Tommy Wieringa is schrijver en columnist voor de Volkskrant.
Vijfentwintig dagen duurde de nacht van Yahidne. Op 5 maart 2022 joegen de Russen de dorpelingen de kelderruimten onder het dorpsschooltje in, op 30 maart kwamen ze er pas weer uit. Tien mensen stierven van ellende, tien anderen werden geëxecuteerd door de soldaten uit Tuva die de zegeningen van het imperium kwamen brengen. Eenvoudige mannen, opgegroeid zonder de gemakken van elektriciteit en sanitair, maar doordrongen van de morele en spirituele voortreffelijkheid van moedertje Rusland. Ze verschansten zich in de lokalen boven de hoofden van de dorpelingen, zopen als tempeliers en bekommerden zich nauwelijks om de mensen daarbeneden. Soms brachten ze water of eten, soms schoten ze iemand dood.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Liefst 367 dorpelingen waren in het donkere trapgat achter een kleine groene deur verdwenen. In kale kelderruimten werden ze samengeperst. 19 hier, 28 daar, net zo lang tot er niemand meer bij paste. In de grootste ruimte zaten 136 mensen.
Ook Ivan, die vandaag op zijn rode Izh-brommer met zijspan naar het schooltje is gekomen om over zijn donkerste dagen te vertellen, zat daar met zijn vrouw, kinderen en kleinkinderen, opeengepakt als haringen in een ton. Ze konden alleen zittend slapen. Hij beschrijft de gruwelijke omstandigheden van een slavenschip. Een zinkend slavenschip, vanwege het zuurstofgebrek. Het condens van hun wanhoop en hun gebeden droop langs de muren. Soms werden ze dagenlang niet buitengelaten om zich te ontlasten.
Op de voorpagina van een stapel Russische kranten werd de vlucht van Zelensky gemeld, op de foto omhelsden dankbare Oekraïners hun Russische bevrijders. Het kon waar zijn of niet, niemand had nog een telefoon. Hoe dan ook, zegt Ivan, hadden ze er hun gat mee afgeveegd.
Dagen zonder begin en zonder einde. Ze smoorden in het vocht en de stank van hun eigen uitwasemingen. Er was een uitbraak van waterpokken, mensen hadden koorts en ijlden.
De lichamen van degenen die stierven aan verstikking of medicijngebrek werden over de hoofden heen naar buiten getild, hun naam en overlijdensdatum werd op de muur geschreven. Ivans wijsvinger glijdt langs de namen terwijl hij ze opleest, buren, vrienden, mensen die hij een leven lang kende.
Kinderen tekenden op de muren, in de laatste kamer droop door een gebarsten afvoerpijp de stront van de Russen boven hen. Ze hadden een waterfles opengesneden en aan het plafond gehangen om het zo goed mogelijk op te vangen.
Hoe de onvoorstelbare smerigheid van dit alles te beschrijven? De decompositie van honderden dicht opeengepakte lichamen in de duisternis, op de aarden vloer met vochtig karton erop. Lichamen ontdaan van de waardigheid van daglicht en stromend water. De stank, de schimmel en het stof. De poepemmers en de lijken die soms dagenlang niet werden opgehaald.
Toen de Russen eindelijk door Oekraïense eenheden werden verdreven, stond er weinig meer overeind in Yahidne. Ivan strompelde naar huis, viel in slaap op een berg gras in zijn schuur en werd pas twee dagen later weer wakker. In de maanden die volgden stierven nog eens zeventien mensen aan de ontberingen van het ondergrondse.
Drieënhalf jaar geleden is het nu. Het voorpaginanieuws over het concentratiekamp in de kelder is allang weer overschreven door nieuwe gruwelen. Maar achter de hoge schuttingen rond de huizen die de overheid liet herbouwen, schuilen de inwoners van Yahidne met hun nachtmerries.
Source: Volkskrant