee deze literaire schrijver deze thriller verheft boven het genre van de thriller. Met een amateur-detective die dreigt om kopje onder te gaan in een zee van verouderde informatie mag er dan iets Hermansiaans in zitten, maar al met al is het intellectueel gezien wat mager. Wat dat betreft kwam de Heerma van Voss van Geen vaarwel vandaag ironisch genoeg dan toch rijper over.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Boeken

Het laatste boekennieuws met onze recensies de interessantste artikelen en interviews

Source: NRC

Previous

Next