De armoede in Senegal drijft velen naar Europa, vooral vissers, die te weinig vangen om van te leven. De regering probeert met hulp van de EU de migratie tegen te gaan. Dat lijkt te werken.
Door Joost Bastmeijer
Fotografie Carmen Yasmine Abd Ali
‘Het is een kwestie van tellen’, zegt commandant Jules Marie Ndour terwijl hij door zijn verrekijker tuurt. Aan de donkerblauwe horizon verscheen zojuist een bontgekleurde houten boot. ‘Vijf man’, concludeert Ndour. Gewoon vissers. ‘Migrantenboten zijn vaak volgepakt met honderden mensen.’
Commandant Jules Marie Ndour
In de controlekamer van het fonkelnieuwe patrouilleschip Cayor speuren drie matrozen in donkerblauwe overall naar stipjes op het grote radarscherm voor hun neuzen. Het schip zet koers naar het volgende groene stipje.
Migranten opsporen, tegenhouden en terug naar Senegal brengen: dat is een van de kerntaken van de Cayor, een van de drie patrouilleschepen die sinds vorig jaar de Senegalese marine versterkt. Want op deze uitgestrekte wateren van de Atlantische Oceaan die het schip omgeven, wagen migranten in groten getale de oversteek van West-Afrika naar de Canarische Eilanden. De nabijgelegen eilandengroep is Spaans grondgebied, en fungeert daarmee als springplank naar Europa.
Aan boord van het fonkelnieuwe patrouilleschip Cayor, dat speurt naar bootjes met migranten en illegale vissers.
Nooit kwamen zo veel migranten op de Canarische Eilanden aan als vorig jaar. De Spanjaarden noteerden toen een recordaantal van 46.843 gearriveerde migranten. Die reis is levensgevaarlijk: volgens de Spaanse organisatie Caminando Fronteras kwamen er in hetzelfde jaar ruim 10 duizend mensen op zee om het leven. Daarmee is het de dodelijkste migratieroute naar Europa. Het komt vaak voor dat de bootjes op zee verdwalen, waardoor opvarenden omkomen van honger en dorst. Steeds vaker zijn de opvarenden minderjarig.
De matrozen van de Cayor weten als geen ander hoe dodelijk de ‘westelijke migratieroute’ is. ‘We treffen geregeld boten met levenloze migranten aan’, zegt Ndour met een zachte stem. ‘Soms zijn zelfs álle opvarenden al overleden.’ De commandant gaat rechtop zitten, en trekt zijn gezicht weer in de plooi. ‘Het onderscheppen van migranten op weg naar Europa is een humanitaire reddingsmissie’, zegt hij. ‘Het is onze plicht om mensen in nood te redden.’
‘Steunpakket’ van 210 miljoen euro
In de zomer is de Atlantische Oceaan kalmer dan normaal, waardoor veel migranten juist nu vertrekken. Op 29 augustus sloeg er voor de kust van buurland Mauritanië nog een boot met 160 migranten om; aan boord zaten vooral Senegalezen en Gambianen. Slechts zeventien mensen werden gered, de lichamen van zeventig migranten zijn inmiddels geborgen.
Op 19 augustus onderschepte de Cayor nog 133 migranten. Dat de marine de migranten steeds beter weet te vinden, komt volgens de Senegalese autoriteiten door de samenwerking met andere overheidsdiensten. Zo deelt de Spaanse kustwacht, de Guardia Civíl, inlichtingen met de Senegalese marine. Andere informatie komt van noorderbuur Mauritanië, dat vorig jaar zijn inspanningen tegen irreguliere migratie opvoerde.
Bemanningsleden op hun post aan boord van het schip Cayor.
De Mauritaniërs worden hiervoor beloond door de EU: onder druk van Spanje kwam Commissievoorzitter Ursula von der Leyen in februari vorig jaar met een ‘steunpakket’ van 210 miljoen euro om migratie te bestrijden. Mensenrechtenorganisaties zijn kritisch op de manier waarop Mauritanië migranten aanpakt: in een rapport van Human Rights Watch dat op 27 augustus verscheen, staat dat migranten in Mauritanië het slachtoffer zijn van onder meer afpersing, mishandelingen en martelingen.
Senegal ontving uit een Europees steunfonds 30 miljoen euro om migratie tegen te gaan. Commandant Ndour zegt niet te weten in hoeverre zijn missie van die Europese miljoenen wordt betaald. ‘Maar ik weet wel dat deze gezamenlijke strategie werkt’, zegt hij over de nauwere samenwerking en informatiedeling. ‘We komen veel minder migrantenboten tegen dan vorig jaar.’
De opvallende daling tekent zich ook af in de cijfers die het Spaanse ministerie van Binnenlandse Zaken begin augustus presenteerde. In de eerste zeven maanden van dit jaar kwamen ruim 11 duizend migranten aan op de Canarische Eilanden: een daling van bijna de helft ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. De West-Afrikaanse inspanningen tegen migratie zouden daar de reden voor zijn, stellen de Spaanse autoriteiten.
‘We kenden als vissers de risico’s’
Zo’n 50 kilometer verderop, op het strand van vissersdorp Thiaroye-sur-Mer, zit een groepje vissers onder de schaduw van een tentzeil, op een berg felgroene netten. Visser Atuman Samb, een grote man met een kort baardje, gestoken in een wit basketbalhemd, leunt verveeld tegen zijn gekleurde pirogue. Precies het soort traditionele vissersboot waarop migranten de gevaarlijke overtocht naar de Canarische Eilanden proberen te maken. Drie keer is Samb aan de overtocht begonnen; de eerste twee keer moest zijn boot wegens een mankement en zwaar weer terugkeren. ‘En vorig jaar werden we door de marine opgepakt’, zucht hij.
Samb en de meer dan honderd andere opvarenden werden vlak bij de noordelijke stad Saint-Louis aan boord van het marineschip gehaald en teruggebracht naar Dakar. De Senegalese opvarenden mochten na verhoor weer vertrekken, vertelt hij, maar de kapitein werd gearresteerd. ‘We waren zo kwaad’, herinnert de visser zich. Alle opvarenden hadden 350 duizend francs (zo’n 500 euro) betaald. Hij klemt zijn tanden op elkaar. ‘We waren helemaal niet in nood, we wisten als vissers precies welk risico we namen’, briest hij. ‘Wie zijn zij om ons tegen te houden? De overheid pakt onze kans op een beter leven af.’
Visser Atuman Samb werd tegen zijn zin door de marine van zee gevist toen hij naar Europa op weg was.
De vorig jaar aangetreden president Diomaye Faye werd verkozen op zijn belofte om het leven van jonge Senegalezen, inclusief de talloze vissers, beter te maken. Zo’n 600 duizend Senegalezen leven direct of indirect van de visserij; zij vormen ongeveer een vijfde van de beroepsbevolking. Zij klagen al jaren dat de zeeën van Senegal door overbevissing leeg raken.
Na onder meer kritiek van de EU droeg Faye de marine op om illegale trawlers die voor de kust van Senegal vissen te onderscheppen. De Senegalese president probeert daarmee een einde te maken aan de ‘visserijcrisis’, en beloofde tevens strengere afspraken over visserij te maken met buitenlandse mogendheden en bedrijven.
Ilegale visserij
Volgens commandant Ndour werkt die nieuwe aanpak tegen illegale visserij goed. Vandaag signaleert de Cayor geen migranten, maar wel een verdachte kotter. Mogelijk vist de industriële vissersboot zonder vergunning in het Senegalese deel van Atlantische Oceaan.
Ndour stuurt drie matrozen en twee gewapende, gemaskerde mannen van de Senegalese commando-eenheid op een rubberboot naar de verdachte vissersboot. Via een gammele houten touwladder klimt een deel van hen aan boord van het forse, naar vis riekende schip. Op de brug controleren de commando’s en de matroos de papieren. Ze bevelen de vissers het lange sleepnet binnen te halen, om te controleren of het schip niet met een fijnmazig, en dus illegaal, visnet vist.
De Senegalese marine vaart voor de kust naar een trawler om te controleren of de papieren in orde zijn. Door illegale visserij blijft er weinig vis over voor lokale vissers.
Aan de waterige horizon cirkelt de Cayor als een haai om de vissersboot.
De papieren van de kotter blijken in orde, net als het visnet. ‘Vaak vissen de illegale boten met fijnmazige netten, die alles vangt wat in de zee zwemt of op de bodem leeft’, legt de commandant uit als de rubberboot weer aan boord is getakeld. ‘Daarbij vangen ze ook kleine, onvolgroeide visjes.’
In plaats van de kleine vissen terug te gooien, verkopen de vissers de diertjes door aan de Chinese fabrieken die vismeel produceren, bedoeld om varkens en kweekvissen te voeren in eigen land. ‘Dat is desastreus voor de Senegalese visvoorraad’, zegt Ndour. De slechte visstand is een drijfveer voor migratie, blijkt ook uit onderzoek. ‘Als vissers niet meer genoeg vis vangen’, zegt Ndour ook, ‘stappen ze op de boot naar Spanje.’
‘Vertrek niet naar Europa’
Op het strand van vissersdorp Thiaroye-sur-Mer kauwen wat geiten en een koe tussen de pirogues op aangespoeld plastic. De vissers zijn in gesprek met Moustapha Diouf, een boomlange 56-jarige man gestoken in een zwart-witte polo. Dagelijks trekt Diouf, die aan het roer staat van antimigratie-stichting Ajrap, door het dorp, waar hij probeert jonge mannen en vrouwen te overtuigen om niet naar Europa te vertrekken en in Senegal een toekomst op te bouwen.
Diouf vindt dat alle visserijakkoorden die Senegal nog met China en Turkije heeft lopen per direct moeten worden opgezegd, en is te spreken over de intensievere controle op illegale visserij. Maar het tegenhouden van migranten op zee noemt de Senegalese migratie-expert ‘symptoombestrijding’. ‘Wat denk je dat er gebeurt als het Europese geld straks op is?’, vraagt hij, en trekt een scheve grimas. ‘Precies. Dan stopt de marine direct met zijn patrouilles, en stappen alle jongens die hier nog zijn overgebleven, meteen op de boot.’
Vissers in gesprek met Moustapha Diouf.
De vissers die rondom Diouf zitten knikken instemmend. ‘We zien de grijze schepen van de marine bijna dagelijks voorbijvaren’, zegt visser Samb. Hij wijst naar de hoogbouw van Dakars zakenwijk Plateau, die vanaf het vervuilde strand goed zichtbaar is. ‘Daar ligt de marinebasis.’ De oorlogsschepen die daar vandaan vertrekken geven een duidelijk signaal af aan alle vissers die hier aan de baai wonen. ‘Wie naar Spanje vertrekt, wordt meteen opgepakt.’
Volgens Diouf komt er van de Europese miljoenen niets bij de gemeenschappen terecht. ‘Er moet werkgelegenheid komen en we moeten ervoor zorgen dat de mentaliteit van Senegalezen verandert’, vindt hij. De vissers laten op hun telefoons foto’s zien die vrienden en familieleden in Spanje en Frankrijk hebben gemaakt en delen op sociale media. ‘Die bling-blingfoto’s zijn allemaal nep’, roept Diouf. ‘Ze poseren met auto’s die geparkeerd staan op straat.’
Samb haalt zijn schouders op en staart naar zee. ‘Alsnog verdienen ze meer dan wij’, snuift hij. ‘Je kunt alleen nog maar voor je familie zorgen als je geld terugstuurt vanuit Europa.’
Diouf neemt afscheid van de mannen en sloft moedeloos terug naar huis. ‘We doen ons best’, zucht hij, ‘maar het idee dat het leven in Europa beter is dan hier, zit erg diep.’ Alle vissers die hij zojuist sprak, willen volgens hem alsnog naar Europa vertrekken – Dioufs pogingen om hen hier te houden ten spijt. Diouf krijgt vaak hetzelfde motto te horen, zegt hij: ‘Barsa wala Barsakh’, wat ‘Barcelona of sterven’ betekent in het Wolof. ‘Ze sterven liever op zee’, zegt Diouf, ‘dan dat ze hier blijven wachten op werk.’
De zonen van Moustapha Diouf bij het kantoor van antimigratie-stichting Ajrap.
Naast een stoffig kamertje van zijn huis, dat dienstdoet als het hoofdkwartier van Dioufs stichting, zitten zijn zoons verveeld op een beige, nepleren bank beurtelings een voetbalspelletje op hun telefoon te spelen. ‘Zij zijn de reden dat ik dit werk doe’, zegt hij. ‘Ik wil koste wat kost voorkomen dat zij vertrekken.’ De jongens kijken niet op of om.
Zodra hun vader in zijn kantoor is verdwenen, zeggen de zoons ook naar Europa te willen. ‘Ik werk hier als visser’, zegt de 20-jarige Ousseynou, Dioufs oudste zoon. ‘Maar we vangen bijna niets.’ Ondertussen sturen zijn vrienden geld terug naar hun families, waarvan ze huizen in het dorp bouwen. Hij geeft zijn telefoon aan zijn 15-jarige broertje Pape. ‘We zullen mijn vader niet vertellen wanneer we vertrekken’, zegt Ousseynou nonchalant. ‘Op een dag zullen we hier niet meer zitten. Dan zal hij meteen weten dat wij ook zijn vertrokken.’
Jaarlijks bezoeken tienduizenden toeristen het Roze Meer van Dakar, nabij de Atlantische Oceaan. Fotograaf Carmen Yasmine Abd Ali groeide op in de Senegalese hoofdstad en keerde voor de Volkskrant terug naar het meer dat zij als klein meisje vaak bezocht.
De stijgende goudprijs leidt in West-Afrika tot goudkoorts. ‘Landen willen de controle over hun natuurlijke rijkdommen terugpakken’
De Baye Fall in Senegal geloven heilig dat eindeloos Koranverzen reciteren het paradijs niet dichterbij brengt. ‘God houdt van mensen die hard werken.’
Source: Volkskrant