Home

Slavische taal verspreidde zich door migratie over Oost-Europa

Dna-onderzoek Een langdurige discussie over de verspreiding van de Slavische taal en bevolkingsgroepen is nu beslecht, dankzij onderzoek aan paleo-dna.

Skelet op een Slavisch vroegchristelijke begraafplaats die in 2023 tijdens graafwerkzaamheden in de Duitse stad Brandenburg an der Havel werd ontdekt. ​​De graven zouden zijn aangelegd in de late 10e tot 11e eeuw.

De Slavische taalfamilie (o.a. Russisch, Litouws, Bulgaars en Pools) heeft zich in de vroege Middeleeuwen over Oost-Europa verspreid door een massale migratie van Slavisch sprekenden. Verspreiding van de taalfamilie door culturele beïnvloeding was geen belangrijke factor. Dat blijkt uit een grootscheeps dna-onderzoek van meer dan vijfhonderd skeletresten uit de periode 300 tot 1200.

De expansie van Slavische volkeren begint al in de zesde eeuw, waarschijnlijk vanuit het zuiden van Wit-Rusland en het midden van Oekraïne, zo blijkt uit historische bronnen. In de tiende eeuw is het proces vrijwel voltooid. De analyse van deze historische genomen uit Oost-Duitsland, Polen en delen van Oekraïne en de Balkan is begin deze maand gepubliceerd in Nature, door een groep onder leiding van Johannes Krause en Joscha Gretzinger (beide Max Planck Instituut Leipzig). Een gelijktijdig gepubliceerd onderzoek in Genome Biology, onder leiding van Ilektra Schultz (Universiteit van Freiburg) en Denisa Zlámalová (Universiteit van Brno) van achttien vroegmiddeleeuwse genomen uit Zuid-Moravië (Tsjechië) bevestigt de uitkomsten van het Nature-onderzoek. Daarmee is een langdurige wetenschappelijke discussie over de verspreiding van de Slavische taal en bevolkingsgroepen nu beslecht.

Pasgeboren kind

Onder de resten uit Zuid-Moravië bevindt zich de oudste persoon met duidelijk een Slavisch dna-patroon. Het is een pasgeboren kind, begraven ergens rond 720, in een tijd dat overal elders de Slavische culturen hun doden nog cremeerden.

Die crematiegewoonte, die pas in de loop van de achtste tot tiende eeuw is verlaten onder invloed van het christendom, heeft het dna-onderzoek naar de verspreiding van de Slavische volkeren tot nu toe behoorlijk in de weg gezeten omdat uit as geen dna meer te winnen is. Pas met de grote aantallen uit het Nature-onderzoek – wat ‘Slavisch’ dna betreft vrijwel allemaal na 800 – was er voldoende ‘rekenkracht’ om met grote zekerheid vast te stellen dat er sprake was van massale Slavische migratie van de zesde tot en met de negende eeuw met duidelijke culturele en genetische verschillen ten opzichte van de eerdere bevolking van Oost-Europa.

Gezien de bijzonder grote genetische continuïteit van deze nieuwkomers met de huidige in overgrote meerderheid Slavisch sprekende bevolking in Oost-Europa, is het vrijwel zeker dat de vroegmiddeleeuwse migranten een Slavische taal spraken. Maar direct bewijs daarvoor is er niet. De eerste geschriften in het Slavisch stammen pas uit de late negende eeuw. Het is ook niet bekend of de Slavische groepen al in het begin een gemeenschappelijk beleefde identiteit hadden. In de archeologie zijn tot in de negende à tiende eeuw weinig aanwijzingen te vinden voor uitwisselingen tussen Slavische regio’s.

Poetin-ideologie

De ‘Slavische identiteit’ is in de negentiende eeuw een belangrijke rechtvaardiging geworden voor Russisch imperialisme, en inmiddels opnieuw, in de Poetin-ideologie. De huidige onderzoekers doen daarom moeite om de vele Slavische identiteiten (genetisch, taalkundig, cultureel) uit elkaar te houden, maar ze gebruiken het woord Slavisch wel voor al die verschillende categorieën. In een verder positief commentaar in Nature vindt de historicus Steffen Patzold (Universiteit van Tübingen) dat de onderzoekers daarin niet ver genoeg gaan. In de wetenschap kan je om al die betekenisverschillen niet hetzelfde woord blijven gebruiken voor „een historische periode, een archeologische cultuur, een taalfamilie, een groep mensen én een individu.” Het gevaar voor politiek misbruik door pan-slavistische ideologen is te groot, aldus Patzold.

1.400 à 1.100 jaar geleden was in Polen en Oost-Duitsland duidelijk sprake van een geheel nieuwe bevolking in het gebied, al ging die overgang waarschijnlijk niet gepaard met strijd of oorlog. Opvallend is ook dat de migratie uit evenveel mannen als vrouwen bestond, zo blijkt uit genetische analyse. Er zijn ook aanwijzingen dat dit noordelijke gedeelte van Oost-Europa juist in de zesde à zevende eeuw vrijwel onbewoond was, door ziekte (mogelijk een pestepidemie) of klimaatverandering (door een grote vulkaanuitbarsting). Verderop, op de Balkan, was meer continuïteit in cultuur en bevolking. In Kroatië ontstond bijvoorbeeld in de achtste à negende eeuw een nieuwe mengeling van 70 procent Slavische immigranten en 30 procent ‘oorspronkelijke’ bewoners.

Optelsom van kleine mutaties

Het Slavische ‘genetische patroon’ bestaat niet uit genen of eigenschappen die specifiek ‘Slavisch’ zijn, maar is de optelsom van kleine mutaties op ruim een miljoen posities in het genoom die bij elkaar inzicht geven in de afkomst van een bevolking. Zo’n ‘oerbevolking’ is op zijn beurt ook weer samengesteld uit eerdere bevolkingen. In het ‘Slavische dna-patroon’ zijn bijvoorbeeld duidelijke overeenkomsten te vinden met mensen die 2.000 jaar eerder leefden in de huidige Baltische staten.

Opvallend is dat in de Romeinse tijd, tot in de zesde eeuw, de bevolking in Oost-Europa bijzonder gemengd van afkomst was: met duidelijk noordelijke, westelijke en zuidelijke (mediterrane) invloeden. Op de Balkan bleef die in cultuur en genetica nog wel enigszins voorbestaan, maar verder verdween die grotendeels. Uit de archeologie was al wel duidelijk geworden dat de nieuwe cultuur zeker in de beginperiode veel kleinschaliger was dan de voorafgaande, met kleine nederzettingen, huisgemaakt aardewerk zonder veel versiering en gering gebruik van metaal. Ook de begrafenisgewoonten waren anders: crematie in plaats van begraving. De genetische analyse levert nu ook inzicht in de veranderde familiestructuur. In plaats van de relatief kleine familiestructuren van de eerdere bevolking, kwamen er grote patriarchale familiegemeenschappen, waarbij de mannen op de plaats van de geboorte bleven en de vrouwen werden uitgehuwelijkt.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Wetenschap

Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin

Source: NRC

Previous

Next