Als er een verkiezing zou zijn voor lelijkste plek van Nederland dan zou het Buikslotermeerplein in Amsterdam-Noord zeker meedingen. Op zaterdag valt het nog mee, dan is de markt op volle sterkte en onttrekken de kraampjes de grindtegels aan het zicht. Maar zelfs dan kun je niet heen om de oude bowlingbaan, een soort bunker op pootjes, en het aftanse parkeerdek waar fietsers en auto’s elkaar in de weg zitten. Om de Jumbo, de Febo, de Lidl, de Action. En het appartementencomplex in een jasje van lichtblauwe kunststof panelen (hallo, jaren negentig).
Onderin dat gebouw, in een voormalig wokrestaurant, zit een van mijn favoriete plekken. De Modestraat is een… Tja, wat eigenlijk? „We begonnen ooit als broedplaats”, zegt directeur Jet Meijer op een ochtend als ik er weer eens zit. „Dat zijn we nog steeds, maar ook nog veel meer.” Juist die mengelmoes van activiteiten werkt goed, denkt ze. „Van tevoren verzin je dit niet.”
Onder het systeemplafond, tussen de kringloopmeubels, geven vrijwilligers vier keer per week naailes. Rebellerende ouderen komen samen, peuters zetten de speelhoek op stelten, nieuwkomers leren Nederlands. Er zijn poëzievoordrachten, boekpresentaties, een drukbezochte kledingwisselboetiek. Het café serveert koffie (1,75 euro), tosti’s, huisgemaakte soep en mango lassi. Er is altijd wel een tafel vrij om aan te werken of studeren. De Modestraat is een toevluchtsoord als je huis even te klein of te stil is.
Maar de toekomst van dit toevluchtsoord is onzeker. Het pand is van de gemeente en na twaalf jaar is het eind van de gebruikersovereenkomst in zicht. Er zijn grote plannen met dit stukje Amsterdam: Noord, decennialang het vergeten stadsdeel, werd booming en de komende 25 jaar komen er nog eens 50.000 inwoners bij, de helft meer. Het Buikslotermeerplein moet veranderen in „een nieuw stadscentrum”. Geen place to buy maar een place to be.
Noorderlingen Bart Verbunt en Coen Dijkstra hebben niets tegen nieuwbouwprojecten, maar wel tegen het tempo waarin hun buurt wordt volgebouwd en gladgestreken. Verdrietig vinden ze de vanzelfsprekendheid waarmee elk rafelrandje verdwijnt. („Alsof alleen dát vooruitgang is.”) Om te laten zien wat er op het spel staat, legden de twee plekken vast die onder druk staan van stedelijke vernieuwing. Onlangs opende hun foto-expositie Wat niet mag wijken.
Een kringloop, een muziekstudio, stadslandbouw: de veertien plekken die ze vingen in tekst en beeld lijken verschillend. Maar overal gebeurt hetzelfde, zeggen Dijkstra en Verbunt: mensen verzetten bergen werk en vinden elkaar. Het probleem is dat de partijen die het voor het zeggen hebben waarde vooral meten in vierkante meterprijzen. Ze hopen dat hun project laat zien dat er nog een ander soort kapitaal is: een dat niet in geld te vangen is.
Een dezer dagen wordt duidelijk of de Modestraat zal overleven. De gemeente heeft een tender uitgeschreven, een aantal van de private partijen die zich hebben gemeld zien toekomst in de Modestraat. Fijn, zegt Jet Meijer, maar daarmee is nog niets zeker: „Als we vier jaar uit beeld raken door een verbouwing, dan is het natuurlijk voorbij.”
Anne-Martijn van der Kaaden vervangt deze week Sheila Kamerman.
De mooiste fotografie en de beste tips geselecteerd door de fotoredactie
Source: NRC