Dans Het ballet ‘Monument voor een gestorven jongen’ van Rudi van Dantzig was zestig jaar geleden een van de eerste balletten waarin homoseksualiteit werd gethematiseerd. Het trok internationaal meteen de aandacht, onder anderen van de Russische megaster Rudolf Nureyev.
In het midden Rudolf Nureyev als ‘de jongen’ en rechts Benjamin Feliksdal als ‘de vriend’ in Dantzigs ballet ‘Monument voor een gestorven jongen’. Foto Siegfried Regeling
„Ik dacht: Anna Blaman en Gerard Reve hebben het al geschreven. Dan kan het in dans ook.” Met deze twee voorbeelden als inspiratie verzamelde Rudi van Dantzig in 1965 voldoende moed voor de creatie van zijn baanbrekende ballet Monument voor een gestorven jongen. De choreografie zou in de loop der jaren erkend worden als een mijlpaal in de (Nederlandse) dansgeschiedenis. Deze maand is dit ‘monument’ opnieuw te zien bij Het Nationale Ballet, waaraan Van Dantzig decennialang was verbonden als danser, choreograaf en artistiek leider.
Moed was er zeker voor nodig. In de jaren zestig was het thema homoseksualiteit bepaald geen gangbaar thema, nauwelijks in de literatuur, niet in het theater en zeker niet in het ballet. In 1958 had Van Dantzig het al eens subtiel aangestipt in De disgenoten, maar in het nieuwe ballet stelde hij het thema prominenter op de voorgrond.
Monument verbeeldde in associatieve scènes de verwarring van een jongen die worstelt met zijn seksuele identiteit. De knellende liefde van zijn ouders benauwt hem en in de vriendschap met ‘het blauwe meisje’ vindt hij niet wat hij zoekt. Schoolgenoten voelen intuïtief aan dat de jongen ánders is – en belagen hem.
Een uit het leven gegrepen scène, zegt Toer van Schayk (88). Hij was begin jaren zestig na zijn dansloopbaan teruggekeerd naar de beeldende kunst en was „marmer aan het hakken” op Paros. Tijdens een verblijf in Nederland hielp hij zijn vriend Van Dantzig als die in de studio iets wilde uitproberen. „Ik vertelde dat ik, een stil jongetje, op de lagere school vaak door de stoere binken werd achternagezeten. Ik heb gerend als een gek. Het leek Rudi een goed idee voor een scène.”
Tijdens het creatieproces van zijn balletten was Van Dantzig altijd al erg onzeker. Dit keer was de spanning extreem. Danser Benjamin Feliksdal (85), die tijdelijk bij Van Dantzig inwoonde, herinnert zich nachtmerries. Ook Van Schayk was getuige van de artistieke vertwijfeling. „Rudi dacht dat het een ramp zou worden en is in bed blijven liggen. Ik wist niet wat ik moest doen.”
Uiteindelijk werd Van Dantzig weer op de been gebracht door de Poolse decorontwerper Krzysztof Pankiewicz, die destijds aan het werk was bij het gezelschap. „Pankiewicz zei: ‘Roedi, de temps en temps il faut, cyniquement, de la merde – soms moet je gewoon een slecht stuk maken’”, herinnert Van Schayk zich geamuseerd. „Maar gelukkig werd het helemaal geen ‘merde’.”
Idee en titel voor Monument voor een gestorven jongen kwamen op na de zelfmoord van Thom Gerrard. Kort daarvoor had Van Dantzig deze knappe, succesvolle kunstenaar leren kennen. Diens dood greep hem erg aan. Hij verwerkte Gerrards wanhoop en de worsteling met zijn eigen homoseksualiteit in de nieuwe creatie.
De thematiek was voor de beoogde danser voor de hoofdrol, de Zwitser Hans Knill, te veel. Ook de danser die daarna ‘de jongen’ zou dansen viel uit. Uiteindelijk werd de première gedanst door Van Schayk, die door Monument zijn rentree in de balletwereld maakte. De ontvangst door de pers was in het algemeen open en positief. Hier en daar klonken wel wat zuinige en omfloerste opmerkingen over de vooruitstrevende thematiek. Maar, onderstrepen zowel Van Schayk als Feliksdal, van expliciete homoscènes was dan ook geen sprake. Feliksdal danste ‘de vriend’: „Ik heb geprobeerd het op een meer vriendschappelijke manier te dansen, niet het homo-erotische te benadrukken. Met een zachte toon wilde ik de relatie uitdiepen.”
Toer van Schayk met Jean Atkinson als het ‘witte meisje’. Foto Siegfried Regeling
Niet alleen het thema was opmerkelijk aan het ballet. Ook de choreografische stijl was vernieuwend. Van Dantzig was sterk geïnspireerd door de expressieve kracht van de bewegingsstijl van de Amerikaanse Martha Graham. In zijn nieuwe werk combineerde hij die met de klassieke ballettechniek.
„Typisch Graham is bijvoorbeeld die groep vrouwen in het zwart”, aldus voormalig danser en balletmeester Reuven Voremberg (90), verwijzend naar het groepje danseressen dat als een soort Grieks koor nu en dan over het toneel snelt. „Rudi wilde hen op blote voeten laten dansen, maar dat ging niet. Toneelvloeren zaten toentertijd vol splinters.” Feliksdal heeft de ‘grahameske’ eerste entree van Van Schayk nog scherp voor ogen. „Langzaam bewegend in een horizontale arabesk, alsof hij door een tunnel van herinneringen gaat.”
Flashbacks, ervaringen in het heden en fantasieën lopen in het ballet door elkaar – ook daarin onderscheidde Monument zich van andere creaties uit die tijd. In de loop der jaren zou blijken hoe groot de invloed van al die opmerkelijke aspecten aan het werk van Van Dantzig was, zeker op de jonge generatie choreografen van Het Nationale Ballet. Ook werd het ballet al direct breed internationaal gesignaleerd. Voremberg: „Kort na de première ging de groep op tournee naar Zuid-Amerika. Stel je voor, in die machocultuur, in die tijd.”
Rudolf Nureyev die door Rudi van Dantzig van luchthaven Schiphol wordt opgehaald voor de repetities van ‘Monument voor een gestorven jongen’. Foto Peter van Zoest
De Russische balletdanser Rudolf Nureyev, die zich na zijn spectaculaire vlucht uit de Sovjet-Unie ontpopte tot absolute megaster, wilde nieuwe ervaringen opdoen. Hij had zijn zinnen gezet op Monument. Feliksdal: „Voor hem betekende die rol een emotionele uitlaatklep. Zijn eigen homoseksualiteit was nog lang niet publiek bekend.” De toen nog piepjonge Yvonne Vendrig (79) herinnert zich de grote ster als een keiharde werker. „Een voorbeeld voor ons allemaal. Heel open, en helemaal niet de moeilijke man waar men het altijd over heeft.”
Als ‘het blauwe meisje’ in het ballet werd zij vaak opgetrommeld om nóg eens, en nóg eens te repeteren met Nureyev. „Omdat hij onzeker was over zijn rol. Hij was dankbaar dat ik onvermoeibaar met hem wilde werken.” Na die eerste keer in 1968 danste Vendrig nog vaak met hem op internationale podia.
Eind jaren zestig was Het Nationale Ballet nog maar een onbetekenend groepje, met Nureyev als gastdanser gingen internationaal de deuren open. Vele buitenlandse tournees volgden, ook in de jaren erna. Monument voor een gestorven jongen werd ook door diverse buitenlandse groepen in het repertoire genomen. Met deze herneming eert Het Nationale Ballet niet alleen de in 2012 overleden choreograaf Rudi van Dantzig, maar ook zijn eigen historie.
Monument met choreografieën van Rudi van Dantzig, Toer van Schayk en Juanjo Arqués. 11 t/m 28/9, Nationale Opera & Ballet Amsterdam. Info: operaballet.nl
Rudolf Nureyev in Holland (film van Milly Gramberg en Joes Odufré) Repetitiebeelden van Nureyev met o.a. Rudi van Dantzig, Benjamin Feliksdal en Yvonne Vendrig.
Source: NRC