Home

Optimistische, energieke linkse politiek kan wél volgens deze twee auteurs – maar tegen welke prijs?

Abundance Overvloed voor iedereen ligt binnen handbereik. Dat schrijven twee Amerikaanse auteurs die pleiten voor een progressieve politiek, die wél kan inspireren en enthousiasmeren. Daarvoor moeten wel eerst flink wat regels en overdadige ambities sneuvelen.

Protestactie tegen Donald Trump op Ocean Beach in San Francisco, april 2025 Foto Stephen Lam, Getty Images

Bij alle verbluffende ontwikkelingen van de laatste acht maanden in de Verenigde Staten is het uitblijven een sterke, eenduidige reactie van de oppositie misschien wel het meest onthutsend. De Democratische Partij en haar aanhangers staan langs de kant ‘boe’ te roepen. Af en toe een demonstratie, af en toe jubelen omdat de een of andere rechter in eerste aanleg wettelijke beperkingen oplegt aan de revolutie die over het land raast. Veel meer stellen de tegenstanders van Trump niet tegenover de orkaankracht van diens tweede ambtstermijn.

Ezra Klein en Derek Thompson: Abundance. How We Build a Better Future. Profile Books, 288 blz. € 15,29

Om moed te vatten – en om te beginnen eens goed in de spiegel te kijken – zouden die tegenstanders Abundance moeten lezen. De auteurs, journalisten Ezra Klein en Derek Thompson, verklappen al op bladzijde 16 dat zij „liberals” zijn „in de Amerikaanse traditie”. Dat ze weliswaar „veel moeite” hebben met het rechtse Amerika van nu, maar dat ze hun behandeling welbewust concentreren op het „ziektebeeld” van de brede progressieve beweging in hun land.

Klein, de bekendste en meest invloedrijke van de twee, zette deze week nog een aflevering van zijn populaire wekelijkse podcast The Ezra Klein Show online onder de kop ‘If Democrats Have a Better Plan, I’d Like to Hear It’. In de podcast laat hij zien hoe de Democratische leider in de Senaat Chuck Schumer de eerste en enige kans liet lopen om iets van Trumps plannen te blokkeren. In de titel en de aflevering zit alle chagrijn van een kiezer over de impotentie van zijn partij. En het betere plan, waar Klein om vraagt, heeft hij natuurlijk zelf geschreven – dat is tenminste de bedoeling van Abundance.

Het boek is een inmiddels veelbesproken beschouwing over het vastlopen van progressieve politiek na het einde van twee ‘politieke ordes’ waarin progressieve politici een hoofdrol speelden. Eerst die van Franklin Roosevelts stimuleringsbeleid van de New Deal (vanaf de jaren dertig en in andere gedaanten doorlopend tot de jaren zeventig), daarna de deregulering van het neoliberalisme onder Bill Clinton in de jaren negentig. En de open vraag waarmee het boek eindigt: bevinden de Verenigde Staten zich nu in een „rommelige overgangstijd”, of is onder Trump al de weg ingeslagen naar een nieuwe orde?

Het is kenmerkend dat de auteurs zich dat laatste niet kunnen of durven voor te stellen, maar liever vasthouden aan hun, laten we zeggen, centristisch-progressieve vergezicht.

Het boek opent met de beschrijving van schitterende toekomst – in 2050 al! – waarin overvloed (abundance) voor iedereen bereikbaar is. Schone energie, schoon water, lokale groenten, bezorgd door drones, en korte werkweken dankzij AI. Het houdt het midden tussen de Yes We Can-toon van De Correspondent en de reclamespotjes waarin AI-gegenereerde oplichters vertellen dat iedereen steenrijk kan worden.

Het was in elk geval voor deze lezer aanvankelijk doorbijten. Maar doorbijten loont, want in de pagina’s die op het euforische toekomstbeeld volgen, presenteren de auteurs een keur aan voorbeelden van goedbedoeld maar desastreus uitgepakt overheidsbeleid. Juist dat maakt dit boek waardevol en interessant. Waar rechts de overheid als de bron van alle problemen aanwijst, is links te gemakzuchtig geweest door diezelfde overheid voortdurend als het antwoord op elk maatschappeliijk probleem te beschouwen.

Als Klein en Thompson in het slothoofdstuk concluderen dat „decennia van aanvallen op de staat van links een volautomatische overheidskampioen hebben gemaakt”, dan formuleren ze in één enkele zin het probleem van progressieve partijen anno 2025 – en niet alleen die in de VS.

Diversiteit en inclusiviteit

In 2023 bracht de regering van de gematigde Democraat Joe Biden een Notice of Funding Opportunity naar buiten voor producenten van halfgeleiders. Zo’n document is een handleiding voor ondernemingen die subsidie bij de federale overheid aanvragen. Biden was er wonder boven wonder in geslaagd enkele stevige stimuleringswetten door het Congres te loodsen. Dankzij één daarvan kon hij 39 miljard dollar ter beschikking stellen voor de fabricage van halfgeleiders.

Een vroege voorsprong in de productie van deze essentiële materialen voor onder meer computerchips hebben de VS in de 21ste eeuw uit handen gegeven aan bedrijven in Oost-Azië. Het is in de ogen van Democraten en Republikeinen noodzakelijk dat de VS hun achterstand inlopen. Dan zou je denken: ruim baan voor die Amerikaanse fabrikanten. Maar het werd een hindernisbaan, aldus Klein en Thompson.

Dit stond in de handleiding voor de subsidieaanvragers.

–Pagina 12: doe een vóór-aanvraag waarin je je rekenschap geeft van de vereisten in de milieuwetgeving.

-Pagina 20: ontwikkel een strategie voor het inhuren van economisch achtergestelde bewoners van de regio waar je de fabriek wilt vestigen.

-Pagina 21 en 22: maak een plan om vrouwen en andere economisch achtergestelde groepen in te zetten bij de bouw van de fabriek.

-Pagina 24, 25 en 26: beschrijf hoe je lokale bedrijven van vrouwen, etnische minderheden en veteranen gaat inzetten bij de toelevering. En hoe je onderneming zal bijdragen aan lokaal openbaar vervoer, sociale huur en onderwijs.

Allemaal zeer lofwaardige bedoelingen, erkennen Klein en Thompson, maar het lijkt er ernstig op dat ze tezamen de stimulering van de Amerikaanse halfgeleiderindustrie eerder bemoeilijken dan vergemakkelijken.

Dit is maar één van de secuur uitgewerkte en vaak overtuigende voorbeelden uit de woningbouw, infrastructuur, openbaar vervoer, wetenschap, die de auteurs geven van het „breed-linkse ziektebeeld”. Wie de lokale politiek in Nederland weleens van nabij heeft bekeken, herkent de symptomen. Voor progressieven dient een enkele oplossing altijd vele problemen tegelijk te adresseren, en liefst heel grote en complexe: structureel racisme, volksgezondheid, klimaatverandering, woningnood. Het leidt er meestal toe dat enkele van die problemen hooguit deels worden opgelost en niemand helemaal tevreden is met het resultaat.

Optisch progressief

Volgens Klein en Thompson is het erger dan dat. Volgens hen doen nobele en minder nobele verlangens van progressieve politici en burgers hun mooie beloften van een eerlijker en schonere wereld in hun tegendeel verkeren. Het is een krachtig beeld: San Francisco waar je om de zeven meter in een tuin een bord ziet staan met ‘Black Lives Matter’ of ‘Geen mens is illegaal’ erop, terwijl de bewoners in voor veel mensen onbetaalbare wijken wonen, die praktisch onbereikbaar zijn voor de zwarte mensen die er volgens hun bord ‘toe doen’. Deze optisch progressieve bewoners komen in het geweer zodra sociale woningbouw in hun buurt dreigt te worden neergezet. Niet voor niets dat het aantal zwarte inwoners van San Francisco gestaag daalt sinds 1970.

Aan dit soort voorbeelden uit het echte leven (wel opvallend vaak uit het linkse Mekka Californië) ontleent Abundance zijn niet geringe kracht.

Overvloed is alleen te bereiken door te bouwen, door ondernemen en uitvinden. Groei! Ongebreidelde groei! Dat is de centrale aansporing in Abundance. Alles wat haar in de weg staat is geneuzel. Het hele boek ademt een geloof in de vrije markt en in de zegeningen van technologie. Het klopt dat grote uitvindingen aan de basis liggen van de in de negentiende en twintigste eeuw razendsnel gestegen welvaart, voeding en gezondheid van een deel van de wereldbevolking. Maar hier zit ook een vleug wereldvreemdheid in, zodat je soms het gevoel hebt dat je het verkiezingsprogramma van D66 leest, dat nota bene ‘Het kan wél’ heet en waarin veertien keer een ‘slimme’ oplossing voor iets wordt voorgesteld.

Zolang die slimme oplossingen de wereld nog niet verlost hebben, loont het misschien toch de moeite om regelgeving in stand te houden en wetten te handhaven die de milieu-vervuiling van bedrijven aan banden leggen, die ervoor zorgen dat zwarte Amerikanen gelijke kansen op welvaart krijgen, en die sociale huurders beschermen tegen vervuiling en overlast.

Dan is er nog de vraag van de politieke realiteit van dit moment. Het toekomstvisioen waar het boek mee opent, getuigt van een fundamenteel vertrouwen in de algemene goedheid van burgers, politici en ondernemers. Dat wekt toch enige verbazing in het licht van de ontwikkelingen in het land van de auteurs. Zodra de huidige president de weg had vrijgemaakt voor ouderwets roofkapitalisme (drill, baby, drill), kwamen rovers uit alle hoeken en gaten zijn ring kussen om maar zo snel mogelijk zoveel mogelijk geld te kunnen verdienen, voordat nieuwe verkiezingen hun droom kunnen verstoren.

Zouden die slimme oplossingen als bij toverslag, en in 2050 al, van al die egoïsten ethische ondernemers maken die geruisloze, schone fabrieken in de atmosfeer bouwen en medicijnen tegen een fractie van de kosten produceren? Zouden alle christelijke lobbygroepen die nu hard aan de touwtjes trekken van Trumps beleid inzake abortus, LHBTI-rechten, cultuur en rechtspraak, hun geloof verzaken en passief toekijkende agnosten worden? Dát zijn pas open vragen.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Voorkennis

Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen

Source: NRC

Previous

Next