Binnenhoflezing Om een huwelijk tussen landelijk en lokaal bestuur te laten slagen, moet het in ieder geval aan vier voorwaarden voldoen, betoogt Femke Halsema.
Het standbeeld van Johan Rudolph Thorbecke op het Thorbeckeplein in Amsterdam.
Elke dag fiets ik op weg naar het stadhuis in Amsterdam langs het standbeeld van Thorbecke. Amsterdam was de eerste stad in Nederland die een standbeeld voor hem plaatste en een plein naar hem vernoemde, en dat terwijl Thorbecke in de negentiende eeuw de stedelijke privileges ophief en alle gemeentes in Nederland dezelfde rechten en plichten gaf. De hopeloos conservatieve elite die het in het negentiende-eeuwse Amsterdam voor het zeggen had, morde.
Femke Halsema is burgemeester van Amsterdam. Dit artikel is een ingekorte versie van de Binnenhoflezing die Halsema op woensdag 10 september uitsprak in Nieuwspoort in Den Haag.
Thorbecke legde de basis voor ons staatsbestel. En hij kwam ook op voor het lokaal bestuur. Hij zag gemeentes niet als lagere, maar als eerste overheid: een levendige gemeenschap van burgers die regie hebben over hun eigen leven.
Dat idee kent met Thorbecke een liberale oorsprong, maar heeft ook weerklank gevonden in confessionele stromingen die juist hechten aan de bescherming van lokale tradities en gemeenschappen tegen een al te grote staatsmacht. En ook binnen de sociaaldemocratie en andere progressieve stromingen wordt gehecht aan een sterk lokaal bestuur dat democratie en solidariteit dicht bij de mensen kan organiseren. Met andere woorden: dit zou geen partijpolitiek thema moeten zijn.
De relatie tussen het centrale gezag en het lokale bestuur in de hoofdstad is nooit heel rustig geweest. Het gevoel ‘we kunnen niet zonder elkaar, maar ook niet met elkaar’ doet denken aan een huwelijk. Om zo’n huwelijk tussen landelijk en lokaal bestuur te laten slagen, moet het in ieder geval aan vier voorwaarden voldoen: vertrouwen, gelijkwaardigheid, onderlinge afhankelijkheid en nabijheid.
Een huwelijk kan niet zonder wederzijds vertrouwen. Er moet namelijk een gemeenschappelijk beeld bestaan van de werkelijkheid. Het gebrek daaraan heeft in Groningen een grote scheur in het vertrouwen veroorzaakt, vergelijkbaar met de schade aan de woningen. Lokaal wist men allang dat de gaswinning hun huizen deed beven, maar landelijk werd dat verband heel lang ontkend.
In een tijd van sociale media en talkshows, waarin desinformatie ongehinderd circuleert, moeten overheden zich niet uit elkaar laten spelen, maar het algemeen belang en de rechtsstaat voor ogen houden.
De grondwet, het staatsrecht en onze democratische rechtsstaat zijn onze huwelijkse voorwaarden. Gemeentes en Rijk zijn gelijkwaardige partners, elk met eigen taken en bevoegdheden. Ons parlement is bevoegd om de wet te wijzigen of nieuwe wetten in te voeren. Maar de kennis van wat nodig is in de steden en dorpen ligt lokaal.
Hoelang hebben burgemeesters niet moeten vragen om een landelijk vuurwerkverbod? Dat gaat er na jaren van zware overlast en vele onschuldige slachtoffers eindelijk komen. Maar een vrijwel onuitvoerbaar verbod op het dragen van een boerka, dat vrijwel geen enkele lokale bestuurder zag zitten, kon er jaren eerder komen.
Rijk en gemeentes zijn afhankelijk van elkaar. Regio’s hebben investeringen nodig, zoals recent in de regio Eindhoven rond ASML. Amsterdam heeft het Rijk nodig om ons te helpen het massatoerisme te beteugelen. Tegelijkertijd zal Amsterdam de komende jaren moeten laten zien dat het moeilijke en scherpe keuzes durft te maken. Europa heeft de ambitie concurrerender te worden en moet in hoog tempo overschakelen naar schone energiebronnen. Nederland kan hierin vooroplopen, als de economisch sterkste regio’s nauw samenwerken met elkaar en het Rijk.
Een goed huwelijk vraagt ook nabijheid. Het contact tussen bestuurders om wederzijds begrip te creëren zou weer wat meer gewaardeerd mogen worden. We moeten blijven praten en ons in elkaar verdiepen. Een mooi voorbeeld is het bezoek dat Mark Rutte in 2019 aan Amsterdam Zuidoost bracht. Dat werd door de bewoners enorm gewaardeerd en bracht de leefwereld van heel veel Amsterdammers dichter bij het Torentje.
Een huwelijk mag ook spannend blijven. Dus is het fijn als ministers en Kamerleden niet meteen defensief of vijandig reageren op voorstellen die op het eerste gezicht wat onconventioneel zijn, bijvoorbeeld de opvang van ongedocumenteerde mensen, zodat zij niet op straat zwerven.
In aanloop naar Prinsjesdag en de verkiezingen doe ik graag nog twee concrete suggesties voor het landsbestuur: investeer fors in de politie. Zonder voldoende rechercheurs en wijkagenten raakt de leefbaarheid en veiligheid van onze steden en dorpen steeds verder onder druk.
Versterk daarnaast de positie van de minister van Binnenlandse Zaken, als hoeder van de rechtsstaat, goede bestuurlijke verhoudingen en het belang van een sterk lokaal bestuur. Deze minister moet met steun van de premier krachtig en moedig kunnen opkomen voor het lokale bestuur en gezag.
De afgelopen decennia heeft het openbaar bestuur ingeboet aan probleemoplossend vermogen en aan vertrouwen onder inwoners. De fundamenten van onze democratische rechtsorde zijn verzwakt. Onze vrijheid en rechtsstaat worden van buitenaf en van binnenuit aangevallen en we zijn minder weerbaar dan we hadden kunnen zijn.
Toch zijn er redenen om hoopvol te zijn. Onze instituties zijn nog altijd sterk. Bovendien kunnen we bogen op een eeuwenlange traditie van sterk lokaal bestuur en een traditie van overleg in een pluriforme samenleving.
De grote opgaven verdwijnen niet als sneeuw voor de zon als lokale en landelijke bestuurders wat vaker bij elkaar op de koffie komen. Er is meer nodig dan goede bestuurlijke samenwerking, maar zonder gaat het hoe dan ook niet.
Source: NRC