De meest alledaagse dingen kunnen in de vortex van de politieke polarisatie worden getrokken. Dat is een gevaarlijke trend, schrijft Beatrice de Graaf.
Het is verkiezingstijd, maar is het daarom niet tijd voor minder, in plaats van méér politiek?
Het is tijd om weer in ossewit te gaan frituren („Make Frying Oil Tallow Again”), postte de Amerikaanse minister van Gezondheid, Robert Kennedy, in oktober 2024 op X. Iedereen die nog in plantaardig vet bakte, was het Amerikaanse volk aan het vergiftigen, was medeschuldig aan de obesitasepidemie en stond sowieso aan de verkeerde kant van het politieke spectrum.
Alles is politiek en politiek is een onverzadigbaar monster. In tijden van omwentelingen en crisis kan het gebeuren dat de meest alledaagse dingen in de vortex van de politieke polarisatie worden getrokken. In de geschiedenis is dat een geheide indicatie voor toenemende spanningen en zelfs massaradicalisering of revolutie.
„We kunnen er zeker van zijn”, zo schreef een redacteur van een gerenommeerd modetijdschrift in september 1789, „dat we in een andere tijd zijn beland. Met een ander modebeeld”. En inderdaad, nog geen twee maanden na de bestorming van de Bastille waren fluweel en brokaat nergens meer te vinden, was het witte katoenen overhemd voor vrouwen een hit geworden en droeg vrijwel iedereen een kokarde, op z’n borst, z’n hoed of schoenen. De nieuwe sneaker had bovendien een bastille-vormige gesp, om aan te geven dat de drager links meemarcheerde in het gelid van de revolutionaire trend.
In plaats van te luisteren naar de nieuwe machthebbers en hun ronkende verklaringen, kon je de wisseling van de macht voelen, ruiken en zien in het straatbeeld. In de Assemblée ging het over bestaanszekerheid van de derde stand, en over een nieuw sociaal contract. Maar op straat ging het over de vraag wat je nog wel aan kon trekken en wat niet meer. Hoe je elkaar op de juiste manier, met welke betiteling en welke voornaamwoorden aan moest spreken. En niet te vergeten, wat je zou gaan eten. Met de afschaffing van de gildes rukte het restaurantwezen voor de gewone man op, waar de echte revolutionair gewone, gemakkelijke en voedende, ‘restoratieve’ soep opgediend kreeg, vandaar de term ‘restaurant’. Wie zich te goed voelde voor brood en bouillon en koos voor een meergangendiner in de ‘salle à manger’, kon zomaar onder de guillotine belanden.
Alledaagse polarisatie: in de VS zitten ze er weer middenin, volgens Pew Research. Wanneer je kijkt naar verdelingsgrafieken is het duidelijk dat er in 2004 nog heel veel overlap is tussen Republikeinse en Democratische kiezers, maar dat de twee verdelingen (een blauw bergje en een rood bergje, check deze link) in tien jaar tijd steeds verder uit elkaar zijn komen te liggen. De overlap in dat wat ze delen aan waarden en opvattingen is steeds kleiner geworden. Enter de bakolie. Democraten en Republikeinen kleden, koken en knuffelen inmiddels zelfs anders.
Maar ook in Duitsland serveert de AfD in de Bondsdag het beruchte ‘Mett-Brötchen’, een half wit bolletje, dik besmeerd met boter, rauw gehakt (‘Mett’) en uienstukjes. Elders in Duitsland hebben rechtsextremisten ‘völkische Siedlungen’ opgericht, waar uitsluitend natuurlijk, zelfvoorzienend en traditioneel gekookt en gebakken wordt. Voor tofu moet je bij de Grünen zijn.
In Nederland lopen we met dit soort trends altijd wat achter. Maar ook hier zien we een toenemende verstarring en verklontering van denkbeelden en sentimenten, van opvattingen en gebruiken rond één scherp omlijnde politieke identiteit. Sterker nog, iedereen die jarenlang verkondigde dat het onderscheid tussen links en rechts aan het vervagen was, moet maar eens proberen om een BBB’er een bietenbal in plaats van een bitterbal te serveren. Of op een D66-bijeenkomst een ambtsgebed uit te spreken. Het onderscheid is juist veelomvattender geworden. Het is een monster van Frankenstein geworden. Zelfs al wil je helemaal niet een links of rechts statement maken, of überhaupt iets politieks uitstralen, je ontkomt er niet aan, doordat steeds meer zaken via de weg van de ‘affectieve polarisatie’ al politiek voorbestraald zijn.
Het is ook wel fijn, in die kakofonie van crises, conflicten en moral panics, om snel te kunnen besluiten aan welke kant je staat. Complexiteit is moeilijk uit te houden, een faux pas is zo gemaakt en een gemompelde beschimping via de socials voor de eeuwigheid vastgelegd. Het is eenvoudiger en veiliger om die ander, die net even een verkeerde term gebruikt, een bepaalde sjaal draagt, een bakfiets dan wel SUV rijdt, of net even een andere partij stemt, voor altijd buiten de orde te verklaren.
Maar recent onderzoek wijst uit dat dit mechanisme van ‘issue salience polarization’ zeer besmettelijk is: wanneer een samenleving al lijdt onder affectieve polarisatie (wij-zij-denken niet alleen op inhoud maar ook op emotie en identiteit), worden er steeds meer, voorheen neutrale, zaken in dat gepolariseerde domein getrokken. Waarom doen we dat? Dat is simpel: het voorkomt dat je een stap buiten de eigen comfortzone moet doen en dat je met een ‘tegenpartij’ moet onderhandelen die je daarmee toch een beetje normaliseert. In plaats van iets samen op te lossen, wordt het tot nieuw strijdtoneel geavanceerd. Terwijl de échte politieke conflicten juist onder al die marginale nieuwe kwesties ondersneeuwen.
Kortom, om de verkiezingen weer echt ergens over te laten gaan, is er moed nodig om affectieve, culturele en identitaire zaken in de marge te laten. En om de echt inhoudelijke complexe politieke kwesties samen aan te pakken. Wat als we dat niet doen? Dan kan het zomaar gebeuren dat er een Napoleon opstaat, zoals in 1799, om het politieke gekrakeel te beëindigen en de gehele bevolking in één uniform te hijsen.
Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin
Source: NRC