Economie Van de huurmarkt tot de energiemarkt: politici grijpen telkens te ondoordacht in en negeren de effectiviteit van vrije marktwerking, vindt Coen Teulings. Neoliberalisme is nu een scheldwoord geworden.
Nederland behoort al decennia tot de rijkste landen ter wereld. Die positie is zo vanzelfsprekend, dat zij ons van nature lijkt toe te komen. Dit is echter geen natuurrecht, maar het gevolg van een consequente keuze voor marktwerking en goed overheidsbestuur in de jaren tachtig. Inmiddels is marktwerking een besmet woord, het staat haaks op ons moreel bewustzijn. Ondertussen bedreigen de energietransitie en de oorlog in de Oekraïne onze voorspoed: beide vergen een paar procent van ons bbp. Het nieuwe kabinet kan dat probleem alleen oplossen met een herwaardering van marktwerking. Hoewel partijen daar liever over zwijgen, zou de komende verkiezingscampagne daarover moeten gaan.
Coen Teulings is econoom en hoogleraar in Utrecht. Hij is oud-directeur van het CPB.
Nederland heeft in de jaren tachtig een succesvolle neoliberale revolutie doorgemaakt. Ons land verkeerde toen in een diepe crisis met sociale ontwrichting en massale armoede. Bijna een miljoen mensen waren werkloos en een tweede miljoen was arbeidsongeschikt. De naoorlogse verzorgingsstaat was ontspoord. Foto’s van onze binnensteden uit die tijd tonen de staat van verval: huizen werden met boomstammen overeind gehouden. Ook de overheid functioneerde slecht; gemeentelijke diensten waren wonderen van inefficiëntie. Een telefoonaansluiting duurde maanden, voor een nieuw paspoort nam je een dag vrij, wie een bedrijf wilde starten raakte verstrikt in loketten en procedures.
Opeenvolgende kabinetten Lubbers, eerst met de VVD, later met de PvdA, vonden een nieuw evenwicht tussen marktwerking en de voor onze welvaart onontbeerlijke verzorgingsstaat. Hoewel de crisis hier veel dieper was dan elders in Europa, liep Nederland voorop in het herstel. Ons poldermodel werd een voorbeeld. Uit Engeland kwam het New Public Management van Tony Blair. Burgers waren voor veel dienstverlening afhankelijk van de overheid, zo was Blairs gedachte. De overheid moest die klanten, met adequaat management, goed bedienen in plaats van ze in de rij te laten staan. Ook in Nederland werden zijn ideeën toegepast. Belasting betalen was nooit leuk, maar werd daardoor wel gemakkelijk, zoals de slogan luidde.
Overvloed schept echter onbehagen. Pim Fortuyn verwoordde dit onbehagen in 2002 in zijn boek De puinhopen van acht jaar Paars. De grote financiële crisis liet zes jaar later inderdaad de grenzen van marktwerking zien. Maar het is met marktwerking net zoals met Churchills beroemde uitspraak over democratie: marktwerking is het slechtst denkbare economische systeem, met uitzondering van alle andere ooit uitgeprobeerde systemen – markten falen voortdurend, maar zonder gaat het niet. Vergeleken met de jaren tachtig bleek de financiële crisis achteraf een peulenschil. De 10 procent werkloosheid die ik indertijd als CPB-directeur voorspelde kwam er nooit.
De Nederlandse intelligentsia heeft marktwerking desalniettemin de afgelopen jaren de rug toegekeerd, net zoals in de periode voor de crisis van de jaren tachtig. Neoliberalisme is een scheldwoord geworden. Dit is geen typisch Nederlands verschijnsel; overal in de westerse wereld worden daarover bibliotheken volgeschreven. De overtuiging dat kapitalisme heeft gefaald – of minstens: dat marktwerking is doorgeschoten – is vrijwel algemeen.
Dat is vreemd, want drie grote mondiale ontwikkelingen na die neoliberale revolutie hebben het tegendeel laten zien. Ten eerste de val van de Muur en de ondergang van de Sovjet-Unie. Planeconomie bleek een dramatische mislukking. Ten tweede de succesvolle introductie van marktwerking in China en India. Door de fenomenale groei van China hebben anderhalf miljard mensen de stap gemaakt van miserabele armoede naar redelijke welvaart. En ten slotte de IT-revolutie in de Verenigde Staten. Een dynamische marktomgeving met een ruime beschikbaarheid van durfkapitaal bleek daarvoor de ideale voedingsbodem.
In de aanzwellende kritiek op het neoliberalisme smolt het onbehagen over marktwerking en het efficiencydenken bij de overheid moeiteloos samen met de afkeer van kolonialisme, slavernij en vrouwenonderdrukking en met de klimaatcrisis. Dat Tony Blair het Verenigd Koninkrijk met onwaarheden de tweede Irak-oorlog in heeft gesleurd is echter geen argument tegen New Public Management, net zomin als de Israëlische terreur in Gaza iets zegt over marktwerking.
De discussie over marktwerking heeft schijnbaar een hoog ideologisch gehalte, zonder praktische beleidsconsequenties. Niets is echter minder waar. Het publieke debat over neoliberalisme bepaalt de grenzen van het beleid. Van nature is marktwerking het terrein van de VVD, die samen met het CDA de architect was van de neoliberale revolutie uit de jaren tachtig. De VVD heeft zich echter verloren in een concurrentiestrijd met de PVV. Daardoor speelt die partij in dit debat nauwelijks een rol, zoals bleek bij de discussie over het eigen risico in de zorg: jarenlange kritiek op de afschaffing ervan werd ingeslikt ten bate van een coalitie met de PVV. Marktwerking blijkt politiek kleurenblind: voor alle partijen zijn er bittere pillen die hun kiezers niet bekoren, maar die in het landsbelang toch beter kunnen worden geslikt.
Zo zijn mensen zonder eigen geld of rijke ouders op de woningmarkt aangewezen op huurwoningen. Vreemd genoeg worden huurders fiscaal en anderszins zwaar benadeeld vergeleken met kopers. Dit betreft niet alleen de eeuwige hypotheekrenteaftrek (de achtertuin van de VVD), maar ook vermogensbelasting op huurhuizen en de huurbevriezing (de achtertuin van GroenLinks/PvdA). De rekening van een verhuurdersbelasting wordt uiteindelijk door huurders betaald. De recente huurbevriezing ondergraaft de betrouwbaarheid van de overheid. Beleggers haken daardoor af, de nieuwbouw van huurwoningen valt stil en bestaande huurwoningen worden als koopwoning verkocht. De zelfbewoningsplicht had zelfs als doel het aanbod van huurwoningen te beperken. Al deze beleidsmaatregelen doorkruisten marktwerking, ten nadele van mensen die op de huurmarkt zijn aangewezen. Vanwege de aversie tegen marktwerking konden deze maatregelen desalniettemin rekenen op brede publieke steun.
Een tweede voorbeeld is de energietransitie. De elektriciteitsvoorziening is traditioneel sterk centraal georganiseerd. Nu consumenten met eigen zonnepanelen zelf stroom opwekken voldoet dit systeem niet meer. Decentralisatie door marktwerking is nodig. De salderingsregeling voor elektriciteit stond consumenten toe om zelf geproduceerde stroom terug te leveren aan het elektriciteitsnet tegen een vast tarief in plaats van tegen de marktprijs. Dat leidde tot verspilling. Marktprijzen geven consumenten de prikkel om hun auto op het juiste moment op te laden, hun zonnepanelen uit te zetten als er geen vraag is, of te investeren in accu’s om die stroom tijdelijk op te slaan. Als een zeldzaam voorbeeld waar marktwerking het wél won van politieke preoccupaties, is de salderingsregeling bij de laatste formatie onverwachts afgeschaft.
Marktprijzen geven niet alleen consumenten, maar ook bedrijven de juiste prikkels om te investeren in productieprocessen waarin het stroomgebruik kan worden op- en afgeschaald als reactie op schommelingen in het elektriciteitsaanbod. Marktprijzen helpen ook bij beslissing over de bouw van kerncentrales (een hartenwens van de VVD). Commerciële partijen hebben tot nog toe geen belangstelling getoond. Dat is begrijpelijk want de businesscase valt op basis van de verwachte marktprijzen niet rond te rekenen. Kernenergie blijkt een ineffectief instrument om tijdelijke tekorten op te vangen. Waarom de overheid daar desondanks miljarden subsidiegeld voor heeft uitgetrokken, valt moeilijk te begrijpen.
Dit zijn een paar voorbeelden van hoe de intellectuele aversie tegen het neoliberalisme en New Public Management tot ineffectief beleid hebben geleid. Er zijn er veel meer: gratis kinderopvang, het toeslagenstelsel, de belastingheffing over vermogen, naar plaats en tijd gedifferentieerd rekeningrijden en treinkaartjes, de rol van private equity, de beperking van prestatiebeloning. Nu de energietransitie en de verhoging van het defensiebudget onze welvaart onder druk zetten, is marktwerking aan een herwaardering toe.
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen
Source: NRC